De gekte achter het masker

Dit was niet de manier waarop ze de stad op stelten zouden gaan zetten.

Elias wist het al toen hij de trein uitstapte. De lucht in zijn longen voelde te ijl, zijn voeten te licht. Hij had die ochtend meer koffie gedronken dan de wankele vrede in zijn hoofd kon verdragen. Cafeïne fungeerde als versneller voor de naderende gekte. Terwijl hij richting de binnenstad liep, passeerde hij De Inktpot, het massieve gebouw waarin zijn oude werkgever was gevestigd. Met die UFO op de rand oogde het niet als een kantoorpand, maar als het hoofdkwartier uit de Gouden Eeuw van de comics.

Dualiteit speelt vaak een rol bij striphelden. Wanneer de grenzen tussen de eigen identiteit en de held vervagen, ontstaat er een gevaarlijke synergie. In de psychologie spreekt men bij een bipolaire stoornis vaak over de verhoogde eigenwaarde en de tomeloze energie die een manische of hypomane staat kenmerkt. Bij Batman lijkt het niet anders; de tunnelvisie die nodig is om de stad te redden, laat weinig ruimte voor degenen die naast hem staan.

Elias zag zichzelf staan. Niet als de man die een afspraak had met een goede vriendin, maar als de Dark Knight die vanaf de daken neerkeek op een stad die hij naar zijn hand ging zetten. Het was een kortsluiting in zijn hersenen: de gevels van de Utrechtse panden bogen weg voor het decor van Gotham. Hijzelf loste op in de schaduw van een wreker. Elias kende de manie achter die vermomming als geen ander.

Deze metamorfose is een klassieker waarmee in strips de diepste angsten worden verbeeldt. Bij Batman overstijgt de missie het niveau van een hobby; er openbaart zich een pathologie. Veel critici beschouwen de vleermuis als de werkelijke identiteit, terwijl Bruce Wayne slechts dienstdoet als het vleesgeworden masker om de schijn van normaal op te houden. Waar een personage als Spider-Man worstelt met sociale frictie – Peter Parker probeert zijn huur te betalen terwijl zijn alter ego de wereld redt – kenmerkt de tweespalt bij Batman zich door een grimmiger, existentiëler kaliber.

Het trauma van Wayne drijft hem tot een obsessieve hyperfocus. Vanuit een psychologisch perspectief schuurt dit tegen een dissociatieve staat aan, al behoudt Bruce de regie. Bij Elias nam de biologie de regie nu over. In die koortsachtige toestand degradeerde zijn empathische vermogen tot een bijverschijnsel; een noodzakelijk kwaad dat moest wijken voor de architect van het universum. Een overvloed aan dopamine joeg zijn hersenen op tot een toerental dat geen enkele nuance meer verdroeg; een interne storm die alles wegvaagde ten gunste van die ene, allesoverheersende missie.

De ontmoeting vond plaats in een café aan de Oudegracht. Voor Elias fungeerde haar stem als achtergrondruis bij zijn eigen, schitterende gedachtestroom. Hij was getransformeerd tot een personage; eendimensionaal, onstuitbaar en volkomen onbereikbaar voor de menselijke maat. Terwijl zijn geest ruimte bood aan messiaanse inzichten, waande hij zich in Sin City. De bravoure waarmee hij die denkbeeldige wereld dacht te redden, voelde in zijn hoofd heroïsch, maar in de praktijk van de middag bleef daar niets van over. Het reduceerde zijn gedrag tot een staaltje vermoeiende egomanie.

Pas uren later, toen de zon zakte en de koortsige glans van de dag begon af te nemen, kwam hij bij. In de stilte van de terugreis besefte hij wat hij had aangericht. Haar aandoening, die allesoverheersende factor in haar leven – de reden ook dat ze soms met moeite haar koffiekopje tilde – was in zijn tunnelvisie niet meer dan een voetnoot geweest. Terwijl hij zijn eigen bedreigde fantasiewereld bestierde, had hij haar onherroepelijk in de steek gelaten. De Batman in hem had het stuur overgenomen met een arrogantie die geen tegenspraak duldde. Zijn neurologie verklaarde de drang, de verhoogde eigenwaarde en de tomeloze energie, maar zij wiste niet de schuld uit. Hij schaamde zich diep, maar helaas wel te laat.

De stad was die dag inderdaad onveilig geweest. Alleen was hij zelf de schurk van het verhaal geworden.

Terug naar normaal (eigen foto, genomen op maandag 22 maart 2026). De Inktpot staat in Utrecht bekend als het grootste bakstenen monument van Nederland. Oorspronkelijk gebouwd als het vierde administratiegebouw van de Nederlandse Spoorwegen (HGB IV), is het inmiddels de zetel van de spoorbeheerder ProRail. Het gebouw werd tussen 1918 en 1921 opgetrokken onder leiding van architect George van Heukelom. Vanwege de materiaalschaarste na de Eerste Wereldoorlog moest men creatief zijn. Omdat bakstenen schaars waren, kocht de NS zelf twee steenfabrieken en een houtbedrijf op om de aanvoer te garanderen. In de fundering zijn oude spoorstaven verwerkt; een vroege vorm van hergebruik die de constructie een ijzersterke basis gaf. Het gebouw is gigantisch, met kilometers aan gangen en honderden kamers. Ter gelegenheid van de tentoonstelling Panorama 2000 plaatste kunstenaar Marc Ruygrok een UFO op de hoek van de dakrand. Het is 12 meter breed en geeft ’s avonds licht. Hoewel de buitenkant van het gebouw doet denken aan de Amsterdamse School of de vroege zakelijkheid, is het interieur minstens zo fascinerend. We zien daar veel Art deco invloeden; veel van het originele meubilair en de tegeltableaus zijn bewaard gebleven. Het gebouw bevat twee interne watertorens die vroeger de druk op de waterleidingen van het spoorwegnet reguleerden.

P.S.1: Bij Peter Parker ligt de focus minder op een gespleten psyche en meer op de sociale frictie. Hij is in de eerste plaats een mens die toevallig superkrachten heeft. Hij probeert z’n huur te betalen, tentamens te halen en relaties te onderhouden. De Spider-Man vermomming vormt de uitlaatklep voor zijn verantwoordelijkheidsgevoel. Zijn twee kanten zitten elkaar constant in de weg; als Spider-Man een bankoverval stopt, komt Peter Parker te laat op zijn werk. Als we kijken naar wie de meest ultieme dualiteit toont, komen andere stripfiguren nog sterker naar voren. Two-Face is de letterlijke verpersoonlijking van gespletenheid (goed vs. kwaad). The Hulk toont een biologische en psychologische splitsing; ratio (Banner) versus instinct (Hulk). Superman is de omgekeerde Batman; Clark Kent is het masker dat door een god wordt gedragen om erbij te horen. Hoewel Batman een diepe, duistere tweespalt kent, is Spider-Man waarschijnlijk degene die het meest tastbaar worstelt met het combineren van twee levens. We noemen Spider-Man een klassieke superheld: zijn kracht, reflexen en ‘spider-sense’ zijn genetisch veranderd. The Hulk en Superman vallen hier ook onder. De term ‘Super’ slaat direct op hun bovennatuurlijke status.

P.S2: Bruce Wayne heeft een schaduwkant en een civiele kant. Strikt genomen is hij een costumed vigilante (gemaskerde burgerwacht). Hij heeft geen superkrachten; zijn ‘kracht’ komt voort uit extreme training, technologische gadgets en een onuitputtelijke banktekening. In de academische analyse van strips wordt hij vaak een ‘Mystery Man’ genoemd, een term die stamt uit de jaren ’30 voor helden die hun identiteit verbergen om de wet in eigen hand te nemen. Zijn trauma (de moord op zijn ouders) drijft hem tot een obsessieve strijd tegen de misdaad. Als burger fungeert Wayne als filantroop en playboy. Vanuit een psychologisch perspectief zou je dit kunnen linken aan concepten uit de persoonlijkheidsleer, zoals de dissociatieve identiteitsstoornis, al voldoet Bruce zelden aan alle klinische criteria aangezien hij volledige controle en herinnering behoudt over beide rollen.
Batman ging lang geleden op in zijn alter ego; zijn menselijke kant vormt een goed geregistreerd toneelstukje voor de buitenwacht. In Gotham bestaat er geen ruimte voor twijfel. Batman is niet zomaar een man in een pak; hij is een rigide constructie van pure wilskracht en hyperfocus. Voor de buitenwacht lijkt dit misschien op discipline, maar van binnen is het een allesverslindende stroomversnelling.

P.S.3: Of je nu een duistere miljonair bent met een voorliefde voor vleermuispakken of een student met geldgebrek; de dualiteit speelt vaak een rol bij striphelden. Wanneer de grenzen tussen de eigen identiteit en de held vervagen, ontstaat er een gevaarlijke synergie. In de psychologie spreekt men bij een bipolaire stoornis vaak over de verhoogde eigenwaarde en de tomeloze energie die een manische of hypomane staat kenmerkt. Je wordt, net als Batman, de architect van je eigen universum. De stad ligt aan je voeten; elk detail is scherp en elk obstakel lijkt slechts een test van je eigen superioriteit. Maar waar Batman de controle claimt te hebben, daar neemt de bipolariteit de regie ongevraagd over. De vergroeiing met dat alter ego – die almachtige staat waarin rust een belediging is en actie de enige waarheid – heeft een hoge prijs. Terwijl Batman zweeft boven de straten, verliest hij het contact met de grond. Het is in deze staat dat de held de overhand krijgt en de menselijke connectie naar de achtergrond verdwijnt. De tunnelvisie die nodig is om de stad te redden, laat geen ruimte voor de behoeften van degenen die naast je staan.

Van schaamteloos naar schaamrood

Op een demonstratie van hopeloze hofmakerij volgde een exposé van idiote inschikkelijkheid.

Wie had dat gedacht? In een verwoede poging de ‘lijnen open te houden’, mogen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima logeren in het Witte Huis; een ‘eer’ die maar weinig buitenlandse staatshoofden te beurt valt. Premier Rob Jetten staat vierkant achter het plan, want, zo impliceerde hij met diplomatieke ernst, het is essentieel om in gesprek te blijven. Trump heeft ook al eens in Paleis Huis ten Bosch geslapen; volgens de diplomatieke etiquette kun je zo’n uitnodiging dan niet zomaar afslaan. Het is een kwestie van ‘geven en nemen’ (tit for tat); of in dit geval: ‘slapen en laten slapen’, waarbij Klaas Vaak kwistig zand in de ogen mag strooien.

De slijmerige smeermiddelen genaamd protocol, etiquette en loyaliteit zijn slechts verschillende tinten van eenzelfde kleur: het schaamteloos oranje.

Als republikein – en laat ik heel duidelijk zijn: we hebben het hier over de nobele leer van het antimonarchisme, niet over de Amerikaanse variant waar ik me met hand en tand tegen verzet – bekijk ik deze diplomatieke ongerijmdheden met afschuw. Het is een tragikomedie in optima forma: de Koninklijke familie, gevangen in een diplomatieke spagaat, genegen om de lijnen open te houden met een gek. Het is de ultieme paradox om openingen te willen creëren die inhoudloos blijven. In een staat zonder monarchie en een sterke regering zou een gezond gevoel van verlegenheid ontstaan met deze situatie.

Die zou zo’n karige knieval richting een ontspoorde autocraat onwenselijk achten en meteen een hotel boeken. Desnoods op onze kosten; als we daardoor op een normale manier met onze schaamte uit de voeten konden.

Ondertussen in de rechtse roedel…

Mona, de parmantige show-poedel, heeft haar wonden gelikt en laat alle zogenaamde alfamannetjes nog even in het ongerede.

Natuurlijk zal dit slinkse nest niet rusten voordat alle neuzen haar kant op wijzen. Het gaat niet goed met de opperbazen in de Boreale bossen van Teutholia. Blafhond Geert had teveel afscheiding na de laatste coupe. De hooghartige bloedhond Markusz liep een vette kluif mis en blaft nu al een toontje lager. De potsierlijke Teckel Thierry verliet zijn roedel overhaast en keerde terug met hangende pootjes, wat een slappe indruk maakte. Kettinghond Henk kan alleen het boerenerf bewaken en laat zijn oren teveel hangen naar, de niet minder voorspelbare, one-trick pony Van der Plas. De Eerdmanterriër tenslotte baalt dat zijn alfavrouwtje vaker wordt aangehaald door asielhoudster Jinek dan hij.

Begin 2026 leek de politieke pikorde op rechts te wankelen. Zeven PVV-Kamerleden, onder leiding van Gidi Markuszower, scheidden zich af van Geert Wilders. Hun plan was even ambitieus als opportunistisch; ze maakten aanspraak op een ‘bruidsschat’ van ruim 1,3 miljoen euro uit de fractiereserves. Met dit kapitaal wilden zij een eigen machtsblok vormen en zelfs een strategische alliantie aangaan met de BBB van Mona Keijzer om het minderheidskabinet-Jetten over rechts te gijzelen. De werkelijkheid bleek echter hardvochtig voor de afsplitsers. Het presidium van de Tweede Kamer – waar hun voormalige alfa, Geert Wilders, zelf in meebesliste – stak een stokje voor de uitbetaling. Door hun vertrek juridisch te bestempelen als een ‘afscheiding’ in plaats van een ‘splitsing’, bleven de miljoenen in de kas van Wilders. De politieke isolatie werd compleet toen ook de flirt met de BBB mislukte; Mona Keijzer werd door haar eigen partij gepasseerd, mede vanwege haar geheime toenadering tot de groep. Wat restte was een roedel zonder tanden en zonder budget; gedwongen om met hangende pootjes terug te keren in de marge van het parlement. De likorde op rechts zal opnieuw moeten worden bevochten.

De Booleaanse bilnaad

Waarom een strak notenapparaat altijd voor de nodige spanning zorgt.

Ik heb een vriend die op de HAN in Nijmegen werkt. Hij is een hogepriester van de bronvermelding. Hij leert medisch personeel in opleiding hoe ze de weg vinden in de krochten van PubMed, alsook hoe ze verwijzingen naar vakliteratuur volgens de zogenaamde APA-richtlijnen vorm moeten geven. Kortom: hij weet alles van het ‘notenapparaat’ van een scriptie.

Soms stuurt hij me een e-mail waarin hij een noodkreet van een student deelt. Zo’n student typt een wanhopige zoekstring – een soort van tekstueel precisiefilter – om die ene specifieke studie over oorontstekingen bij baby’s te vinden. En mijn vriend? Die reageert dan met de triomfantelijke bezetenheid van de ware vakidioot.

Uit overwegingen van discretie is bij de begeleidende afbeelding gekozen voor een pantalon; de visuele spanning van de daadwerkelijke superstring bleek technisch niet verantwoord. De bedoeling van de afbeelding lijkt mij echter volkomen duidelijk: voor de besproken vriend is het creëren van de juiste zoekstring geen hobby meer; het is pure hogedruk-acrobatiek in de bilnaad van de database.

Vervolgens ontvang ik zijn verbeterde versie. Nu moet de lezer weten: voor mij is zo’n zoekstring pure abracadabra. Het is een visuele diarree van haakjes, aanhalingstekens en MesH Terms*. Om het voor mezelf een beetje behapbaar te maken (en om zijn academische borstklopperij een tikkeltje te temperen), moet ik het vertalen naar beelden die ik wél snap.

Ik zie dan een kledingstuk voor me. De zoekpoging van de studente is een lubberend confectieslipje van de Wibra; het dekt de lading wel, maar er zit geen enkel model in. Mijn vriend komt vervolgens met zijn kleermakerskrijtje. Hij verplaatst een koppelteken, zet een hoofdletter bij de ‘Anti-Bacterial Agents’ en snoert de boel met zijn binaire precisie zó strak aan, dat er een herenmodel ontstaat dat van achteren vervaarlijk in de bilnaad snijdt.

Een zoekstring die zó strak staat dat hij de ‘diepte’ opzoekt aan de achterkant, moet aan de voorkant de spanning ergens vandaan halen. En die trekkracht is er: deze zelfvoldane voetnootprins blijkt een enorme ‘boner’ te krijgen van zijn eigen prestaties. Dat is geen kritiek. Het gaat per slot om maatwerk. Ik schreef hem dat ik ook wel eens grootheidswaan voel van mijn teksten. Bij hem concentreert de trots zich zo op één plek dat het een medisch wonder is dat er nog bloed naar zijn hersenen stroomt; maar ik begrijp de opwinding.

De anatomie van de superstring

Voor wie zich durft te wagen aan de rauwe werkelijkheid van een PubMed-expert: hieronder de transformatie van een hulpvraag naar een superstring. Eerst de vraag van de studente:

Ik ben bezig met een afstudeerproject met een literatuuronderzoek. Ik heb via een eerder gepubliceerde systematic review een passende studie gevonden maar ik krijg deze niet gevonden met zoektermen… Mijn zoekstring tot heden zal ik onderstaand delen.’

Hier de zoekstring van de studente:

(“otitis media”[MeSH Terms] OR “otitis media, suppurative”[MeSH Terms] OR “otitis media”[Title/Abstract] OR “middle ear infection”[Title/Abstract]) AND (“child“[Title/Abstract] OR “infant“[Title/Abstract] OR “children”[Title/Abstract]) AND (“anti bacterial agents”[MeSH Terms] OR “amoxicillin”[MeSH Terms] OR “amoxicillin potassium clavulanate combination”[MeSH Terms] OR “amoxicillin”[Title/Abstract] OR “augmentin”[Title/Abstract]) AND (“placebos”[MeSH Terms] OR “placebo-controlled”[Title/Abstract] OR “placebo*”[Title/Abstract] OR (“wait”[Title/Abstract] AND “see”[Title/Abstract]) OR “watchful waiting”[Title/Abstract]) AND (“pain”[Title/Abstract] OR “otalgia”[Title/Abstract] OR “symptom resolution”[Title/Abstract])

Mijn vriend begrijpt direct dat de MeSH-termen niet strak zitten. Zijn verbeterde versie ziet er zo uit:

(“Otitis Media”[MeSH] OR “Otitis Media, Suppurative”[MeSH] OR “otitis media”[Title/Abstract]) AND (“Infant”[MeSH] OR “Child”[MeSH] OR child*[Title/Abstract]) AND (“Anti-Bacterial Agents”[MeSH] OR “Amoxicillin”[MeSH]) AND (“treatment outcome”[MeSH] OR “clinical cure”[Title/Abstract])

*Waarom dit een superstring is.

(Hier moest AI mij heel erg bijstaan. Ik neem het niemand kwalijk dat hij dit gedeelte overslaat.)

1. De “Officiële” Labels (MeSH)

De student gebruikt vaak alleen maar woorden die in de titel of samenvatting staan ([Title/Abstract]), maar mijn vriend dwingt de database naar de officiële trefwoorden:

  • Student: "anti bacterial agents" (gewoon een tekstgegeven)
  • De Expert: "Anti-Bacterial Agents"[MeSH]Hier zie je de precisie: de hoofdletters en het koppelteken zijn essentieel. Zonder die verbinding snijdt de broek niet.
2. De Logische Samenvoeging

Mijn vriend ziet dat de student drie verschillende termen voor kinderen gebruikt die eigenlijk dubbelop zijn. Hij brengt dat terug naar de essentie:

  • Student: ("child*" OR "infant*" OR "children")
  • De Expert: ("Infant"[MeSH] OR "Child"[MeSH] OR child*[Title/Abstract])Hij vangt hiermee zowel de officiële medische categorie als de losse zoektermen in één strakke beweging.
3. De Primaire Uitkomst (De “Boner” van de expert)

Dit is het stukje waar hij echt laat zien dat hij de materie begrijpt. Hij voegt termen toe waar de student niet eens aan had gedacht, zoals treatment outcome.

  • De toevoeging van de expert: "treatment outcome"[MeSH] OR "clinical cure"[Title/Abstract] OR "treatment failure"[Title/Abstract]

Kortom?

Waaraan herkent men de meester, cq de superfreak?

  • Correctie op spelling: Van anti bacterial naar het officieel geregistreerde Anti-Bacterial Agents.
  • Efficiëntie: Het verwijderen van overbodige herhalingen zoals child* versus children.
  • Medische diepgang: Het toevoegen van uitkomstmaten zoals treatment failure die de student over het hoofd zag.

P.S. Voor de niet-ingewijden: de titel van dit blogbericht is geen toeval. In de wiskunde en de informatica verwijst ‘Booleaans’ naar de logica van George Boole. Hij is de grondlegger van wat we nu de Booleaanse algebra noemen, en de kern daarvan bestaat uit de verbindingen: AND, OR en NOT. De hele digitale wereld (computers, zoekmachines, AI) draait op de binaire logica die hij in 1847 en 1854 publiceerde. Boole bedacht dat je logische redeneringen kunt vertalen naar wiskundige vergelijkingen. In plaats van getallen gebruik je waarheden:

  • AND: Beide voorwaarden moeten waar zijn.
  • OR: Ten minste één van de voorwaarden moet waar zijn.
  • NOT: Een voorwaarde moet expliciet worden uitgesloten.

Tirannie verpakt in vrijheid

Dat het land al heel lang ziek is, had iedereen kunnen weten.

Dat de VS een ‘liability’ zouden worden, hadden we niet voorzien in de tijd dat ze ‘alleen maar’ dictators in hun achtertuin in het zadel hielpen. Toen burgerrechten werden geschonden, noemden we dat binnenlandse aangelegenheden. Het waren waarschuwingen. Grote broer bleek een gewelddadige moralist.

Toen de VS vol trots hun democratie exporteerden naar bevriende naties, had het al veel weg van idealisme met een teveel aan spierballen. Maar wij zagen daarin nog niet de proefversie van iets dat later intern — binnen hun eigen nog wankele rechtsstaat — vervaarlijk zou worden uitgehold. En het kon ons kennelijk weinig schelen dat ze die democratische idealen niet in hun eigen achtertuin duldden.

In die nabijgelegen invloedssferen creëerden de VS bewust bestuurlijke ontwrichting en chaos. Ze faciliteerden dictators van twijfelachtige regimes en verkochten hen staatsgrepen als stabiliteitsupdates van een computersysteem. Wij beschouwden dat blijkbaar als normale buitenlandse politiek, want hoewel Nederland een kwart eeuw geleden nog veel linkse stemmers telde, ontstond er maar weinig effectief verzet.

Ook in hun eigen opbouwstaat werd de rassenscheiding nog lang met vlagvertoon verdedigd en werden burgerrechten met tegenzin toegekend. We noemden dat een pijnlijk verleden, en onderkenden daarin niet een blijvende bestuursstijl. Toch veranderde er in de VS niet snel iets ten goede, hoezeer de juiste weg ook met veelbelovende woorden door opeenvolgende presidenten werd uitgestippeld en beleden.

Wij beschouwden al dat wanbeleid aan de andere kant van de oceaan als ruis in de marge, in plaats van als tekens aan de wand. Dat de VS zelf ooit een geopolitieke bedreiging voor ons zouden worden, kwam gewoon niet voor in het draaiboek. Zo’n plotwending was te ondenkbaar; die stond niet op de verpakking van hun geopolitieke ondernemerschap, dat ons overigens veel prachtige overzeese producten opleverde.

Een deel van de pers in Amerika heeft kans gezien om gevrijwaard te blijven van corruptie. Zij stelt de misstanden geloofwaardig aan de kaak. Ik wilde iets visueels gebruiken in mijn blogbericht en vond gemakkelijk wat ik zocht. Er bestaan krantenpagina’s met foto’s en koppen over Amerikaanse betrokkenheid bij staatsgrepen en steun aan dictatoriale regimes. Protestfoto’s uit de jaren ’50 tonen demonstranten vóór het Witte Huis tegen Latijns‑Amerikaanse dictators waar de VS mee omgingen. Dat illustreert dat Amerikaanse betrokkenheid al vroeg controversieel was.

Een voorpagina van The New York Times van 20 augustus 1953, die een door Amerika gesteunde staatsgreep in Iran (tegen premier Mohammad Mossadegh) in beeld brengt, is berucht. De krant doet verslag van het omverwerpen van een gekozen leider en de perceptie daarvan. Dit is historisch relevant omdat het een van de duidelijkste voorbeelden is van een Amerikaanse rol bij het verwijderen van een niet-communistische, democratisch gekozen leider; een gebeurtenis die veel historici als symbool gebruiken voor latere invloeden in Latijns-Amerika en elders.

Documentatie van Amerikaanse steun aan regimes zoals in Brazilië (1964) of Congo (met Mobutu) bevat foto’s in kranten en archieven. De hierboven afgebeelde voorpagina toont de tekst “Senators see FBI report on Kissinger and wiretapes” naast beelden van de VS die een dictatuur in Chili steunen. De historische nieuwsgebeurtenissen rond Watergate, wiretapping, en de kwalijke rol van Kissinger zijn ook elders uitgebreid beschreven en in beeld gebracht; vaak op de voorpagina van grote kranten.

De fascinerende rol van de Washington Post in de oude, nog objectieve, hoedanigheid, hoef ik hier niet te memoreren. Toen de Pentagon Papers werden gepubliceerd, stond dat prominent op de voorpagina van The New York Times in 1971. Dat verhaal legde de focus op geheime, controversiële Amerikaanse buitenlandse politiek en de Vietnam‑oorlog. In de jaren 1970 waren er veel voorpagina‑koppen in Amerikaanse kranten over Watergate, de Nixon‑administratie en de publieke verontwaardiging over illegale afluisterpraktijken.

De vrije pers in de VS bestond en bestaat. De verontwaardiging was er altijd en is momenteel weer groeiende, nu er een absolute gek aan de macht blijkt. De pers roert zich, de democraten hervinden hun kracht en wij hier lijken inmiddels ook helemaal klaar met de geweldadige narcist die de wereld tart met zijn waanzin. We lazen de handleiding van de zieke staat wat laat. Maar nu zijn we wakker.

Weigh ‘Em by Their Creativity

About the Pathologization of Psychiatry.

In haar eerdere werk, Grab ‘Em by the Frontal Lobe, luidde Ronda Dolan Vernon de noodklok over de politieke bezetting van onze ratio. In haar nieuwste boek, Weigh ‘Em by their Creativity, gaat ze een stap verder. Ze onderzoekt hoe de psychiatrie, onder druk van een regime dat obsessief streeft naar conformiteit, is veranderd in een meetinstrument dat zelfs de meest vitale menselijke eigenschap — creativiteit — probeert te vangen in pathologische categorieën.

Vernon bouwt voort op het fundament van Jeffrey Lieberman. Waar Lieberman in Shrinks waarschuwde tegen de onwetenschappelijke diagnose, laat Vernon zien hoe “wetenschap” nu juist wordt misbruikt om originaliteit de kop in te drukken. De titel verwijst naar een sinistere verschuiving: we kijken niet langer naar wat een mens kan bijdragen, maar we “wegen” hun creativiteit om te bepalen of ze nog wel binnen de door de staat gedefinieerde normen vallen.

In deze recensie vallen drie scherpe observaties van Vernon op:

  • De “Divergentie-fout”: Vernon beschrijft hoe complexe neurale netwerken die geassocieerd worden met creatief denken (zoals het Default Mode Network) onder het huidige regime systematisch worden gelabeld als “disfunctioneel”. Wat vroeger een excentrieke visie was, wordt nu gepathologiseerd als een aandachtsstoornis of een gebrek aan cognitieve discipline.
  • De banalisering van het genie: De auteur legt uit dat wanneer we creativiteit gaan “wegen” met gestandaardiseerde psychiatrische tests, we de essentie ervan banaliseren. Ze geeft voorbeelden van hoe de minister van Gezondheidszorg algoritmes inzet die afwijkend denkgedrag signaleren als een potentieel risico voor de publieke orde. Hier wordt de psychiater niet langer een genezer, maar een keurmeester van de geestelijke eenheidsworst.
  • De uitholling van de grijze stof: Vernon maakt een briljante neurologische sprong door te stellen dat de pathologisering van creativiteit leidt tot een fysiologische verschraling. Als een samenleving elke vorm van “out-of-the-box” denken medicinaal onderdrukt, stopt de cortex met het maken van nieuwe, onverwachte verbindingen. We creëren een collectieve “neurologische stilstand”.

    Weigh ‘Em by their Creativity is een ijzingwekkende analyse van een vakgebied dat zijn kompas is kwijtgeraakt. Vernon stelt dat de psychiatrie haar wetenschappelijke integriteit alleen kan terugwinnen door te stoppen met het “wegen” van mensen en weer te gaan kijken naar de unieke biologie van de geest. Het is een boek dat je dwingt om na te denken over de vraag: als we alles wat ons creatief en uniek maakt gaan diagnosticeren als een afwijking, wat blijft er dan nog over van de menselijke ervaring? De banalisering is hier niet alleen een medische fout; het is een existentiële dreiging.

    Vernon, R. D. (2026). Weigh ‘em by their creativity: About the pathologization of psychiatry. Cum Suis Publishers.

Grab ‘Em by the Frontal Lobe

About The Trivialization of Psychiatry

Toen Jeffrey Lieberman in 2015 zijn veelgeprezen werk Shrinks: The Untold Story of Psychiatry publiceerde, vierde hij de triomf van de rede. De psychiatrie was volgens hem eindelijk ontsnapt aan de schaduw van de pseudowetenschap en stevig verankerd in de medische biologie. Nu, ruim tien jaar later, concludeert Ronda Nolan Vernon in haar provocerende nieuwe boek dat die overwinning van korte duur was. In Grab ‘Em by the Frontal Lobe beschrijft zij hoe de moderne psychiatrie niet alleen wordt bedreigd door kwakzalvers, maar zelfs door een heel politiek regime dat de biologische fundamenten van het menselijk handelen banaliseert.

Vernon gebruikt Liebermans geschiedenis van de psychiatrie als een pijnlijk contrastmiddel. Waar Lieberman beschreef hoe we leerden de hersenen te begrijpen, beschrijft Vernon hoe we die kennis nu doelbewust laten verwateren. De titel is een vlijmscherpe knipoog naar de beruchte uitspraak van Donald Trump, maar Vernon geeft er een neurologische draai aan: de huidige machthebbers hebben niet alleen de sociale omgangsvormen gegrepen, ze hebben een greep gedaan naar de frontaalkwab van de natie.

Het centrale argument van Vernon is dat de banalisering van de psychiatrie onder het regime van Trump en zijn ministerie van Gezondheidszorg een systematische aanval is op de functies van de prefrontale cortex. Zij stelt dat de “onkundige benadering” van de overheid de psychiatrie heeft gereduceerd tot een triviaal instrument:

  • De normalisering van ontremming: De frontaalkwab is de zetel van onze inhibitie en impulsbeheersing. Vernon betoogt dat wanneer de hoogste leider van een land pathologische ontremming etaleert, de psychiatrie voor een onmogelijke keuze komt te staan: diagnosticeren we dit gedrag, of normaliseren we het? Door te kiezen voor het laatste, is de psychiatrie als medisch specialisme in een vrije val geraakt.
  • Wetenschappelijke uitholling: Vernon geeft ontluisterende voorbeelden van hoe het ministerie van Gezondheidszorg psychiatrische expertise negeert ten gunste van populistische retoriek. De complexe biologie van de frontaalkwab — verantwoordelijk voor planning en moraliteit — wordt door de overheid weggezet als “elitaire wetenschap”. Hiermee wordt de psychiatrie teruggeduwd in de hoek van de subjectieve mening, precies waar Lieberman het vakgebied uit wilde trekken.
  • De banalisering van pathologie: Wanneer klinische termen als “narcisme” of “cognitieve dissonantie” dagelijks op Twitter worden rondgeslingerd door onkundige politici, verliezen ze hun medische gewicht. Vernon toont aan dat dit leidt tot een tragische devaluatie van de zorg voor de patiënten die Lieberman voor ogen had: de mensen met werkelijke, invaliderende neurologische aandoeningen.

Grab ‘Em by the Frontal Lobe is een vlammend pleidooi voor de bescherming van de ratio. Vernon laat zien dat de psychiatrie niet kan overleven in een politiek klimaat dat de functies van de frontaalkwab — logica, empathie en zelfbeheersing — actief ondermijnt. Het is een boek dat de lezer dwingt om opnieuw naar de hersenen te kijken: niet alleen als een verzameling cellen, maar als het laatste bastion tegen een regime dat de waarheid banaliseert.

Zoals Lieberman de opkomst van de psychiatrie beschreef, zo beschrijft Vernon de belegering ervan. Het resultaat is even briljant als verontrustend.

Vernon, R. D. (2026). Grab ‘em by the frontal lobe: About the trivialization of psychiatry. Cum Suis Publishers.

Geachte klachtenfunctionaris van huisartsenpraktijk [naam],

Onderwerp: Vraag over zorgplicht en inschrijving bij huisarts

Geachte heer/mevrouw,

Ik wend mij tot u met een vraag die betrekking heeft op de handelwijze van een huisarts, zoals ervaren door een kennis van mij.

Deze persoon staat al geruime tijd ingeschreven bij dezelfde dokter. Gedurende deze jaren was zij grotendeels klachtvrij, waardoor er weinig tot geen contact is geweest tussen haar en de arts.

Recent is zij echter in een levensfase beland waarin zij wél een concrete zorgvraag heeft. Toen zij zich hiervoor bij haar huisarts meldde, werd haar op strenge toon medegedeeld dat zij te ver van de praktijk zou wonen en dat zij om die reden geen beroep (meer) zou mogen doen op zijn zorgverlening.

Dit roept bij mij enkele fundamentele vragen op:

  1. Waarom is deze afstandskwestie niet eerder aan de orde gesteld, bijvoorbeeld op het moment van inschrijving of gedurende de jaren dat zij bij deze huisarts stond ingeschreven?
  2. Waarom wordt dit nu pas een probleem, op het moment dat er daadwerkelijk een zorgvraag ontstaat?

Voor zover mij bekend ontvangen huisartsen een structurele vergoeding per ingeschreven patiënt. In dat licht is het moeilijk te begrijpen waarom niet eerder is vastgesteld dat de woonafstand kennelijk onverenigbaar zou zijn met het leveren van zorg.

De ontstane situatie wekt de indruk — en ik formuleer dit nadrukkelijk als een zorg, niet als beschuldiging — dat een patiënt zonder zorgvraag probleemloos ingeschreven kon blijven, terwijl diezelfde patiënt op het moment dat zij wél afhankelijk wordt van zorg plotseling als ‘te ver weg’ en daarmee als problematisch wordt beschouwd.

Graag verneem ik van u hoe dit handelen zich verhoudt tot de zorgplicht, de professionele verantwoordelijkheid van de huisarts en de geldende ethische en juridische normen binnen de eerstelijnszorg.

Met vriendelijke groet,

Ronald van Noorden

Naam van de huisartsenpraktijk is bij de redactie bekend.

Alternatieve covers

Zou, wat makkelijk was voor Ron, niet te eenvoudig worden voor onze lezer?

Onze bewaker Ron draagt in zijn vrije tijd graag vrouwelijke kleding. Dat zou, in een wereld met iets meer verbeeldingskracht en iets minder protocol, op het werk misschien ook moeten kunnen. Maar zo’n wereld is dit sanatorium helaas nog niet. Als CEO van Sanatorium Nervosa heb ik daar destijds toch een stokje voor gestoken; niet uit afkeer, niet uit angst, maar uit dat eigenaardige mengsel van verantwoordelijkheidsgevoel en institutionele lafheid dat zich zo graag vermomt als redelijkheid.

Even voor de duidelijkheid: Ron behoort tot geen enkele afkorting in het LHBTIQA-spectrum. Ron draagt in zijn vrije tijd graag vrouwelijke kleding. Er wordt in het boek niets gezegd over zijn genderidentiteit, noch over zijn seksuele oriëntatie. Kledingvoorkeur is genderexpressie, en die valt niet automatisch onder LHBTIQA-categorieën. Juist het feit dat hij niet netjes in een letter past is zijn kracht. Mocht men Ron willen onderbrengen in een afkorting, dan zou dat vooral iets zeggen over de behoefte van de lezer om orde aan te brengen, niet over Ron.

Ik zei: Was het maar zo makkelijk voor onze Ron, en meende dat ook. Want Ron bekleedt nu eenmaal een representatieve en gezagdragende functie, en gezag is hier een kostbaar, broos goed dat wij angstvallig proberen te bewaren door het zo herkenbaar mogelijk te houden.

Dat zegt waarschijnlijk meer over het sanatorium dan over Ron. Of over mij. Misschien over ons allemaal. Want terwijl Ron ’s avonds moeiteloos zichzelf kan zijn, moet hij overdag het uniforme gezicht dragen dat wij veiligheid noemen. En ik, ik draag het jasje van degene die beslist waar expressie ophoudt en functie begint. Discrimineer ik daarmee? Mogelijk. Maar dan wel op die keurige, weloverwogen manier die zich verschuilt achter woorden als context, kwetsbaarheid en orde. Dit boek is geen verontschuldiging, geen aanklacht en geen beleidsstuk. Het is hooguit een poging om Ron ruimte te geven waar ik die eerder heb ingeperkt; op papier, waar gezag minder dwingend is en kleding eindelijk mag zeggen wat zij altijd al wist.

Om veiligheidsredenen heeft Ron van E. (Dr. No) ervoor gekozen om niet op foto’s te verschijnen. Uiteraard blijft ook de achternaam van onze bewaker voor het publiek verborgen. Sommige bewoners van psychiatrische ziekenhuizen verblijven daar op gerechtelijk bevel in plaats van uit eigen keuze. Dit maakt het van cruciaal belang om streng te controleren wie het gebouw verlaat. Beveiligers ontvangen daarom vaak dagelijkse updates over wie wel en niet naar buiten mag of het gebouw mag verlaten. Evenzo kunnen artsen beperken wie een patiënt mag bezoeken, vooral als de bezoeker een gevaar vormt voor de patiënt. Beveiligers moeten erop toezien dat elke bezoeker geautoriseerd is en geen verboden voorwerpen, zoals wapens of drugs, het ziekenhuis binnenbrengt.

Alle medewerkers van psychiatrische ziekenhuizen hebben de plicht de privacy van patiënten te beschermen, maar beveiligers in psychiatrische instellingen weten vaak meer over patiëntgeschiedenissen dan collega’s in reguliere ziekenhuizen. Zo kunnen beveiligers aanwezig zijn bij therapiesessies of op de hoogte zijn van de dosering van medicatie die een patiënt gebruikt om angst te verminderen. De wet verbiedt beveiligers deze informatie met wie dan ook te delen — zelfs met familieleden — zonder specifieke, schriftelijke toestemming. Ik durf te stellen dat Dr. No op een bepaald moment in onze relatie meer over mij wist dan mijn verloofde.

Beveiligingsmedewerkers in psychiatrische ziekenhuizen vervullen vele rollen: van het beschermen van artsen en verpleegkundigen tot het bieden van gezelschap aan bewoners. In psychiatrische ziekenhuizen verblijft een zeer uiteenlopende groep mensen, variërend van personen die hulp zoeken voor relatief lichte psychische aandoeningen tot mensen die zijn opgenomen wegens strafrechtelijke ontoerekeningsvatbaarheid. Goede beveiligers doen daarom geen aannames over bewoners, maar blijven wel voortdurend waakzaam.

Een ongelukkige realiteit van het leven in een psychiatrisch ziekenhuis is dat sommige bewoners een gevaar vormen voor zichzelf. Beveiligers moeten alle bewoners beschermen. Dit kan betekenen dat zij kamers inspecteren op mogelijke risico’s, zoals schoenveters die gebruikt kunnen worden om zichzelf op te hangen. Het betekent ook dat zij moeten inschatten welk niveau van geweld gepast is bij patiënten die de controle verliezen. Zo kan iemand die een psychotische episode doormaakt eigendommen beginnen te vernielen en moet die persoon worden vastgehouden. Een goede beveiliger vermijdt overmatig en langdurig gebruik van dwangmiddelen, terwijl hij er toch voor zorgt dat patiënten geen gevaar vormen voor zichzelf of anderen.

Vooral in instellingen waar strafrechtelijk ontoerekeningsvatbaren verblijven, spelen beveiligers een actievere rol dan in reguliere ziekenhuizen. Het kan zijn dat je wordt toegewezen aan een afdeling die je voortdurend moet patrouilleren, en in sommige gevallen krijg je zelfs de taak een specifieke arts of verpleegkundige te beschermen. Wanneer medisch personeel met een patiënt werkt, kun je bij de gesprekken aanwezig zijn en wordt van je verwacht dat je ingrijpt als de patiënt gevaarlijk wordt.

(fragment uit: https://sanatoriumnervosa.wordpress.com/)