Foyergeilheid

Waarom voorstellingen voor velen slechts een intermezzo zijn bij hun eigen zelfmanifestatie.

Ik heb een tijdlang het twijfelachtige privilege genoten om gratis ballet- en operavoorstellingen bij te wonen. Mijn partner bekleedde een managementfunctie bij een podiumkunstacademie, wat mij transformeerde tot een vaste passant in de coulissen van de hogere kunsten. Mijn werkelijke voldoening haalde ik echter niet uit de spitzen, de stembeheersing, de enscenering of de dramatische coloraturen, maar uit mijn persoonlijke gezelschap: ik zat naast degene van wie ik hield en zag haar oprecht genieten. Dat was een openbaring op zich. Blijkbaar bestonden er mensen die daadwerkelijk voor de kunst kwamen. Voor de rest van de zaal durf ik die stelling namelijk niet zomaar te verdedigen.

Zien en gezien worden.

De foyer is niet slechts een doorgangsruimte; het is het epische centrum van een geraffineerde ‘kijk-mij-eens-parade’. De culturele côterie trekt haar beste kleren aan om zich in deze arena te begeven. Men gaat er niet ‘naar de voorstelling’, men gaat ‘naar het theater’; een subtiel maar wezenlijk verschil. Zonder de foyer zou de zaal waarschijnlijk halfleeg blijven. Ik durf zelfs te beweren dat de voorstelling voor velen slechts het noodzakelijke decorum vormt voor de eigen profilering; een intermezzo dat de sociale interactie vervelend onderbreekt.

In de pauze, te midden van de andere consumenten van hoge cultuur, kan men zijn sociaal kapitaal etaleren als pauwenveren. Men oogst complimenten over de nieuwe designbril of andere uiterlijke trivialiteiten. Men bevestigt elkaars status door middel van een vakkundig gechoreografeerde knik of een luidruchtige lach die net iets te lang aanhoudt, bedoeld om de omstanders te laten weten dat men er is en ‘erbij hoort’. Wat dat betreft functioneert de foyer als een golfclub, zij het met minder openlijke handelstransacties en meer intellectuele pretentie.

Het is een plek van monkeys see, monkeys do voor geparfumeerde primaten; een arena waar de groepsbevestigende dynamiek belangrijker is dan de artistieke overdracht. Sociologisch gezien zijn we hier getuige van wat Thorstein Veblen ‘opzichtige consumptie’ noemde, maar dan toegepast op cultuur. In deze ruimte wordt de sociale cohesie gehandhaafd via een collectief ritueel van zelfmanifestatie, waarbij het côteriegekwezel fungeert als de lijm tussen de verschillende statusposities. Men betaalt niet voor het schouwspel, maar voor de bekrachtiging van de eigen exclusiviteit. Je ziet overduidelijk wie het te doen is om het uiterlijk vertoon en wie de voorstelling louter gebruikt als een moreel vernisje om de eigen superioriteit te bevestigen.

De ‘hyperaanwezigheid’ van de toeschouwer overstemt de act op het podium. In de psychologie noemen we dit ook wel het spotlight effect: de toeschouwer is er zo van overtuigd dat de wereld naar hem kijkt, dat hij bereid is een fortuin neer te leggen voor een tweederangs stoel, zolang die maar in de juiste ruimte staat.

Wat de voorstellingen zelf met mij deden? Ik werd vooral getroffen door de onversneden fysieke rauwproeverij van het geheel. Velen zullen het vloeken in de kerk vinden, maar op YouTube zie je in wezen de perfectie; in de zaal hoorde ik de planken echter vaak door de muziek heen klinken. Ik had dit nooit verwacht. Iedere landing na een sprong van een balletdanser klonk niet als een gewichtsloze droom, maar als een doffe klap van vlees op hout; een herinnering aan de zwaartekracht die de geparfumeerde primaat en de ballerina of danseur noble elk op hun eigen wijze pogen te ontkennen.

Het was een prachtig stukje realisme in een omgeving die van begin tot eind een illusie van perfectie probeerde op te wekken. Terwijl de foyerbezoekers buiten hun uiterste best deden om hun menselijkheid te verhullen achter dure parfums en ingestudeerde meningen, herinnerden de bonkende voeten op het podium mij eraan dat onder al die schone schijn simpelweg een lichaam schuilt dat hard moet werken om niet te vallen.

Uiteindelijk dwingt de actuele controverse rond Timothée Chalamet ons tot een ongemakkelijke eerlijkheid. De acteur beweerde dat we opera en ballet slechts met kunst- en vliegwerk in leven houden, terwijl eigenlijk “niemand er meer om geeft”. Hoewel de culturele wereld collectief over hem heen valt, raakt hij aan een waarheid die de wegblijvers met hun afwezigheid allang hebben onderstreept. Maar de eigenlijke tragiek zit in degenen die er wel zijn. Zoals ik in de foyer heb geobserveerd, is de ‘magie’ van deze voorstellingen voor velen inderdaad een holle frase geworden; een collectieve leugen om de schijn op te houden en de eigen sociale status te legitimeren.

Toch zit Chalamet er op één cruciaal punt naast. “Niemand” is een te groot woord. Tussen de dwingende groepsdynamiek en de ijdelheid van de wandelgangen door, heb ik het privilege gehad om te zien wat er gebeurt als de kunst wel binnenkomt. Ik hoefde daarvoor alleen maar naar de stoel naast me te kijken. Terwijl de rest van de zaal zich in gedachten alweer opmaakte voor de volgende parade bij de bar, was mijn vriendin werkelijk even ergens anders, geraakt door een schoonheid die de zwaartekracht en het sociale toneelspel oversteeg.

Chalamet heeft gelijk dat de sector op een wankel fundament rust, maar zolang er mensen zijn die, ondanks de krakende planken en de rituele gewichtigdoenerij, oprecht ontroerd raken door de rauwe inspanning op het podium, is het te vroeg om de begrafenis van de hoge cultuur in te zetten.

De gepaste schoenfase

Na de teen-condooms leek het nu weer even: hoge hakken, echte liefde.

Een ernstig geval van keuzestress, dat sommigen zouden bestempelen als een luxeprobleem, leidde tot het volgende berichtje van een vriendin vanuit een chique winkel in Utrecht: ‘Totaal ander onderwerp nu, en ik weet dat er veel ergere dilemma’s bestaan, maar waarom zijn er zo veel lelijke schoenen?’

Ik wist dat zij niets zou hebben aan mijn antwoord, maar ik zat nog in de fase van ad rem willen zijn, dus schreef ik, ook vanuit een winkel: ‘Hoe duurder de schoen, hoe groter de kans dat hij eruitziet alsof hij is samengesteld uit restafval van een orthopedische kliniek en een legodoos. Men noemt dit “avant-garde”, maar wij weten wel beter: het is gewoon een sociaal experiment om te zien hoe ver mensen gaan voor een merklogo.’

Omdat ik precies wist wat ik nodig had in de zaak waar ik was – ik bevond mij in de wachtrij van een apotheek – en ik dus tijd genoeg had, maar ook omdat mijn gevoel voor humor nog niet afdoende was aangetoond, liet ik hierop volgen: ‘Ik kan trouwens ook wel een voordeel bedenken. Lelijk schoeisel vormt eigenlijk een beveiligingssysteem. Niemand gaat je overvallen voor een paar patta’s dat eruitziet als twee opgeblazen vissen of Crocs met nepbont.’

Mmm, alweer te matig misschien om echt leuk te lijken, dus waarschijnlijk zouden er nog meer te snel geconstrueerde antwoorden volgen. Eigenlijk demonstreerde ik hiermee precies de reden waarom er overproductie is in de mode-industrie; de kwantiteit moet een soort van sporadische kwaliteit waarborgen. Maar wacht, nu had ik plotseling een hele persoonlijke associatie.

Ik moest opeens aan Elisabeth denken. Wat had ik haar Vibran FiveFingers leuk gevonden. Koddig, guitig, aandoenlijk en schalks, dat waren de woorden die ik aanvankelijk voor haar en haar teenschoenen bedacht. Wat ik er ook zo geweldig aan vond, was dat de dingen zolen van niks bezaten. Elisabeth en ik waren even groot. Ik flaneerde graag met haar.

Toch zou mijn vertedering snel verdwijnen. De afspraak om te gaan hardlopen kreeg een flinke knauw bij haar voordeur, die open en dichtging als ik haar ophaalde. Ik was altijd precies op tijd of net iets te vroeg. Zij was nooit klaar, moest nog van alles doen. Ze duwde me een Duitstalig boek in handen. Zo kon ik de tijd in haar portiek met Goethe doden of een andere ‘echte’ schrijver. Haar schoentjes mochten ook niet naar binnen. Die stonden daar ‘ganz alleinig und barfüßerisch’ voor de dorpel. Zolang zij er zelf niet in zat vond ik ze best bizar.

Ik begrijp niet waarom ze mij zo rigoureus buitensloot. Het leidde er toe dat ik, zittend op de harde rand van een plantenbak, steeds luider ging voordragen. Op een gegeven moment begon mijn gereciteer qua luidheid op de toespraken van Hitler of Goebbels te lijken. Dat vond ze helemaal niet erg. Het enige compliment dat ze mij ooit heeft gegeven is dat ik sprak met een “geloofwaardig hoogduits” accent. En zij kon het weten want ze had het gestudeerd.

Het contact met haar is verbroken. Dat kwam niet door haar schoeisel maar toch: in het bos liep het fout met de voethandschoenen die de natuurlijke bewegingen moesten simuleren. Ze kon het parcours, dat harde en zachte stukken bevatte, alsook passages met wortels en modderige delen, nooit ononderbroken voltooien. De grond bleek ongeschikt, de zolen te dun, haar voeten te gevoelig. Het werd haar allemaal te moeilijk. Waarom kon ik geen route uitstippelen met alleen maar zachte paden?

De basis viel weg. We haalden elkaar uit ons normale ritme. Dat placht liefde ook te doen, maar onze verstoringen bleken niet liefdevol. De vriendin in Utrecht had inmiddels een knoop doorgehakt; ze stuurde een foto van haar aankoop. Ik kon niet zeggen dat ik haar keuze reuze vond. Te hoge hakken misschien. Maar geen probleem uiteraard. Als zij ze aan had, zou alles goedkomen. In die schoenfase zaten we nog.

Uit hun stekker; kortsluiting in Arnhem

Hoe een poging tot cultuurbehoud ontaardde in museumroof.

Speciaal voor de opening van de expositie Bakudengar (Luister naar elkaar) was in een van de grootste zalen van Museum Arnhem een tijdelijk podium opgetrokken, gedrapeerd met een prachtig batikachtig doek. Daarvoor zaten muzikanten met een koloniale achtergrond die gamelanmuziek ten gehore gingen brengen. We zouden getrakteerd worden op een traditioneel welkomslied.

De nieuwe vleugel van Museum Arnhem steekt vijftien meter uit over de stuwwal, waardoor bezoekers ‘zwevend boven de bomen’ van een weids uitzicht over de omgeving genieten. Ze is betegeld met 82.000 unieke, met de hand vervaardigde tegels. Het bijzondere kleurverloop van de tegels op de gevel, van aardse tinten aan de walkant tot ijsblauw aan de zijde richting de rivier, symboliseert de locatie van het museum op de door een gletsjer ontstane stuwwal (een idee van Benthem Crouwel Architects). Over glad ijs gesproken: gauwdiefjes hebben niets aan deze doodlopende gang.

De muziek zwol aan, begeleid door de zang van een dame op leeftijd. Laat ik haar stem, met alle respect voor de traditie, ‘karaktervol’ noemen. Of, voor de minder spiritueel ingestelde luisteraar zoals ik, die er maar niet ‘in’ kon komen: een tikkeltje gammel.

Ik bleef mijzelf wijsmaken dat authenticiteit nu eenmaal schuurt en dat het niet aan de zangeres lag dat ik was afgeleid. Een zeldzaam moment van zelfkennis, want de realiteit gaf me direct gelijk. Mijn concentratie werd namelijk niet op de proef gesteld door de zangkunst, maar door een nabijstaande video-installatie. Onder het scherm daarvan hing een dozijn koptelefoons aan haakjes, waaruit het schelle geluid ontsnapte van een koloniale film die daarboven werd vertoond.

In verband met de muziekuitvoering stonden wij, het halvemaanvormige publiek, met onze rug naar deze auditieve stoorzender. In een straal van zo’n tien meter hielp het gekrijs uit de schelpen elk greintje cultuurbeleving vakkundig om zeep. Omdat de video in een eeuwige loop werd gevangen, was er geen hoop op een natuurlijke dood van het geluid. Ik besloot dat er een interventie moest plaatsvinden; voor de wetenschap, voor de kunst, maar vooral voor mijn eigen gemoedsrust die maar niet van de grond wilde komen.

Blij dat ik weer eens mijn eigen voorstelling binnen de voorstelling op mocht voeren, dook ik met de lenigheid van een ervaren saboteur achter de installatie. Daar vond ik de voedingskabel in een stekkerhuls. Ik hoefde ze alleen maar uit elkaar te trekken. Missie geslaagd, zo vermoedde ik. Toen ik echter met een triomfantelijke blik achter het scherm vandaan kwam, bleek de techniek mij te slim af te zijn geweest. Het beeld was weg, maar de koptelefoontjes schalden onverstoorbaar verder.

Tijd voor plan B, bedacht ik, toen ik, terug in de luistersikkel, op adem was gekomen. Gelukkig leven we in een tijd waarin koptelefoons niet meer met draden aan de geluidsbron vastzitten. Ik begon ze één voor één van hun haakjes te bevrijden, in de hoop dat ze buiten het bereik van de zender hun irritante relaas zouden staken.

Terwijl ik met een tros van die dingen om mijn armen de nieuwe vleugel van het museum inschoot – een gang die ver over de Arnhemse stuwwal uitsteekt en eindigt bij een enorm raam met uitzicht over de Rijn – verstierf inderdaad het geluid. De draadloze verbinding had haar grens bereikt.

Dat werd voor mij helaas ook het einde van het liedje. Een suppoost had mij in het vizier gekregen. En daarna nog één, die draadloos verbonden bleek met de eerste via diens alarmknop. In de ogen van de beveiliging was ik niet de redder van de gamelan-akoestiek, maar de man die op klaarlichte dag de audio-inventaris probeerde te ontvreemden.

Terwijl de oude dame haar wankele noten over de menigte uitstrooide, werd ik naar een kamertje geleid waar het doodstil was.

Luisterbereidheid is één ding.

Jammer wel dat de Groenlinkse raadsleden ‘hun’ wethouder politieke rugdekking lijken te geven.

Laten we positief beginnen. In een tijd waarin politici zich vaker verschuilen achter ambtelijke nota’s dan dat ze daadwerkelijk staan voor hun zaak, met de verkiezingsbeloften nog vers op de lippen, was de ervaring met de GroenLinks-fractie van Rheden een verademing. Hun aanspreekbaarheid bleek groot. Ik, een simpel blogschrijvertje, werd zowaar teruggebeld. Twee keer zelfs.

Eerst door Herriët Heersink. Zij toonde de tactische souplesse van een doorgewinterde volksvertegenwoordiger: ze luisterde en ventileerde mondjesmaat haar ‘genuanceerde’ mening over Park Beekhuizen, maar wist me precies op tijd door te sluizen naar de man met de echte dossierkennis. De beleefdheid spatte ervan af, al voelde ik ook haar beheerste drang om de vingers vooral niet te branden aan de hete brij van een lastig ‘sujet’. Het was duidelijk dat zij weg wilde blijven bij materie die haar groene geweten wel eens zou kunnen hinderen.

De papieren werkelijkheid versus de natuurlijke realiteit. Terwijl ik dit raadsvoorstel vasthoud tegen het decor van de Veluwezoom, besef ik hoe geduldig papier is. Met termen als ‘interne saldering’ en ‘kwaliteitsimpuls’ wordt hier een juridisch schild opgetrokken rondom de permanente verstening van dit Natura 2000-gebied. De ambtelijke taal van wethouder Hofman en de ecologische argumenten van Tim Endeveld vormen samen de blauwdruk voor een voldongen feit, waarin de oorspronkelijke natuurcamping slechts een hinderlijke herinnering in de voetnoten is. In het gemeentehuis heet dit ‘interne saldering’; in het bos noemen we dit simpelweg het einde van een tijdperk.

En toen was daar Tim Endeveld. De fractievoorzitter én ecoloog. Kijk, dat is de ultieme politieke luxe. Als je een plan wilt verdedigen dat vijftig permanente woningen en een megarestaurant in een Natura 2000-gebied parkeert, is het verdomd handig om een ecoloog als fractievoorzitter te hebben. Tim nam uitgebreid de tijd. Hij was de personificatie van ‘in verbinding staan met het electoraat’. We voerden een gesprek dat zo burgervriendelijk was, dat je bijna zou vergeten dat de uitkomst waarschijnlijk al vaststaat.

Want daar zit de crux. Tim is het ecologische raadslid dat de wethouder Paul Hofman (tevens GroenLinks) moet controleren. Maar hij heeft ook de pet op van fractievoorzitter die de politieke rugdekking organiseert. Het is een fascinerende spagaat: aan de ene kant de wetenschappelijke kennis van de kwetsbare natuur op de Veluwezoom, aan de andere kant de bestuurlijke drang om een project van een commerciële ontwikkelaar op de valreep door de raad te loodsen.

Wordt het een teken van dualisme, waarbij de fractie de wethouder kritisch op de vingers kijkt? Of blijkt het een goed geoliede machine waarbij de ecologische expertise vooral wordt ingezet om de scherpe randjes van een commercieel plan voor de bühne glad te strijken? Eén ding is zeker: ze zijn bij GroenLinks een stuk aanspreekbaarder dan bij de PvdA. Je zou bijna geloven dat ze naar je luisteren terwijl ze hun lang geleden geplaatste piketpaaltjes in beton gieten.

In het gesprek met Tim kwam de kern van de juridische en ecologische discussie naar voren: de keuze voor de referentiesituatie. Tim hanteerde de lijn die ook in het raadsvoorstel van 24 maart (Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Buitenplaats Beekhuizen) staat beschreven. Het argument voor de ‘kwaliteitsimpuls’ en de berekende stikstofafname van 35% rust namelijk volledig op de vergelijking tussen de nieuwe plannen en de huidige planologische omstandigheden. In feite wordt de nieuwe situatie afgezet tegen de intensieve exploitatie van de afgelopen jaren door dezelfde eigenaren.

Ik heb hem voorgelegd dat dit een wankele basis is. De huidige situatie op Buitenplaats Beekhuizen is de afgelopen jaren stapsgewijs geïntensiveerd, waarbij de grenzen van de natuurwaarden al flink onder druk zijn gezet. Door nu juist die intensieve (en deels tijdelijke) situatie als nulmeting te gebruiken, ontstaat er op papier een verbetering, terwijl er in werkelijkheid sprake is van een permanente verstening en een structurele belasting van het Natura 2000-gebied.

Een zuivere vergelijking zou niet moeten kijken naar de recente commerciële exploitatie, maar naar de oorspronkelijke staat van Beekhuizen als eenvoudige natuurcamping. Dat is de situatie van vóór de oogluikend toegestane uitbreidingen en de komst van semi-permanente voorzieningen. In die oorspronkelijke staat was de ecologische voetafdruk minimaal. Vergeleken met die werkelijke referentie is de huidige stap naar vijftig permanente woningen en een groot restaurant geen winst, maar een substantiële achteruitgang voor de natuur.

Het was opvallend dat Tim, ondanks zijn achtergrond als ecoloog, bleef vasthouden aan de ambtelijke rekenmethode uit het raadsvoorstel. Voor hem lijkt de papieren werkelijkheid van de ‘interne saldering’ – waarbij stikstofruimte binnen de eigen vergunning wordt weggestreept – leidend te zijn voor de politieke besluitvorming.

De overtuigingskracht van dit hele dossier valt of staat met de bereidheid om mee te gaan in een papieren werkelijkheid. Wie het raadsvoorstel van 24 maart 2026 (zaaknummer Z2023-00000044) erop naslaat, ziet dat het niet alleen gaat over toekomstige natuurwinst, maar ook over het rechtbreien van wat nu krom is.

In het voorstel wordt de raad namelijk expliciet gevraagd om in te stemmen met het legaliseren van parkeerplaatsen en het formeel regelen van de wellness-voorzieningen (zoals een inmiddels beruchte sauna*). Het is de omgekeerde wereld: eerst worden er faciliteiten gerealiseerd die buiten de bestaande vergunningen vallen, en vervolgens wordt dit ‘voldongen feit’ gebruikt als argument voor een ‘kwaliteitsimpuls’ die planologisch moet worden vastgelegd.

Door de ‘ontwerpverklaring van geen bedenkingen’ één dag voor de verkiezingen, door de raad te loodsen, wordt de weg naar een definitieve vergunning nagenoeg onomkeerbaar. Als er tijdens de terinzagelegging geen zienswijzen komen, is het besluit een formaliteit geworden waar een nieuwe gemeenteraad straks geen invloed meer op heeft.

Het gesprek met Tim en Herriët liet zien dat GroenLinks de verbinding met de burger koestert, maar de politieke rugdekking voor hun wethouder en dit project zwaarder laat wegen. De beleefdheid aan de telefoon was oprecht, maar de politieke koers is dat ook: men kiest voor de weg van de minste weerstand, waarbij de stikstofberekeningen de morele bezwaren over de aantasting van de Veluwezoom moeten maskeren.

We gaan op 17 maart zien of de huidige raad deze ‘erfenis’ inderdaad nog snel even veiligstelt voor de volgende generatie bestuurders. Voor de natuur op Beekhuizen lijkt de beslissing echter al lang geleden te zijn genomen, ergens tussen de eerste illegale sauna en de laatste ambtelijke rekentabel.


*Over de sauna informeerde Jan Keemink, die in het bestuur van Stichting NatuurBehoud Veluwezoom zit, mij als volgt:

“Het betreffende gebied achter het hotel werd in 2011 door het ministerie bestemd als faunapassage voor de dassen van een vlakbij gelegen (70m) dassenburcht. Het idee kwam van Introvast. Voor een effectieve faunastrook moest het al eeuwen bestaande wandelpad verdwijnen, omdat dat natuurlijk storend is voor de das. In 2021 heeft de provincie de faunapassage geïnspecteerd om te beoordelen of die was ingericht volgens instructie. Zij was niet helemaal compleet en er moest nog een herinspectie volgen.

Nog geen twee jaar later vraagt Introvast aan een sauna te mogen plaatsen in die passage. De werkelijke motivatie voor het voorstel van Introvast wordt nu duidelijk. Op 21 november 2023 neemt B&W een positief besluit dat ze pas op 4 december publiceert. In verband met de verhuizing van het gemeentehuis en Kerst/Nieuwjaar bleven er slechts zes dagen over voor contact met de gemeente, want het besluit werd definitief op 2 januari.

In het bezwaar dat wij indienden, werden we bijna agressief ondervraagd over belanghebbendheid; geen woord over de inhoud van ons bezwaar. We werden gekwalificeerd als ‘niet-belanghebbend’ en het bezwaar als niet-ontvankelijk. Dit werd overgenomen door de provincie toen we een handhavingsverzoek indienden. Naderhand bleek de gemeente in de verslaglegging de publicatiedatum te hebben aangepast, evenals detailaanpassingen in de tekst.

Op het moment dat wij een voorlopige voorziening aanvroegen, bleek Introvast de sauna al geplaatst te hebben. Introvast beweerde het bezwaar niet gezien te hebben, ondanks onmiskenbare communicatie van de gemeente. De dassenburcht is op dit moment niet of minimaal in gebruik omdat die 70 meter echt te kort is; de das komt dan ’s avonds zijn hol niet uit. De minimale afstand is 200 meter. Wanneer de rust weer zou keren, komt de dassenclan gewoon weer terug in die burcht.”

Jan Keemink
(toegestuurd op 2 maart 2026)

Een achterdeurtje op de valreep?

Waarom het dossier Beekhuizen er één dag voor de verkiezingen doorheen gejast schijnt te worden.

De reacties op mijn eerdere bericht over Buitenplaats Beekhuizen stromen binnen. Het is duidelijk dat de plannen van projectontwikkelaar Introvast niet alleen de natuur raken, maar ook het rechtsgevoel van de inwoners van Rheden en omstreken. De politiek lijkt een tactisch spel met de kalender te spelen. Heeft de gemeente nou echt besloten om dit dossier er nog snel even ‘doorheen te jassen’, precies één dag voor de gemeenteraadsverkiezingen? Waarom de haast? Waarom mag een nieuw gekozen raad hier niet over oordelen? Is men bang voor de stem van de kiezer? Onderstaande brief ontving ik van Annelies van Vliet uit Velp. Zij schreef deze vlijmscherpe brandbrief aan de redactie van De Gelderlander. Haar analyse van de politieke timing is zo raak, dat ik haar bijdrage – en mijn reactie daarop – hier integraal deel.

Op deze afbeelding zien we het Boutique Hotel Beekhuizen: de architectonische voorhoede van wat de rest van het park nu ook te wachten staat. Hoewel het gebouw zich presenteert als onderdeel van de natuur, maakt het vooral de indruk van de eerste fase van een luxe woonwijk. Het is het levende bewijs van hoe de grens van het Natura 2000-gebied stap voor stap opschuift ten gunste van het vastgoed, totdat de natuur alleen nog als decoratie dient.

Besluit op de valreep

De gemeenteraad van Rheden heeft besloten de raadsagenda van maart een week naar voren te halen. Initiatiefnemer van deze agendawijziging: GroenLinks. Hierdoor wordt het definitieve besluit over de verbouwing van Buitenplaats Beekhuizen genomen op 17 maart; één dag vóór de gemeenteraadsverkiezingen. Vanavond staan al de oordeelsvormende én besluitvormende vergadering gepland.

Dat is op zijn minst opmerkelijk te noemen.

De verbouwing van Buitenplaats Beekhuizen is geen technisch detail of administratieve formaliteit. Het is een dossier dat leeft onder inwoners. Er zijn vele zorgen geuit, vragen gesteld en de meningen zijn verdeeld. De petitie over dit onderwerp is binnen vier dagen al bijna 500 keer getekend. Juist hierom verdient dit onderwerp maximale zorgvuldigheid. Geen besluitvorming op de valreep van een raadsperiode! 

De verantwoordelijk wethouder, eveneens van GroenLinks heeft duidelijk gemaakt dat hij het plan wil doorzetten. Dat mag. Maar door de agenda te vervroegen, wordt voorkomen dat een nieuw gekozen raad zich over dit dossier kan buigen. De huidige raad beslist nog snel even, vlak voor de kiezer zich uitspreekt. Dit voelt op z’n zachtst gezegd niet echt lekker.

Wat het extra opmerkelijk maakt, is dat juist GroenLinks zich achter dit plan schaart: (ver)bouwen in een Natura 2000-gebied roept immers fundamentele vragen op over natuurbehoud en ecologische grenzen.
Formeel klopt het allemaal. Maar politiek en moreel voelt het anders.

Als je vertrouwen wilt in de lokale politiek, dan moet je niet alleen binnen de regels blijven, maar ook boven elke twijfel verheven zijn. Een besluit met impact op onze leefomgeving, genomen één dag voor de verkiezingen, roept onvermijdelijk vragen op over timing en intentie.

Waarom niet een paar weken wachten? Wat is de noodzaak van deze haast? Welk zwaarwegend belang rechtvaardigt dit tempo?

Democratie gaat niet alleen over meerderheid van stemmen, maar ook over gevoel voor legitimiteit. Wie echt overtuigd is van de kracht van zijn plan, hoeft niet bang te zijn voor een beoordeling door een nieuwe raad.

Vertrouwen in de lokale politiek? Dit is nou precies zo’n voorbeeld waarom de kiezers dat vertrouwen verliezen.

Annelies van Vliet, Velp

Nadat ik deze brief las, kon ik niet anders dan haar direct complimenteren met deze scherpe observatie. Hieronder de mail die ik haar stuurde, waarin ik ook de balans opmaak van mijn eigen gesprekken met de betrokken raadsleden en dossierkenners van de afgelopen dagen.

Beste Annelies,

Hartelijk dank voor je reactie op mijn blogbericht en voor het delen van je krachtige ingezonden brief aan De Gelderlander. Complimenten voor de heldere verwoording; je legt de vinger precies op de zere plek wat betreft de democratische legitimiteit en de opmerkelijke timing van deze besluitvorming, vlak voor de verkiezingen. Ik hoop vurig dat de redactie de brief plaatst, want dit geluid moet gehoord worden.

Zelf ben ik eigenlijk pas eergisteren geconfronteerd met dit dossier en ik bevind mij nog in het stadium van ‘inlezen’. Mijn gevoel en intuïtie vertellen me echter dat dit onderwerp mijn volle aandacht verdient en ik ben dan ook van plan er vaker over te schrijven. Jouw inzet en scherpte sterken mij daarin.

Ik ben benieuwd of jij al lijnen hebt uitstaan of contact onderhoudt met een aantal sleutelfiguren in dit dossier. Ik ben de afgelopen dagen met de volgende personen in aanraking gekomen:

  • Jan Keemink (bestuurslid Stichting NatuurBehoud Veluwezoom): Hij heeft mij uitvoerig bijgepraat over de situatie, onder andere over de kwestie van de voortijdig geplaatste sauna.
  • Karin Mulder (journaliste bij De Gelderlander): Zij heeft al diverse artikelen aan dit onderwerp gewijd.
  • Goos Hageman (raadslid PvdA Rheden): Over hem plaatste ik vanmorgen een vrij venijnig blogbericht na een ontmoeting gisteren waarbij hij helaas weigerde het gesprek aan te gaan.
  • Tim Endeveld (fractievoorzitter GroenLinks): Hij was wel zo beleefd mij gisteren terug te bellen, waarna we een lang gesprek hebben gevoerd.
  • Herriët Heersink (raadslid GroenLinks): Zij belde mij gisteren ook terug en verwees mij door naar haar collega en dossierkenner Tim Endeveld, al liet zij zelf ook de nodige meningen doorschemeren over de situatie op Park Beekhuizen.

Nogmaals dank voor je betrokkenheid en je scherpe brief. Laten we hopen dat de politieke haast in Rheden niet onopgemerkt blijft voor de kiezer.

Met vriendelijke groet,

Ronald van Noorden

Wat volgt?

Het dossier Beekhuizen is meer dan een discussie over een paar vakantiehuisjes; het is een lakmoesproef voor hoe wij in Nederland omgaan met onze schaarse natuur én met onze democratische processen. De komende dagen blijf ik me verder inlezen en de druk op de ketel houden. Morgen duiken we dieper in de gesprekken die ik voerde met de fracties van de PvdA en GroenLinks. Want waarom de één zwijgt en de ander praat, zegt vaak meer dan het officiële partijprogramma.

Hallo Ronald,

Studio Rheden heeft het bericht opgepikt. (https://studiorheden.nl/2026/03/03/raad-rheden-drukt-verbouwing-beekhuizen-er-nog-snel-doorheen-vlak-voor-verkiezingen/)

Moest lachen om je blog over Goos Hageman. Jaaa, de PvdA heeft het lastig. ‘We willen wel groen zijn, maar niet als het ergens pijn doet’.

Ik zocht nog even op hoe de PvdA zich afficheerde op Studio Rheden voor de raadsverkiezingen in 2022. Groen hoor!

Ik ken de namen die je noemt in je mail. Ik ben met name benieuwd hoe GroenLinks gaat stemmen. Maar ik zou erg verbaasd zijn als de fractie tegen hun wethouder ingaat. Zo duaal is het allemaal niet bij de gemeente Rheden/in de GroenLinks-fractie. Dus vermoed ik dat ze voor dit onzalige plan gaan stemmen. 

Groet,

Annelies 

Hoi Annelies,

Dank voor de link naar Studio Rheden; goed om te zien dat de lokale media de druk op de ketel houden.

Ik hoop dat de heer Hageman ook nog enigszins de humor inziet van de toon die ik op mijn blog over hem aansla. Meteen nadat ik mijn goede vriend Constans Pos (ex-wethouder voor GroenLinks) de anekdote over onze ontmoeting had verteld, spoedde hij zich naar zijn favoriete koffiesalon om zijn vriend Goos te informeren over mijn plannen voor dat stukje. Op dat moment verkeerden we nog in een plagerige stemming, maar toen ik daadwerkelijk achter het toetsenbord kroop, werd mijn toon grimmiger bij al het ecologische onheil dat me voor ogen zweefde.

Er is dan ook werkelijk reden tot bezorgdheid. Zoals je schrijft: de situatie is ‘lastig’ voor de PvdA, maar dat is nog zacht uitgedrukt. Er gaapt een enorme kloof tussen wat men met de mond belijdt en wat men tijdens stemmingen goedkeurt. De ‘advertorial’ van de PvdA die je bijvoegde, is daar een pijnlijk voorbeeld van; die hypocrisie wordt almaar grotesker bij iedere verdere afbreuk van hun eigen groene principes.

Ik deel je vrees dat de GroenLinks-fractie braaf voor dit onzalige plan zal stemmen. Hoewel de vier raadsleden het college (en dus hun eigen wethouder Paul Hofman) formeel onafhankelijk moeten controleren, weten we beiden hoe het werkt. Achter de schermen, tijdens fractieoverleggen, wordt de politieke rugdekking allang beklonken. Van echt dualisme is hier waarschijnlijk weinig sprake.

We gaan het zien, maar zeker niet gelaten.

Groet,

Ronald

De koffiesalonsocialist

Van de barricaden naar de bonbons: hoe een volksvertegenwoordiger de verbinding verloor.

Misschien vergis ik me; ik mag het hopen. De man in kwestie draagt twee petten, wat zijn excuus zou kunnen zijn. Hij is raadslid voor de PvdA en uitbater van een lokale koffiesalon. Nu moeten we die dubbelrol niet overdrijven; in de Nederlandse gemeentepolitiek is het raadslidmaatschap formeel een bijbaan, een ‘nevenfunctie’ voor burgers die geacht worden midden in de samenleving te staan. Het is geen bovenmenselijke balanceeract, al bakt hij er in beide hoedanigheden – naar mijn bescheiden mening – weinig van.

Over de bittere nasmaak van neoliberaal links en het failliet van het lekenbestuur. De hier getoonde afbeelding is door AI gegenereerd om een representatieve indruk van de geschetste ontmoeting te geven en de privacy van de betrokkenen te waarborgen.

In theorie is het systeem van ons ‘lekenbestuur’ prachtig. Burgers offeren hun vrije tijd op voor het publiek belang in ruil voor een raadsvergoeding. Voor een gemeente van deze omvang praten we over zo’n zestien tot twintig uur per week; een inspanning die gecompenseerd wordt met een bedrag waarvan ik overigens moeiteloos fulltime zou kunnen leven. Tel daar de onkostenvergoedingen bij op en je hebt een positie die weliswaar ‘vrijwillig’ oogt, maar een professionele verantwoordelijkheid draagt.

Ik vermoed echter dat de man, toen ik hem belde, nog met zijn hoofd in de melkschuim zat. Zijn salon – een hybride tussen een chocolaterie en een espressobar – drijft hij samen met zijn vrouw in een monumentaal pand. Ze noemen het de “huiskamer van het dorp”. Een nobel streven, maar mijn eigen ervaringen in die huiskamer zijn minder warmbloedig.

Onze eerste ontmoeting dateert uit de tijd dat ik nog post bezorgde voor PostNL. Ik trof vrienden op zijn terras en raakte geanimeerd in gesprek. Toegegeven; in mijn oranje bedrijfskleding viel ik op en een ondernemer wil dat je óf bestelt óf doorloopt. Maar zoals vaker in het leven: het is de toon die de muziek maakt. Die toon was onaangenaam, en dat bleek een voorbode voor ons derde treffen.

Ditmaal zocht ik telefonisch contact met de raadslid-variant van de man. Ik wilde aan de ‘socialist’ in hem vragen of hij mijn relaas over de perikelen rond Park Beekhuizen op juistheid kon controleren. Geen politieke overhoring, maar een simpele feitelijke check over een dossier waarin commerciële recreatie en kwetsbare natuur lijnrecht tegenover elkaar staan.

Zijn reactie was direct defensief, bijna vijandig. Natuurlijk; dossiers worden verdeeld binnen een fractie, maar de manier waarop hij mij als burgervertegenwoordiger afkapte, voelde als een geraakte zenuw. Het was alsof ik zijn geweten aansprak. Het heeft er namelijk alle schijn van dat de lokale linkse fracties bij de definitieve beslissing over het park pijnlijk hard richting de commercie zullen neigen.

Ik liet mij niet onbetuigd en hield hem een spiegel voor. Zijn houding is exemplarisch voor de koers die de PvdA al sinds de jaren van Kok vaart: de definitieve knieval voor het neokapitalisme en de vermarkting van het publieke domein. De partij is verder komen te staan van de gewone burger en dichter bij de belangen van de gevestigde orde.

Daar zat hij dan aan de andere kant van de lijn; de koffiesalonsocialist. Een man die in zijn monumentale pand ambachtelijke bonbons verkoopt, maar de bittere nasmaak van de uitverkoop van onze publieke ruimte niet lijkt te proeven. En dat voor een voormalig vakbondsman.

De grote Veluwse verdwijntruc

Hoe we de natuur gaan redden met beton.

Het is weer zover. In het rijke Westen hebben we een prachtige traditie: iedere generatie moet een offer brengen aan de goden van de commercie. En wat is een beter offer dan een stukje Natura 2000-gebied dat er toch maar een beetje onbestemd bij leek te liggen? Ditmaal is de voormalige natuurcamping Beekhuizen aan de beurt, die inmiddels Buitenplaats Beekhuizen is gaan heten. Dankzij de visionaire blik van projectontwikkelaar Introvast, gesteund door de warme handdruk van de gemeente Rheden en de provincie Gelderland, gaan we de natuur eindelijk eens écht verbeteren. Hoe doen we dat? Nou, heel simpel.

Camping Beekhuizen in het Natura2000-gebied zoals het er nu uit zou zien*. Foto: Martin Slijper (geplaatst met gesupposeerde toestemming). De gemeente Rheden en provincie Gelderland lijken van plan om projectontwikkelaar Introvast de vergunningen te verstrekken om van de natuurcamping een permanent recreatiepark met groot restaurant te maken. Volledig in strijd natuurlijk met het feit dat dit gebied is aangemerkt als Natura2000 gebied. Stem tegen! https://natuurcampingbeekhuizen.petities.nl/

Stap één: we noemen vijftig permanente recreatiewoningen “kleinschalig”. Want laten we eerlijk zijn; in vergelijking met de stad Shanghai is een dorp van vijftig bungalows midden in het bos eigenlijk bijna onzichtbaar. De tijdelijke safaritenten die in 2026 moeten verdwijnen, maken plaats voor de eeuwigheid van funderingen en isolatiemateriaal. Dat is pas duurzaamheid: iets neerzetten dat nooit meer wegvliegt als het waait.

Stap twee: het “natuurversterkende” restaurant. Omdat de reeën en zwijnen op de Veluwezoom doodongelukkig zijn zonder de geur van biefstuk en de gezelligheid van 120 pratende mensen, bouwen we restaurant Woodz gewoon wat groter uit. Niets herstelt de biodiversiteit sneller dan een flinke portie stikstof en een terras vol toeristen. De provincie Gelderland knikt instemmend; het verwijderen van een oud hek is immers een eerlijke ruil voor een jaarrond geopend horecacomplex. Dat is de wiskunde van de vooruitgang.

Stap drie: de juridische acrobatiek. Natuurorganisaties zeuren over “referentiedatums” uit het jaar 2000. Alsof de stikstofuitstoot van een seizoenscamping van 25 jaar geleden te vergelijken is met een modern, commercieel vakantiepark dat 365 dagen per jaar open is. Maar maak je geen zorgen; de overheid heeft de oplossing. Als we het maar hard genoeg “kwaliteitsimpuls” noemen, veranderen de wetten van de natuurkunde en de ecologie vanzelf mee.

Op 17 maart 2026 mag de gemeenteraad van Rheden de definitieve stempel zetten. Het wordt een historisch moment. We laten zien dat we de natuur zó liefhebben, dat we haar het liefst opsluiten in een luxe vakantiepark met een sauna (die er trouwens “per ongeluk” al staat*). Proost op de vooruitgang. De Veluwezoom wordt eindelijk wat het altijd al had moeten zijn: een prachtig decor voor een projectontwikkelaar. Want echte natuur is leuk, maar natuur waar je een rekening voor kunt sturen, is natuurlijk veel beter.

*PS1: Er is een sauna gebouwd, ergens bij hotel Beekhuizen. Let wel, dat is in de buurt van, maar niet op de plekken waar ik het hierboven over heb. Het behoort dus NIET tot de genoemde camping of tot restaurant Woodz. Wat wel het geval is: hotel Beekhuizen, restaurant Woodz, Buitenplaats Beekhuizen en de sauna staan op naam van één eigenaar. De bouw van de sauna is exemplarisch. Deze werd een specifiek pijnpunt en bron van conflict in de juridische discussie rondom het park Beekhuizen. Het ding is al geruime tijd fysiek aanwezig en in gebruik. Natuurorganisaties hebben handhavingsverzoeken ingediend omdat de sauna geplaatst zou zijn zonder de juiste (natuur)vergunningen. Typisch voorbeeld van hoe de projectontwikkelaars vooruitlopen op officiële besluitvorming door simpelweg feiten op de grond te creëren. Het gaat om een zogenaamde “wellness-unit” of buitensauna die specifiek bedoeld is voor de gasten van de luxe kampeeraccommodaties (de pods en safaritenten).

Het geschil over de sauna zou je symbolisch kunnen noemen voor het bredere conflict:

  1. Bestemmingsplan: Volgens critici past een permanente sauna-installatie niet binnen de huidige bestemming van het gebied, zeker niet in een kwetsbaar Natura 2000-gebied.
  2. Verstening en impact: De aanwezigheid van dergelijke faciliteiten trekt een ander publiek aan en zorgt voor een hogere belasting van de omgeving (energieverbruik, licht, geluid), wat volgens natuurorganisaties strijdig is met de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwezoom.
  3. Juridisch handhaven: Omdat de sauna er al staat terwijl de permanente vergunningen (die in maart 2026 worden besproken) nog niet definitief zijn, wordt dit door omwonenden gezien als een vorm van illegale bebouwing die door de gemeente gedoogd wordt.

De sauna is dus niet zomaar een extraatje voor gasten, maar een cruciaal onderdeel van de juridische strijd over wat er wel en niet is toegestaan op deze specifieke locatie.

*PS2: Aanvulling op mijn eerdere bericht betreffende Woodz en Buitenplaats Beekhuizen.

Er moet niet gedacht worden dat de situatie op bovengenoemde plekken op dit moment erg voorbeeldig is. Integendeel: de huidige bedrijfsvoering bij restaurant Woodz ligt al geruime tijd onder vuur vanwege het structureel overschrijden van de geldende vergunningen.

Uit berichtgeving van De Gelderlander (mei 2023) en formele hoorzittingen bij de gemeente Rheden blijkt het volgende:

  • Illegaal gebruik: Volgens de vigerende vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen die verblijven op de naastgelegen glamping. In de praktijk fungeert het echter als een openbaar restaurant dat jaarlijks naar schatting 50.000 bezoekers trekt. De gemeente heeft officieel erkend dat deze huidige werkwijze niet is toegestaan.
  • Verkeers- en milieudruk: Omwonenden ervaren een forse toename in verkeersoverlast, wat niet alleen de veiligheid en rust in de wijk Beekhuizen aantast, maar ook zorgt voor een ongewenste toename van fijnstof aan de rand van dit kwetsbare natuurgebied.
  • Bestuurlijk gedogen: Hoewel de overtredingen vaststaan, treedt de gemeente Rheden momenteel niet handhavend op. Men wacht de uitkomst van een nieuwe vergunningaanvraag voor nieuwbouw af. Dit wekt de schijn van een gedoogconstructie, waarbij het bestemmingsplan ondergeschikt wordt gemaakt aan de uitbreidingsplannen van de ondernemer.

Deze feiten onderstrepen dat de zorgen over de toekomst van dit gebied niet hypothetisch zijn; ze komen voort uit een realiteit waarin de huidige regels al niet worden nageleefd en de druk op de natuur en de leefomgeving de grens reeds heeft bereikt.

Vermogensbelasting is een privilege, geen last

Waarom belasting op werkelijk rendement geen straf is, maar de contributie voor een stabiel land.

De transitie naar een stelsel waarin vanaf 2028 niet langer met fictieve rendementen maar met de werkelijke winst op kapitaal wordt gerekend, roept felle emoties op. De essentie van deze verandering in box 3 is simpel: de fiscus belast voortaan het reële financiële resultaat uit sparen, beleggen en vastgoed.

De overgang naar een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in 2028 wordt door De Telegraaf vaak geframed als een aanval op het individu; in werkelijkheid is het de noodzakelijke prijs voor de grond waarop dat individu staat. Het resultaat van de enquêtes onder lezers is geen economische analyse, maar een illustratie van de structurele weerstand tegen het maatschappelijk contract. Het gaat de krant nooit om een objectieve graadmeter van de publieke opinie, maar om een bevestiging van een bestaand wereldbeeld (zie onder).

Het is belangrijk om te beseffen dat deze belasting enkel de groep treft met een vermogen boven de vrijstellingsgrens van circa 60.000 euro; dit zijn doorgaans niet de burgers die direct in de knel komen door stijgende huren of energielasten. Belastingheffing fungeert hierbij als de contributie voor een functionerende rechtsstaat. Het is een essentieel onderdeel van het sociaal contract: burgers dragen financieel bij en krijgen daar collectieve voorzieningen voor terug. Toch lijkt de bereidheid om dit deel van de afspraak na te komen bij elke nieuwe maatregel te wankelen. Terwijl beleggers ageren tegen de heffing, kampen de zorg en de woningmarkt met grote tekorten.

De econoom Thomas Piketty onderbouwde met harde cijfers dat vermogensongelijkheid inherent toeneemt wanneer het rendement op kapitaal groter is dan de economische groei. Zonder actieve herverdeling middels belastingen blijft deze kloof generatie op generatie groeien. De hervorming van box 3 moet dan ook niet worden gezien als een vijandige actie tegen welgestelden, maar als een noodzakelijk instrument om de door Piketty beschreven scheefgroei in te dammen.

Hoewel de kritiek op de jarenlange gebrekkige uitvoering en de juridische misslagen van de overheid volledig terecht is — zoals de Hoge Raad ook bevestigde — gaat de principiële weerstand tegen het belasten van werkelijk rendement dieper. Het suggereert een groeiend onbegrip over de herkomst van welvaart.

Men vergeet dat individuele vermogensopbouw onmogelijk is zonder een solide publieke basis. Een veilige omgeving, goede infrastructuur en toegankelijke zorg zijn de randvoorwaarden voor economisch succes. Deze collectieve faciliteiten vereisen financiering. In die optiek is de plicht om belasting te betalen geen zware last, maar juist een bewijs dat men profiteert van een stabiel en welvarend land.

Wanneer een medium als De Telegraaf haar lezers vraagt naar vermogensbelasting, is de uitkomst methodologisch gezien nagenoeg een voldongen feit. Dit fenomeen laat zich verklaren door drie wetenschappelijke principes:

  1. Bevestigingsvooroordeel (Confirmation Bias): De lezerspopulatie deelt vaak al een specifieke politiek-economische voorkeur. De vraagstelling en de context van de krant sturen aan op een antwoord dat dit wereldbeeld bevestigt, in plaats van uitdaagt.
  2. Zelfselectie: Alleen de meest geëmotioneerde lezers (vaak zij die direct een ‘offer’ vrezen te moeten brengen) nemen de moeite om te stemmen. Dit creëert een vertekend beeld van de werkelijke maatschappelijke consensus.
  3. Verliesaversie: Psychologisch weegt het verlies van een klein deel van het eigen vermogen (belasting) zwaarder dan de abstracte winst van een stabiele zorgsector of woningmarkt voor de volgende generatie.

    De rubriek WatuZegt van De Telegraaf staat bekend om stellingen die direct inspelen op de emotie rondom de eigen portemonnee. De specifieke stelling rondom de wijziging van het box 3-inkomen en het werkelijk rendement luidde in die context: “De nieuwe box 3-heffing is een ordinaire roofoverval op de spaarder en belegger.”

    Het voorspelbare resultaat van dergelijke enquêtes is dat een overweldigende meerderheid (vaak tussen de 80% en 95%) het met de stelling eens is. Dit bevestigt precies het punt hierboven: de focus ligt op het individuele verlies, waarbij de collectieve baten volledig buiten beschouwing worden gelaten.

Recensievoorstel kinderboek Bess Kalb

Hoe een kinderboek onverwacht uitgroeide tot een verhaal over satire, censuur en doorzettingsvermogen.

Geachte hoofdredactie van de Volkskrant,

Bij veel titels wachten Nederlandse uitgeverijen vaak eerst het internationale succes af voordat zij vertaalrechten aankopen. Gezien de uitzonderlijk positieve ontvangst in de Verenigde Staten van het kinderboek Buffalo Fluffalo denk ik dat een Nederlandse uitgave slechts een kwestie van tijd kan zijn. Ik volg de komende maanden daarom actief de catalogi en aankondigingen van uitgevers.

Soms begint de interesse voor een boek niet met een citaat of iets anders dat je erover hoorde, maar met iemand die weigert stil te blijven. Ik wilde niet per se een kinderboek recenseren maar stuitte onverwacht op een bekentenis over moed. Mijn bespreking zou daarom ook gaan over een geweigerde voorleesmiddag en waarom een schrijver uiteindelijk in het Amerikaanse Congres belandde.

Mocht een Nederlandse vertaling worden aangekondigd, dan zou ik u graag aanbieden de recensie voor uw krant te schrijven. Daarbij wil ik niet alleen ingaan op het boek zelf en de internationale ontvangst, maar ook op de bredere culturele context rond auteur Bess Kalb. Zij legde recent een persoonlijke getuigenis af tijdens een hoorzitting in het United States Congress over vrije meningsuiting, naar aanleiding van de annulering van een schoollezing rond haar werk. Die achtergrond werpt een bijzonder licht op haar schrijven voor jonge lezers.

Als zelfstandig uitgever en schrijver volg ik internationale ontwikkelingen binnen het boekenvak en de kinderboekenwereld al geruime tijd. Indien gewenst lever ik de recensie kort na aankondiging of verschijning aan, afgestemd op uw redactionele planning.

De genoemde toespraak vormde voor mij de directe aanleiding om dit voorstel te doen. Ter referentie voeg ik hierbij de link toe:
https://youtu.be/rjINIH-Y_aY?si=YiV6ZNFrHhNz05RC

Met vriendelijke groet,

Ronald van Noorden
(een eenvoudige eenmansuitgever)

Ik zocht geen boek om te bespreken, maar werd verrast door een schrijver die zich indrukwekkend uitsprak. Wat het kinderboek Buffalo Fluffalo van Bess Kalb vertelt over schrijven in een tijd van polarisatie, deed zij helder, komisch, maar vaak ook ontreoerend, uit de doeken tijdens een hoorzitting.

Het had wat minder fel gekund

Maar ja, die Wennemarsjes hebben losse handjes.

Het incident op de 1000 meter schaatsen tijdens de Winterspelen liet me niet los. Joep Wennemars werd tijdens zijn rit gehinderd door de Chinese schaatser Lian Ziwen, wat zijn kansen op een medaille ernstig schaadde. Dat Lian Ziwen vervolgens zijn excuses aanbood, getuigt van sportiviteit en fair play; het was een correcte en waardige reactie op een incident dat vrijwel zeker niet met opzet plaatsvond. Des te onbegrijpelijker was de reactie van Joep Wennemars zelf, die desondanks een slaande beweging naar hem maakte. Dat is gedrag dat niet past bij een topsporter die geacht wordt een voorbeeld te zijn voor anderen. Mijn verontwaardiging was dan ook groot.

Een boze volger op X en een enthousiaste volgster op BlueSky.

Die verontwaardiging bracht mij ertoe een brief te schrijven naar de Volkskrant, die de krant daadwerkelijk plaatste. Achteraf moet ik bekennen dat mijn bewoordingen wat aan de scherpe kant waren. Ik schreef dat topsporters narcisten van het ergste soort zijn en dat Joep voor het leven geschorst zou moeten worden. Als ik er nu op terugkijk, zijn dat wel erg harde woorden voor wat in essentie een onbezonnen gebaar was in een moment van intense frustratie en verdriet. Topatleten staan onder een enorme druk; dat is geen excuus, maar het verdient wel een plek in de beoordeling. Ik blijf bij het standpunt dat Joep zich sportiever had kunnen en moeten gedragen, maar geef toe dat mijn formulering niet helemaal in verhouding stond tot het vergrijp.

Wat vader Erwin Wennemars betreft, ligt de zaak anders en voel ik me minder geneigd tot matiging. Erwin sloeg in zijn opwinding over de prestaties van zijn zoon de bril stuk op de neus van een volstrekt argeloze toeschouwer. Dat is niet alleen onbezonnen gedrag, maar ook fysiek gevaarlijk voor een derde partij die er helemaal niets mee te maken had. Als je het zo leest, snap je eigenlijk niet hoe zoiets kan gebeuren. De man is een opgewonden standje, en dat vind ik een probleem, zeker gezien zijn publieke rol.

Erwin Wennemars zit immers aan tafel als commentator bij een sportprogramma op televisie. Vanuit die positie wordt van hem verwacht dat hij gezaghebbend en evenwichtig commentaar levert, en een zekere voorbeeldfunctie uitstraalt naar het kijkerspubliek. Een commentator die van de zijlijn anderen oproept tot kalmte en sportiviteit, maar zelf ontploft bij succes of tegenslag, geeft een tegenstrijdig en ongeloofwaardig signaal. Of hij die rol nog geloofwaardig kan vervullen in het licht van dit incident, is een terechte vraag die wat mij betreft nog niet beantwoord is.

Al met al schetst het geheel een familieportret van grote passie voor de schaatssport, maar ook van een zelfbeheersing die onder druk snel het onderspit delft. Passie is mooi, en het is onmiskenbaar dat de familie Wennemars leeft voor de sport. Maar passie zonder zelfcontrole is in de publieke arena geen kwaliteit; het is een risico. Voor de sport, voor het publiek, en uiteindelijk ook voor henzelf.

Bril aan gort. Als een ex-sportman zoiets flikt heet dat eufemistisch: ‘De voormalige vedette zat hoog in zijn emotie.’