Een curieuze paradox

Omdat het maar zelden gebeurde dat een prominente journalist werd betrapt op AI-misbruik, ging de naam van Bennie van Bergen die week over ieders lippen. Hij kwam hoofdzakelijk negatief in het nieuws, wat hem – wie had dit ooit gedacht – opvallend koud liet. Hij werd als werknemer door zijn nieuwsorganisatie op non-actief gesteld, maar de journalist in Van Bergen ging gewoon door met zijn werk. Zodoende constateerde hij iets merkwaardigs; in de collectieve afrekening tekende zich een opvallend patroon af.

Hij ontdekte een verband dat anders nooit was opgevallen: hoe meer je te maken had met collega-journalisten die het literaire gehalte van wat je schreef het belangrijkste vonden, hoe groter de afwijzing. Hoe sterker iemands’ nadruk op vorm boven inhoud, hoe feller de veroordeling. Het waren de estheten van de redactieburelen, de fijnproevers van de interpunctie, de hoeders van stijl en toon, zij die hun carrière zorgvuldig hadden opgebouwd op veilige afstand van elke inslaande granaat, die als eersten opstonden om hem de maat te nemen.

Voor hen is een tekst een zorgvuldig gepolijst sieraad, wist Bennie; iets om te bewonderen, niet om te gebruiken. Geen kogel die doel moet treffen; geen boodschap die de wereld in moet voordat ze veroudert. Een waarheidsschending door AI-gebruik, hoe onbedoeld ook, wordt in dat universum niet beschouwd als een operationeel risico, een bedrijfsfoutje, maar als een esthetische misdaad. Pleitbezorgers van die parochie spreken dan ook zonder aarzeling van ‘een smet op het blazoen van de journalistiek’; een heiligdom waarin zij zichzelf tot hogepriesters hebben gekroond.

Bennie moest heimelijk lachen. Hij noteerde: ‘Hun eigen handelingen zijn heel ritueel, hun geschrijf zit vol herhaling. Dat maakt hen volstrekt inwisselbaar.’ Hij meende een curieuze paradox op het spoor te zijn.

Een veelzeggende veroordeling

Het cordon sanitaire kende geen pardon.

Zijn excommunicatie was onmiddellijk en totaal. Het vonnis werd geveld in de digitale arena’s, waar jongere vakbroeders inmiddels de scepter zwaaiden; een generatie die algoritmen intuïtief bespeelt en voor wie de valstrikken van AI gesneden koek zijn. Hij had zich schuldig gemaakt aan de ultieme journalistieke doodszonde. Hoe kon een man die decennialang in de frontlinie van de nieuwsgaring stond, zo struikelen over een paar regels code? Een hallucinatie van een chatbot, die door hem in de haast van de actualiteit, voor waar was aangenomen en gepubliceerd, deed hem nu de das om.

Collega’s zullen doorgaan met makkelijk scoren. Journalisten koketteren graag met hun maatschappelijke missie vanuit een zelfbenoemde status van scherpschutters van de democratie, maar helaas heeft hun waarheidsvinding vaak meer weg van een dartwedstrijdje op de redactie Cultuur & Media. (Afbeelding volledig gegenereerd door AI).

Ook de oud-collega’s waarmee hij nog omging bleken onverbiddelijk in hun oordeel. Onder hen bevonden zich terechte critici; de fout was immers reëel en pijnlijk zichtbaar. Maar er zaten ook ijdele kwezels tussen die als journalisten nooit hun nek uitstaken; die zelden of nooit een ferm politiek geëngageerd standpunt innamen. Er voltrok zich een fascinerend schouwspel; de gretigheid waarmee de ‘zuiveren in de leer’ zich op zijn fout stortten, kon eigenlijk niet pijnlijker. Terwijl de inkt van zijn verontschuldiging nog moest drogen, werd de brandstapel al opgericht.

Voor het eerst was hij zelf nieuws geworden. Hij had de neiging om de gretigheid waarmee men hem veroordeelde ‘veelzeggend’ te noemen.

We kijken anders naar hetzelfde

Stel je voor: een leven voorbij het oordeel, bevrijd van de opgelegde werkelijkheid.

Beste heer Rosenberg, ik begrijp nu dat u twee typen ogen onderscheidt bij mensen die onderzoek doen naar de authenticiteit van schilderijen: ogen die kijken met louter kennis van zaken, en de gezichtsorganen van de zogenaamde experts met dollartekens in hun blik.

Een combinatie van de twee is ook mogelijk: de halfkritische visie van geldbeluste connaisseurs. Die zouden het u moeilijk kunnen maken, maar nee, al deze mensen heeft u buitengesloten; zij doen u geen kwaad meer.

Sommigen van uw dierbaren, zo vertelde u, begonnen ook al raar te kijken. Pure afgunst. Zij waren van mening dat u een economisch belang hebt bij het bepalen van echt of nep. Dat noemde u blikvernauwing. Ook hen wees u de deur.

U bent geen charlatan maar een lichtmeester en een scherpslijper. U werd van jongsaf omringd door kunst. Toeval en gevoel voor schoonheid hebben u belast met iets enorms; iets onhandelbaars. U beweert een Rembrandt te bezitten.

Helaas voor u kunt u niet om de ‘toeschrijvingsautoriteiten’ heen. Dat zijn mensen – in uw woorden – die in geen enkele eerder genoemde categorie passen. Ze zijn verbonden aan musea en hebben het aureool van wetenschappelijkheid en objectiviteit.

Die trekt u niet in twijfel, maar de ware experts werken niet belangeloos. Ze willen geen onderzoek verrichten zolang u uw doek niet op voorhand in bruikleen geeft (mocht deze als echt worden aangemerkt).

Ziedaar de patstelling. U bent een noodgedwongen eigenaar en een actief conflictvermijder. U werkt nauwkeurig als het om uw hobby gaat (het vervaardigen van lenzen), maar u wilt zichzelf niet creatief noemen. Vervalsen bijvoorbeeld, u zou niet weten hoe dat moet. U heeft het werk verworven. Zoals je talent erft. De toedracht blijft vaag maar schijnt de garantie van echtheid te impliceren. Kun je daarmee volstaan?

Je zult het maar zijn: de bezitter van een Rembrandt. Het schilderij hangt in uw slaapkamer naast uw vroegere werkplaats. Het wil onderzocht worden; het verlangt naar ogen die het definitieve onderscheid maken, niet naar de blikken van simpele museumbezoekers. Toch zal het langs talloze beschouwers en commentatoren moeten, wil het werkelijkheidsgehalte ervan worden bepaald.

Ik weet niet goed waarom u zoveel vertrouwen in mij stelde. Omdat ik maar een postbode ben? Of juist omdat ik uw briefgeheimen bewaak? Dacht u dat ik zou zwijgen voor het overige? Maar ik ben een schrijver, meneer Rosenberg, ik ben eerst en vooral een schrijver; ook ik maak aanspraak op mijn eigen stukje originaliteit tegenover de rest van de wereld.

Ik herken de neiging dat je wilt pronken met iets en het wilt verstoppen. Je vindt dat het recht heeft op aandacht. Je doet alles en toch weer niets om vakkundige blikken op je werk te vestigen.

Ik weet wat het is: u wilt vragen uit de weg gaan. Maar u ervaart ook eenzaamheid. Duur bezit schept grote verantwoordelijkheid, drijft je weg van de meute. Vage herkomst verlangt een verklaring. En daarna nog één. Zo reageert een omgeving die zelf niet veel kan.

Er heerst totaal geen angst dat het oordeel uiteindelijk “nep” zal zijn. Dat zou ons eerder helpen. Het zou de bevrijding inluiden. Het werk wordt er niet lelijker van. Stel je voor: eindelijk bevrijd te worden van het predikaat van echtheid door een menigte die zelf geen grootsheid ervaart.

Niet uit zichzelf, nooit in de slaapkamer.

Maak ik me ook eens hard voor de natuur…

…laat ik de journalistieke zorgvuldigheid pas na plaatsing van mijn stukje op de feiten aansluiten.

Geachte redactie / Beste Karin Mulder,

Naar aanleiding van uw artikelen “Buurman Tim strijdt tegen populair restaurant aan de rand van de Veluwe” en “Fel verzet tegen plannen voor fonkelnieuw bosrestaurant met 120 zitplaatsen” in De Gelderlander neem ik contact met u op.

Gisteren heb ik op mijn persoonlijke blog een bericht geplaatst over de huidige ontwikkelingen en plannen rondom restaurant Woodz en de Buitenplaats Beekhuizen. Hoewel dit bericht mede vanuit een persoonlijke betrokkenheid is geschreven, hecht ik grote waarde aan een feitelijk juiste onderbouwing van de context.

Restaurant Woodz, onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen. Foto: Marc Pluim (geplaatst met gesupposeerde toestemming).

In een annex bij dit bericht heb ik de situatie samengevat zoals die in uw artikelen en tijdens de betreffende hoorzitting naar voren kwam. Omdat ik de journalistieke nauwkeurigheid van uw verslaglegging als de standaard voor deze kwestie zie, wil ik er zeker van zijn dat ik de finesses en de standpunten van de betrokken partijen – zoals de heer Tim Bot en de gemeente Rheden – accuraat heb weergegeven.

Zou u bereid zijn om de passage in de annex kort te screenen op feitelijke onjuistheden? Mocht blijken dat er nuances ontbreken of dat zaken onjuist zijn geïnterpreteerd, dan zal ik mijn publicatie direct corrigeren.

U kunt het volledige bericht hier teruglezen: [https://ronaldvannoorden.com/2026/03/01/de-grote-veluwse-verdwijntruc/]

Ik hoor graag of u deze korte check voor mij zou willen doen. Alvast hartelijk dank voor uw tijd en voor uw heldere berichtgeving over dit dossier.

Met vriendelijke groet,


PS: Hieronder de genoemde artikelen van Karin Mulder in De Gelderlander:

Artikel 1, geplaatst in De Gelderlander op 24 mei 2023

De gemeente Rheden moet ingrijpen bij restaurant Woodz aan de rand van de Veluwezoom. Dat stelt Tim Bot, bewoner van de aangrenzende wijk Beekhuizen, die de strijd aangaat tegen Woodz. ,,Wat er nu gebeurt, mag gewoon niet.”

Woodz trekt volgens Bot veel meer bezoekers dan is toegestaan volgens de huidige vergunning. In oktober vorig jaar vroeg hij de gemeente voor de tweede maal om daar paal en perk aan te stellen.

Volgens de huidige vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen van Buitenplaats Beekhuizen, de glamping naast het restaurant. Maar er komen ook andere bezoekers naar het populaire restaurant, aan de rand van de bossen bij Velp. In totaal zijn het er 50.000 per jaar, stelt Bot.

In 2021 diende hij al eens een handhavingsverzoek in bij de gemeente Rheden. Toen werd zijn verzoek afgewezen, omdat Bot geen belanghebbende zou zijn.

Dinsdag lichtte Bot zijn verzoek toe bij de adviescommissie. Volgens een juridisch medewerker van de gemeente Rheden had ook dit tweede handhavingsverzoek afgewezen moeten worden. Door een samenloop van omstandigheden, waaronder zoekgeraakte post – ,,Niet netjes”, gaf de medewerker toe – kon Bot dinsdag toch zijn bezwaren toelichten bij de adviescommissie.

Volgens Bot, bewoner van Beekhuizen, is de verkeersdruk in zijn wijk de afgelopen jaren flink toegenomen. Dat zorgt voor een afname van rust en veiligheid en een toename van geluidsoverlast, stelt hij. ,,Maar bovendien: auto’s stoten fijnstof uit. Fijnstof is ook in kleine hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid.”

Of die verkeerstoename uitsluitend door Woodz komt, betwijfelt directielid Judith Stoevelaar van Buitenplaats Beekhuizen: ,,Rondom Woodz zijn meer bedrijven gevestigd. Ook de tennis- en de hockeyvereniging zitten in de buurt. Er wordt gegoocheld met cijfers.”

Buitenplaats Beekhuizen diende eerder dit jaar een vergunningaanvraag in bij de gemeente voor nieuwbouw op het terrein. In afwachting van de behandeling van deze aanvraag treedt de gemeente niet handhavend op bij Woodz. ,,We hebben wel aangegeven: wat u doet, is niet toegestaan.”

De juridisch medewerker noemde het onredelijk om handhaving nu door te zetten, er ligt immers een vergunningaanvraag. Tijdens de hoorzitting bleek dat er contact is geweest tussen Buitenplaats Beekhuizen en de verantwoordelijk wethouder, voordat de vergunningaanvraag werd ingediend.

Bot was verbijsterd. ,,Ik ben ontstemd, dit riekt naar gedogen. Het bestemmingsplan moet gewoon worden nageleefd.”

Volgens Stoevelaar worden de plannen van Buitenplaats Beekhuizen al jaren breed gedragen door politiek Rheden en de gemeente. Op vragen van De Gelderlander wilde Stoevelaar na afloop van de hoorzitting niet ingaan.

Karin Mulder

Artikel 2, geplaatst in De Gelderlander op 19 oktober 2025:

In de bossen bij Velp, op de plek van het huidige restaurant Woodz, moet een fonkelnieuw restaurant komen, met 120 zitplaatsen. De plannen stuiten op fel verzet: „De gemeente is faliekant tegen een McDonald’s aan de rand van het bos. En dit kan wel? Onbegrijpelijk.” Wat is er aan de hand?

Restaurant Woodz is onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen. Dit vakantiepark omvat 28 houten boshuisjes, sommige met hottub, en 22 luxe lodgetenten, middenin de natuur.

Omdat de huidige vergunning per april 2026 afloopt, is ook een nieuwe, permanente vergunning nodig voor de vijftig vakantieverblijven. Die blijven zoals ze zijn, laat mede-eigenaar Judith Stoevelaar weten.

Wél zijn restaurant Woodz en ook de receptie en het linnenhok van Buitenplaats Beekhuizen toe aan vernieuwing, stelt de eigenaar: „Voor onze toekomst is het nodig om de bestaande facilitaire gebouwen te vervangen. Duurzaamheid staat voor ons voorop, met oog voor natuur, landschap en vormgeving.”

De nieuwbouwplannen stuiten op verzet. Omwonenden vrezen overlast. Ze zagen de vroegere natuurcamping uit de jaren zestig veranderen in de populaire accommodatie die Buitenplaats Beekhuizen nu is.

„Funest voor de kwetsbare natuur”, benadrukt Jan Keemink van Stichting Natuurbehoud Veluwezoom. „Het hele gebied rondom het park is na zonsondergang gesloten. Verboden terrein, om de natuur te beschermen. Een restaurant dat soms tot acht of zelfs tot tien uur ’s avonds is geopend, past daar niet. Dat zorgt voor een te grote verstoring van dit natuurgebied.”

Woodz, nu gevestigd in twee containers, is een geliefd plekje, weet mede-eigenaar Stoevelaar: „Voor ouders met kinderen, voor buurtbewoners die over het landgoed naar ons toe wandelen, voor hardlopers en wielrenners die neerploffen na een sportief rondje.”

Dat gebeurt illegaal, benadrukt Tim Bot, net als Keemink betrokken bij Stichting Natuurbehoud Veluwezoom: „Woodz is volgens de huidige vergunning alléén bedoeld voor gasten van het vakantiepark en van het nabijgelegen hotel.”

Dat hotel is Boutique Hotel Beekhuizen, aan de overkant van de Beekhuizenseweg, ook onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen en eigendom van Judith Stoevelaar en haar zus Irene. Bot: „Woodz is niet bedoeld voor andere bezoekers. Toch komen die massaal. En de gemeente doet niets.”

In afwachting van de nieuwe vergunning wordt de situatie gedoogd, liet de gemeente Rheden eerder al weten. „Zolang de aanvraag nog in behandeling is, handhaven wij niet actief.”

Intussen is die aanvraag ruim tweeëneenhalf jaar in behandeling. „Onbegrijpelijk”, vinden Bot en Keemink. „Waarom moet dit zolang duren? Dit is een beschermd natuurgebied, daar is nieuwbouw niet toegestaan.”

„De gemeente is faliekant tegen een McDonald’s in Rheden, nota bene op een paar honderd meter afstand van de bosrand. En dan zou dit wel kunnen, nieuwbouw ín de bossen? Voor de gemeente is dit ongetwijfeld een hoofdpijndossier.”

Een woordvoerder van de gemeente Rheden laat weten dat nog wordt gewerkt aan de vergunningaanvraag voor Buitenplaats Beekhuizen; de gemeente onderzoekt of de aanvraag buiten het zogenoemde voorbereidingsbesluit van de provincie valt.

Dat besluit verbiedt alle nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten in een straal van 500 meter van Natura 2000-gebieden. Er zijn een paar uitzonderingen: bestaande activiteiten mogen blijven, uitbreiding ervan kan niet.

Of de nieuwbouwplannen van Buitenplaats Beekhuizen passen, is dus de vraag. „Om dat helder te krijgen, moet er een heel aantal aanvullende stukken aangeleverd worden”, meldt de gemeentewoordvoerder. „Hierin werken de eigenaren en wij als gemeente met elkaar samen.”

„Zorgvuldigheid staat wat ons betreft voorop en dat kost nu eenmaal tijd”, reageert Stoevelaar. „Er zijn door de gemeente aanvullende eisen gesteld voor wat betreft landschappelijke en ecologische aspecten, waardoor aanpassingen nodig waren.”

„Wij willen terug naar de situatie zoals die was”, zegt Keemink. „Dit was een seizoensgebonden natuurcamping, die maar een deel van het jaar open was. Het restaurant was vergund voor 25 zitplaatsen binnen, dat aantal is stukje bij beetje uitgebreid naar de 120 plekken die er nu zijn, vooral buiten op het terras.”

Het ‘snoepeffect’ is dit volgens Lennard Jasper, directeur van Stichting Behoud Veluwsch Landschap: „Ondernemers snoepen overal steeds meer stukjes natuur bij hun bedrijf. Dat gaat sluimerend. Het is op plekken als deze zoeken naar balans. Op het moment dat hier permanente voorzieningen komen, moet je de zaken goed voor elkaar hebben.”

Volgens Stoevelaar blijft Woodz een knus restaurant, maar wordt het volledig duurzaam met gebruik van natuurlijke materialen: „Terecht heeft de gemeente hoge kwaliteitseisen opgelegd. Door de aanpassingen zitten we nu op één lijn.”

„Wij denken de afgelopen tien jaar een goede balans te hebben gevonden tussen natuur, verblijfsrecreatie en buurtfunctie. Dat vinden ook andere partijen; regelmatig geven wij op verzoek uitleg over onze natuurinclusieve onderneming, zoals bijvoorbeeld aan Vitale Vakantieparken en Groene Metropoolregio.”

Bot en Keemink blijven sceptisch. „Dit is greenwashing, hier wordt een overdreven positief beeld geschetst van de duurzaamheid van de onderneming. Dat gebeurt vaker. Niemand kan ontkennen dat de ontwikkelingen van de afgelopen jaren een aanslag zijn op de kwetsbare natuur in dit gebied.”

De eigenaar is verbaasd dat er tegenstanders zijn: „Ons plan betreft enkel het behoud van de al aanwezige accommodaties en de vervanging van onze verouderde gebouwen. De kleinschaligheid blijft gelijk.”

Lennard Jasper, van Stichting Behoud Veluwsch Landschap, plaatst kanttekeningen. „Het gaat om de samenhang in een gebied. Als je hier kijkt naar de ontwikkelingen van de laatste jaren, Buitenplaats Beekhuizen met restaurant Woodz, én het hotel aan de overkant, dan lijkt het toch te groot geworden.”

Karin Mulder

Recensievoorstel kinderboek Bess Kalb

Hoe een kinderboek onverwacht uitgroeide tot een verhaal over satire, censuur en doorzettingsvermogen.

Geachte hoofdredactie van de Volkskrant,

Bij veel titels wachten Nederlandse uitgeverijen vaak eerst het internationale succes af voordat zij vertaalrechten aankopen. Gezien de uitzonderlijk positieve ontvangst in de Verenigde Staten van het kinderboek Buffalo Fluffalo denk ik dat een Nederlandse uitgave slechts een kwestie van tijd kan zijn. Ik volg de komende maanden daarom actief de catalogi en aankondigingen van uitgevers.

Soms begint de interesse voor een boek niet met een citaat of iets anders dat je erover hoorde, maar met iemand die weigert stil te blijven. Ik wilde niet per se een kinderboek recenseren maar stuitte onverwacht op een bekentenis over moed. Mijn bespreking zou daarom ook gaan over een geweigerde voorleesmiddag en waarom een schrijver uiteindelijk in het Amerikaanse Congres belandde.

Mocht een Nederlandse vertaling worden aangekondigd, dan zou ik u graag aanbieden de recensie voor uw krant te schrijven. Daarbij wil ik niet alleen ingaan op het boek zelf en de internationale ontvangst, maar ook op de bredere culturele context rond auteur Bess Kalb. Zij legde recent een persoonlijke getuigenis af tijdens een hoorzitting in het United States Congress over vrije meningsuiting, naar aanleiding van de annulering van een schoollezing rond haar werk. Die achtergrond werpt een bijzonder licht op haar schrijven voor jonge lezers.

Als zelfstandig uitgever en schrijver volg ik internationale ontwikkelingen binnen het boekenvak en de kinderboekenwereld al geruime tijd. Indien gewenst lever ik de recensie kort na aankondiging of verschijning aan, afgestemd op uw redactionele planning.

De genoemde toespraak vormde voor mij de directe aanleiding om dit voorstel te doen. Ter referentie voeg ik hierbij de link toe:
https://youtu.be/rjINIH-Y_aY?si=YiV6ZNFrHhNz05RC

Met vriendelijke groet,

Ronald van Noorden
(een eenvoudige eenmansuitgever)

Ik zocht geen boek om te bespreken, maar werd verrast door een schrijver die zich indrukwekkend uitsprak. Wat het kinderboek Buffalo Fluffalo van Bess Kalb vertelt over schrijven in een tijd van polarisatie, deed zij helder, komisch, maar vaak ook ontreoerend, uit de doeken tijdens een hoorzitting.

Het had wat minder fel gekund

Maar ja, die Wennemarsjes hebben losse handjes.

Het incident op de 1000 meter schaatsen tijdens de Winterspelen liet me niet los. Joep Wennemars werd tijdens zijn rit gehinderd door de Chinese schaatser Lian Ziwen, wat zijn kansen op een medaille ernstig schaadde. Dat Lian Ziwen vervolgens zijn excuses aanbood, getuigt van sportiviteit en fair play; het was een correcte en waardige reactie op een incident dat vrijwel zeker niet met opzet plaatsvond. Des te onbegrijpelijker was de reactie van Joep Wennemars zelf, die desondanks een slaande beweging naar hem maakte. Dat is gedrag dat niet past bij een topsporter die geacht wordt een voorbeeld te zijn voor anderen. Mijn verontwaardiging was dan ook groot.

Een boze volger op X en een enthousiaste volgster op BlueSky.

Die verontwaardiging bracht mij ertoe een brief te schrijven naar de Volkskrant, die de krant daadwerkelijk plaatste. Achteraf moet ik bekennen dat mijn bewoordingen wat aan de scherpe kant waren. Ik schreef dat topsporters narcisten van het ergste soort zijn en dat Joep voor het leven geschorst zou moeten worden. Als ik er nu op terugkijk, zijn dat wel erg harde woorden voor wat in essentie een onbezonnen gebaar was in een moment van intense frustratie en verdriet. Topatleten staan onder een enorme druk; dat is geen excuus, maar het verdient wel een plek in de beoordeling. Ik blijf bij het standpunt dat Joep zich sportiever had kunnen en moeten gedragen, maar geef toe dat mijn formulering niet helemaal in verhouding stond tot het vergrijp.

Wat vader Erwin Wennemars betreft, ligt de zaak anders en voel ik me minder geneigd tot matiging. Erwin sloeg in zijn opwinding over de prestaties van zijn zoon de bril stuk op de neus van een volstrekt argeloze toeschouwer. Dat is niet alleen onbezonnen gedrag, maar ook fysiek gevaarlijk voor een derde partij die er helemaal niets mee te maken had. Als je het zo leest, snap je eigenlijk niet hoe zoiets kan gebeuren. De man is een opgewonden standje, en dat vind ik een probleem, zeker gezien zijn publieke rol.

Erwin Wennemars zit immers aan tafel als commentator bij een sportprogramma op televisie. Vanuit die positie wordt van hem verwacht dat hij gezaghebbend en evenwichtig commentaar levert, en een zekere voorbeeldfunctie uitstraalt naar het kijkerspubliek. Een commentator die van de zijlijn anderen oproept tot kalmte en sportiviteit, maar zelf ontploft bij succes of tegenslag, geeft een tegenstrijdig en ongeloofwaardig signaal. Of hij die rol nog geloofwaardig kan vervullen in het licht van dit incident, is een terechte vraag die wat mij betreft nog niet beantwoord is.

Al met al schetst het geheel een familieportret van grote passie voor de schaatssport, maar ook van een zelfbeheersing die onder druk snel het onderspit delft. Passie is mooi, en het is onmiskenbaar dat de familie Wennemars leeft voor de sport. Maar passie zonder zelfcontrole is in de publieke arena geen kwaliteit; het is een risico. Voor de sport, voor het publiek, en uiteindelijk ook voor henzelf.

Bril aan gort. Als een ex-sportman zoiets flikt heet dat eufemistisch: ‘De voormalige vedette zat hoog in zijn emotie.’

Tirannie verpakt in vrijheid

Dat het land al heel lang ziek is, had iedereen kunnen weten.

Dat de VS een ‘liability’ zouden worden, hadden we niet voorzien in de tijd dat ze ‘alleen maar’ dictators in hun achtertuin in het zadel hielpen. Toen burgerrechten werden geschonden, noemden we dat binnenlandse aangelegenheden. Het waren waarschuwingen. Grote broer bleek een gewelddadige moralist.

Toen de VS vol trots hun democratie exporteerden naar bevriende naties, had het al veel weg van idealisme met een teveel aan spierballen. Maar wij zagen daarin nog niet de proefversie van iets dat later intern — binnen hun eigen nog wankele rechtsstaat — vervaarlijk zou worden uitgehold. En het kon ons kennelijk weinig schelen dat ze die democratische idealen niet in hun eigen achtertuin duldden.

In die nabijgelegen invloedssferen creëerden de VS bewust bestuurlijke ontwrichting en chaos. Ze faciliteerden dictators van twijfelachtige regimes en verkochten hen staatsgrepen als stabiliteitsupdates van een computersysteem. Wij beschouwden dat blijkbaar als normale buitenlandse politiek, want hoewel Nederland een kwart eeuw geleden nog veel linkse stemmers telde, ontstond er maar weinig effectief verzet.

Ook in hun eigen opbouwstaat werd de rassenscheiding nog lang met vlagvertoon verdedigd en werden burgerrechten met tegenzin toegekend. We noemden dat een pijnlijk verleden, en onderkenden daarin niet een blijvende bestuursstijl. Toch veranderde er in de VS niet snel iets ten goede, hoezeer de juiste weg ook met veelbelovende woorden door opeenvolgende presidenten werd uitgestippeld en beleden.

Wij beschouwden al dat wanbeleid aan de andere kant van de oceaan als ruis in de marge, in plaats van als tekens aan de wand. Dat de VS zelf ooit een geopolitieke bedreiging voor ons zouden worden, kwam gewoon niet voor in het draaiboek. Zo’n plotwending was te ondenkbaar; die stond niet op de verpakking van hun geopolitieke ondernemerschap, dat ons overigens veel prachtige overzeese producten opleverde.

Een deel van de pers in Amerika heeft kans gezien om gevrijwaard te blijven van corruptie. Zij stelt de misstanden geloofwaardig aan de kaak. Ik wilde iets visueels gebruiken in mijn blogbericht en vond gemakkelijk wat ik zocht. Er bestaan krantenpagina’s met foto’s en koppen over Amerikaanse betrokkenheid bij staatsgrepen en steun aan dictatoriale regimes. Protestfoto’s uit de jaren ’50 tonen demonstranten vóór het Witte Huis tegen Latijns‑Amerikaanse dictators waar de VS mee omgingen. Dat illustreert dat Amerikaanse betrokkenheid al vroeg controversieel was.

Een voorpagina van The New York Times van 20 augustus 1953, die een door Amerika gesteunde staatsgreep in Iran (tegen premier Mohammad Mossadegh) in beeld brengt, is berucht. De krant doet verslag van het omverwerpen van een gekozen leider en de perceptie daarvan. Dit is historisch relevant omdat het een van de duidelijkste voorbeelden is van een Amerikaanse rol bij het verwijderen van een niet-communistische, democratisch gekozen leider; een gebeurtenis die veel historici als symbool gebruiken voor latere invloeden in Latijns-Amerika en elders.

Documentatie van Amerikaanse steun aan regimes zoals in Brazilië (1964) of Congo (met Mobutu) bevat foto’s in kranten en archieven. De hierboven afgebeelde voorpagina toont de tekst “Senators see FBI report on Kissinger and wiretapes” naast beelden van de VS die een dictatuur in Chili steunen. De historische nieuwsgebeurtenissen rond Watergate, wiretapping, en de kwalijke rol van Kissinger zijn ook elders uitgebreid beschreven en in beeld gebracht; vaak op de voorpagina van grote kranten.

De fascinerende rol van de Washington Post in de oude, nog objectieve, hoedanigheid, hoef ik hier niet te memoreren. Toen de Pentagon Papers werden gepubliceerd, stond dat prominent op de voorpagina van The New York Times in 1971. Dat verhaal legde de focus op geheime, controversiële Amerikaanse buitenlandse politiek en de Vietnam‑oorlog. In de jaren 1970 waren er veel voorpagina‑koppen in Amerikaanse kranten over Watergate, de Nixon‑administratie en de publieke verontwaardiging over illegale afluisterpraktijken.

De vrije pers in de VS bestond en bestaat. De verontwaardiging was er altijd en is momenteel weer groeiende, nu er een absolute gek aan de macht blijkt. De pers roert zich, de democraten hervinden hun kracht en wij hier lijken inmiddels ook helemaal klaar met de geweldadige narcist die de wereld tart met zijn waanzin. We lazen de handleiding van de zieke staat wat laat. Maar nu zijn we wakker.

Nuance als rookgordijn

Hoe overmatige voorzichtigheid consensus kan vertroebelen.

Soms ontdek je iets van jezelf met terugwerkende kracht. Deze brief bijvoorbeeld. Lange tijd wist ik niet dat hij was afgedrukt. Ik had de krant van die dag gemist. Dat gebeurt weleens. Ik lees de Volkskrant in de digitale versie; veel artikelen verdwijnen ongemerkt uit zicht omdat ze door recenter nieuws worden weggedrukt.

https://www.volkskrant.nl/economie/ondanks-inzet-op-meer-plantaardig-eten-belandt-82-procent-van-europese-voedselsubsidies-bij-veehouderij~b1bc2baa/

Toen ik de brief later probeerde terug te vinden via het zoeksysteem van de krant, bleek dat geen eenvoudige opgave. Brieven worden daar wel degelijk opgeslagen, maar eerder als een verzameling “lezersreacties” dan als afzonderlijke bijdragen, dus niet gemakkelijk op naam op te sporen. Titels worden door de eindredactie bedacht. Wie zijn eigen woorden zoekt, moet dus enig geduld meebrengen.

Uiteindelijk bood een chatbot uitkomst door een alternatieve zoekroute aan te reiken. Tot mijn verrassing bracht die niet alleen deze brief boven water, maar ook andere ingezonden stukken die ik ooit ter beoordeling had opgestuurd, en die kennelijk eveneens zijn gepubliceerd zonder dat ik daarvan op de hoogte was gesteld. Een aangename ontdekking, moet ik toegeven, want opname in de krant was tenslotte het doel van het schrijven.

Toch blijft het een beetje merkwaardig. De brievenredactie vraagt nadrukkelijk om een telefoonnummer te vermelden, wat de indruk wekt dat er vooraf contact wordt opgenomen. Dat is in mijn geval blijkbaar niet nodig gebleken.

Hoe dan ook overheerst de tevredenheid. Het is prettig te merken dat inspanningen niet geheel in stilte verdwijnen. Misschien heb ik mijn fifteen minutes of fame inmiddels zelfs ruimschoots overschreden, zij het met enige vertraging.

Van Rossem werd ook gebeld

Maar vooraf. Door een luie donder.

Er werd nog lang nagepraat over de kwestie-Van Berkel. Maarten van Rossem memoreert in zijn podcast hoe Vrij Nederland hem opbelde met de vraag of hij wel echt cum laude was afgestudeerd. Een methodologisch stuitende en ethisch dubieuze werkwijze; een integere journalist begrijpt dat een verklaring van de betrokkene geen verificatie is en raadpleegt direct de objectieve bron of de juiste instantie. Heeft deze redacteur de School voor Journalistiek wel voltooid? Het verschil tussen onderzoeksjournalistiek en primeurjacht is levensgroot; de kloof tussen waarheidsverlangen en roddelzucht zou dat eveneens moeten zijn.

Wat dat aangaat moet ik een compliment maken richting de Volkskrant. In dit geval toonde de redactie aan dat feitelijke verificatie de enige legitieme basis is voor publieke verslaglegging. Waar de een genoegen nam met een lukraak telefoontje, hanteerde de ander de principes van hoor en wederhoor als een wetenschappelijk instrument; niet om een sensatie te bevestigen, maar om de waarheid te isoleren van de ruis. Het bewijst dat journalistiek pas valide wordt wanneer de bewijslast zwaarder weegt dan de verleidelijke snelheid van de primeur. Een dergelijke toewijding aan de bronnen is geen luxe, maar een bittere noodzaak om de erosie van de publieke informatievoorziening tegen te gaan.

De paradox van de agro-industrie

Agro-industrie & boerocratie doen denken aan anarcho-primitivisme: landbouw als bron van een cliëntelistische staat die boeren helpt via subsidies en uitzonderingsregels. Resultaat: een sector die vasthoudt aan een vervuilend overlevingsmodel. En die critici bedreigt.

De begrippen agro-industrie en ‘boerocratie’ vertonen een sterke ideologische verwantschap met het anarcho-primitivisme. Deze stroming voert de wortels van hiërarchie en sociale dwang terug naar de neolithische revolutie: het moment waarop de mens overstapte van het jagen en verzamelen naar vaste landbouw. In deze visie was de ‘uitvinding’ van de boer de noodzakelijke voorwaarde voor de geboorte van de staat, die immers afhankelijk was van belastbare overschotten.

In de moderne tijd heeft de staat de agro-industrie verder vormgegeven via een complex stelsel van prijssteun, garanties en uitzonderingsbepalingen. Dit beleid was primair gericht op schaalvergroting en maximale productie, waarbij de ecologische grenzen vaak ondergeschikt werden gemaakt aan economische belangen. Hierdoor is een systeem ontstaan waarin boerenbedrijven structureel afhankelijk zijn geworden van subsidies en industriële input (zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen).

Deze ‘lock-in’ creëert een situatie waarin de agrarische sector vastzit in een kapitaalintensief model. De weerstand tegen strengere milieunormen komt dan ook voort uit een economisch overlevingsmechanisme: binnen het huidige agro-industriële kader is de overstap naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering voor velen financieel onhaalbaar zonder de volledige afbouw van het huidige systeem.

PS: Ik spreek in het BlueSky-bericht van een cliëntelistische staat, omdat ik wil wijzen op de politieke “vriendjespolitiek” waarbij de staat de agrarische achterban tevreden houdt met gunstige regels in ruil voor steun. Misschien had ik nog beter kunnen kiezen voor het woord corporistisch. Een corporatistische staat kenmerkt zich namelijk door de nauwe verwevenheid tussen de overheid en grote belangengroepen (zoals de agro-industrie). Dit dekt precies de lading van de ‘boerocratie’: een systeem waarin beleid, subsidies en uitzonderingsregels worden afgestemd op de belangen van de gevestigde machtsblokken. En dan is er een nog ontoegankelijker woordencombinatie, namelijk ‘Interventionistische staat’. Dat is een neutrale, wetenschappelijke term voor een staat die de markt kunstmatig stuurt (via die subsidies en prijssteun).