Hij zei dat hij gedroomd had van een zuster die een til-lift bediende, die bediend werd door een zuster met een til-lift, die…(ad infinitum).


In haar eerdere werk, Grab ‘Em by the Frontal Lobe, luidde Ronda Dolan Vernon de noodklok over de politieke bezetting van onze ratio. In haar nieuwste boek, Weigh ‘Em by their Creativity, gaat ze een stap verder. Ze onderzoekt hoe de psychiatrie, onder druk van een regime dat obsessief streeft naar conformiteit, is veranderd in een meetinstrument dat zelfs de meest vitale menselijke eigenschap — creativiteit — probeert te vangen in pathologische categorieën.

Vernon bouwt voort op het fundament van Jeffrey Lieberman. Waar Lieberman in Shrinks waarschuwde tegen de onwetenschappelijke diagnose, laat Vernon zien hoe “wetenschap” nu juist wordt misbruikt om originaliteit de kop in te drukken. De titel verwijst naar een sinistere verschuiving: we kijken niet langer naar wat een mens kan bijdragen, maar we “wegen” hun creativiteit om te bepalen of ze nog wel binnen de door de staat gedefinieerde normen vallen.
In deze recensie vallen drie scherpe observaties van Vernon op:
Toen Jeffrey Lieberman in 2015 zijn veelgeprezen werk Shrinks: The Untold Story of Psychiatry publiceerde, vierde hij de triomf van de rede. De psychiatrie was volgens hem eindelijk ontsnapt aan de schaduw van de pseudowetenschap en stevig verankerd in de medische biologie. Nu, ruim tien jaar later, concludeert Ronda Nolan Vernon in haar provocerende nieuwe boek dat die overwinning van korte duur was. In Grab ‘Em by the Frontal Lobe beschrijft zij hoe de moderne psychiatrie niet alleen wordt bedreigd door kwakzalvers, maar zelfs door een heel politiek regime dat de biologische fundamenten van het menselijk handelen banaliseert.

Vernon gebruikt Liebermans geschiedenis van de psychiatrie als een pijnlijk contrastmiddel. Waar Lieberman beschreef hoe we leerden de hersenen te begrijpen, beschrijft Vernon hoe we die kennis nu doelbewust laten verwateren. De titel is een vlijmscherpe knipoog naar de beruchte uitspraak van Donald Trump, maar Vernon geeft er een neurologische draai aan: de huidige machthebbers hebben niet alleen de sociale omgangsvormen gegrepen, ze hebben een greep gedaan naar de frontaalkwab van de natie.
Het centrale argument van Vernon is dat de banalisering van de psychiatrie onder het regime van Trump en zijn ministerie van Gezondheidszorg een systematische aanval is op de functies van de prefrontale cortex. Zij stelt dat de “onkundige benadering” van de overheid de psychiatrie heeft gereduceerd tot een triviaal instrument:
Grab ‘Em by the Frontal Lobe is een vlammend pleidooi voor de bescherming van de ratio. Vernon laat zien dat de psychiatrie niet kan overleven in een politiek klimaat dat de functies van de frontaalkwab — logica, empathie en zelfbeheersing — actief ondermijnt. Het is een boek dat de lezer dwingt om opnieuw naar de hersenen te kijken: niet alleen als een verzameling cellen, maar als het laatste bastion tegen een regime dat de waarheid banaliseert.
Zoals Lieberman de opkomst van de psychiatrie beschreef, zo beschrijft Vernon de belegering ervan. Het resultaat is even briljant als verontrustend.
Vernon, R. D. (2026). Grab ‘em by the frontal lobe: About the trivialization of psychiatry. Cum Suis Publishers.
Onze bewaker Ron draagt in zijn vrije tijd graag vrouwelijke kleding. Dat zou, in een wereld met iets meer verbeeldingskracht en iets minder protocol, op het werk misschien ook moeten kunnen. Maar zo’n wereld is dit sanatorium helaas nog niet. Als CEO van Sanatorium Nervosa heb ik daar destijds toch een stokje voor gestoken; niet uit afkeer, niet uit angst, maar uit dat eigenaardige mengsel van verantwoordelijkheidsgevoel en institutionele lafheid dat zich zo graag vermomt als redelijkheid.

Ik zei: Was het maar zo makkelijk voor onze Ron, en meende dat ook. Want Ron bekleedt nu eenmaal een representatieve en gezagdragende functie, en gezag is hier een kostbaar, broos goed dat wij angstvallig proberen te bewaren door het zo herkenbaar mogelijk te houden.
Dat zegt waarschijnlijk meer over het sanatorium dan over Ron. Of over mij. Misschien over ons allemaal. Want terwijl Ron ’s avonds moeiteloos zichzelf kan zijn, moet hij overdag het uniforme gezicht dragen dat wij veiligheid noemen. En ik, ik draag het jasje van degene die beslist waar expressie ophoudt en functie begint. Discrimineer ik daarmee? Mogelijk. Maar dan wel op die keurige, weloverwogen manier die zich verschuilt achter woorden als context, kwetsbaarheid en orde. Dit boek is geen verontschuldiging, geen aanklacht en geen beleidsstuk. Het is hooguit een poging om Ron ruimte te geven waar ik die eerder heb ingeperkt; op papier, waar gezag minder dwingend is en kleding eindelijk mag zeggen wat zij altijd al wist.
Om veiligheidsredenen heeft Ron van E. (Dr. No) ervoor gekozen om niet op foto’s te verschijnen. Uiteraard blijft ook de achternaam van onze bewaker voor het publiek verborgen. Sommige bewoners van psychiatrische ziekenhuizen verblijven daar op gerechtelijk bevel in plaats van uit eigen keuze. Dit maakt het van cruciaal belang om streng te controleren wie het gebouw verlaat. Beveiligers ontvangen daarom vaak dagelijkse updates over wie wel en niet naar buiten mag of het gebouw mag verlaten. Evenzo kunnen artsen beperken wie een patiënt mag bezoeken, vooral als de bezoeker een gevaar vormt voor de patiënt. Beveiligers moeten erop toezien dat elke bezoeker geautoriseerd is en geen verboden voorwerpen, zoals wapens of drugs, het ziekenhuis binnenbrengt.
Alle medewerkers van psychiatrische ziekenhuizen hebben de plicht de privacy van patiënten te beschermen, maar beveiligers in psychiatrische instellingen weten vaak meer over patiëntgeschiedenissen dan collega’s in reguliere ziekenhuizen. Zo kunnen beveiligers aanwezig zijn bij therapiesessies of op de hoogte zijn van de dosering van medicatie die een patiënt gebruikt om angst te verminderen. De wet verbiedt beveiligers deze informatie met wie dan ook te delen — zelfs met familieleden — zonder specifieke, schriftelijke toestemming. Ik durf te stellen dat Dr. No op een bepaald moment in onze relatie meer over mij wist dan mijn verloofde.
Beveiligingsmedewerkers in psychiatrische ziekenhuizen vervullen vele rollen: van het beschermen van artsen en verpleegkundigen tot het bieden van gezelschap aan bewoners. In psychiatrische ziekenhuizen verblijft een zeer uiteenlopende groep mensen, variërend van personen die hulp zoeken voor relatief lichte psychische aandoeningen tot mensen die zijn opgenomen wegens strafrechtelijke ontoerekeningsvatbaarheid. Goede beveiligers doen daarom geen aannames over bewoners, maar blijven wel voortdurend waakzaam.
Een ongelukkige realiteit van het leven in een psychiatrisch ziekenhuis is dat sommige bewoners een gevaar vormen voor zichzelf. Beveiligers moeten alle bewoners beschermen. Dit kan betekenen dat zij kamers inspecteren op mogelijke risico’s, zoals schoenveters die gebruikt kunnen worden om zichzelf op te hangen. Het betekent ook dat zij moeten inschatten welk niveau van geweld gepast is bij patiënten die de controle verliezen. Zo kan iemand die een psychotische episode doormaakt eigendommen beginnen te vernielen en moet die persoon worden vastgehouden. Een goede beveiliger vermijdt overmatig en langdurig gebruik van dwangmiddelen, terwijl hij er toch voor zorgt dat patiënten geen gevaar vormen voor zichzelf of anderen.
Vooral in instellingen waar strafrechtelijk ontoerekeningsvatbaren verblijven, spelen beveiligers een actievere rol dan in reguliere ziekenhuizen. Het kan zijn dat je wordt toegewezen aan een afdeling die je voortdurend moet patrouilleren, en in sommige gevallen krijg je zelfs de taak een specifieke arts of verpleegkundige te beschermen. Wanneer medisch personeel met een patiënt werkt, kun je bij de gesprekken aanwezig zijn en wordt van je verwacht dat je ingrijpt als de patiënt gevaarlijk wordt.
(fragment uit: https://sanatoriumnervosa.wordpress.com/)
Lieve Ana,
Namens de hele staf van Sanatorium Nervosa willen wij jou kolossaal bedanken voor je inspanningen, vooral nu de donkere dagen op ons af denderen en onze overmoedige slede, zoals ieder jaar rond deze tijd, in een nogal steile afdaling dreigt te raken. Jij bent ons stille genie, het Manusje-van-Alles die onze chaos in de meest perfecte work flows omzet. Zonder jou zouden Ronda Dolan-Vernon’s dossiermappen in een versnipperaar zijn verdwenen, Rev. Dr. Ann Lando-Ono’s […] in een gebedshuis veranderen, en zouden Noald ‘Varn’ O’Donner’s ergotherapie-elastieken in een gordiaanse knoop zijn geeindigd!

Zoals je weet, sta ik, de Ronald van Noorden-variatie die momenteel de lakens uitdeelt (en soms de vloeren dweilt), op het punt om een… eh… interne retraite te beginnen. Dit brengt ons bij de zwaarmoedige kant van de mij vertrouwde, maar soms verwarrende, bipolaire stoornis. Terwijl ik op mijn ‘normale’ dagen, in de manische fase, de CEO/patiënt speel die barst van de ideeën (zoals het aanleggen van een helihaven op het dak of het adopteren van 73 therapiekatten), is er nu een verschuiving. De depressieve fase die eraan komt, impliceert dat de energie en het enthousiasme totaal wegvloeien.
Wat betekent dat voor jou, Ana? In mijn manische fase zou ik misschien roepen dat je voor Kerst een gouden eenhoorn als bonus krijgt! Maar als depresieveling: Ik zal de komende weken de ‘afwezige aanwezige’ zijn. Ik ben er wel, in mijn kamer, maar mijn aanwezigheid zal lijken op een stilgelegde ventilator; functioneel in de herinnering, maar niet meer in beweging. Ik heb geen puf om zelfs maar een simpele to-do-lijst te maken.
Kortom: De bipolaire stoornis is een constante achtbaan. Nu ga ik even omlaag, en daarom wordt de roep op jouw talenten, om de boel draaiende te houden, des te groter! Alle zeven van onze hardwerkende krachten (zie de foto!) staan te popelen om jou te prijzen. Ana, bedankt dat je in deze ‘hoog-laag’-tijden de constante factor bent. Geniet van de komende feestdagen. Rust uit wanneer je kunt. En weet dat we intens dankbaar zijn voor jouw inzet. Met de meest correct gespelde groeten, namens het hele Nervosa-team,
Ronald van Noorden (Huidig CEO/Baas in eigen bed)

Christopher Hitchens was, naar mijn overtuiging, een van de scherpzinnigste en meest moedige denkers van de moderne tijd. Zijn vermogen om hypocrisie te ontmaskeren, zijn eloquentie, en zijn compromisloze toewijding aan rede en intellectuele eerlijkheid maakten hem tot een zeldzaam licht in een vaak troebele wereld van opinie en ideologie. Ik heb altijd grote bewondering gehad voor zijn geest, zijn scherpzinnige humor, en de manier waarop hij met een mengeling van elegantie en verontwaardiging kon spreken over zowel religieuze dogma’s als politieke dwaasheden.

Helaas stierf hij veel te vroeg, en met zijn dood leek ook een bepaalde vorm van onverschrokken intellectuele moed te verdwijnen. Toch, dankzij de hedendaagse AI-technieken, lijkt zijn geest even te worden opgeroepen; niet letterlijk natuurlijk, maar in de geest van zijn retorische stijl en zijn onvermoeibare zoektocht naar waarheid.
In deze virtuele heropleving zien we een animatie waarin Hitchens’ kenmerkende toon en redenering tot leven worden gebracht. Hij spreekt, als het ware, vanuit het hiernamaals over Trump’s vulgariteit, scènes die hij zonder twijfel als exemplarisch zou hebben beschouwd voor de decadentie en morele leegte van onze tijd. De begeleidende tekst van de video is helder en scherp; ze vat precies die geest van kritische verontwaardiging samen waar Hitchens zelf om bekend stond.
De tekst onder de video’s is eerlijk genoeg:
‘In deze analyse wekken we de geest van Christopher Hitchens tot leven om de diepe schande van Donald Trump’s ‘Gatsby’-feest te bespreken. Men zou bijna bewondering kunnen hebben voor de pure, onvervalste branie om een ‘Great Gatsby’-themafeest te organiseren – een roman die juist de leegheid en oppervlakkigheid van rijkdom ontleedt – op een moment dat het beleid van de regering rond voedselhulp voor de armsten van het land onderwerp is van felle publieke discussie.
Dit is niet zomaar smakeloosheid; het is een berekende verklaring van minachting. Dit spektakel onthult de kern van de hypocrisie van het Trump-fenomeen en legt zijn ‘populisme’ bloot als een goedkope oplichterij. We ontleden hoe dit evenement, en het kruiperige gedrag van figuren als Marco Rubio, een perfecte manifestatie vormt van een nieuw sektarisme dat een republiek heeft uitgehold tot een vergulde, intellectueel failliete persoonscultus.
Deze video is een satirische parodie en een intellectuele verkenning in de geest van Christopher Hitchens. Ze wordt niet onderschreven door de nalatenschap van Hitchens, noch door enige instelling of door Donald Trump. Alle argumenten worden gepresenteerd met het oog op debat en kritische analyse, in de stijl van een Oxfordse provocatie.’
Het verdient vermelding dat de video opent met een duidelijke disclaimer. Dat vind ik discreet en gepast: het getuigt van respect voor Hitchens’ nalatenschap en van transparantie tegenover de kijker. Daarmee wordt meteen duidelijk dat het hier om een satirische reconstructie in zijn geest gaat, niet om een poging om zijn stem letterlijk te doen herleven.
‘DISCLAIMER: Dit is een parodie en een door fans gemaakte inhoud. Het is niet verbonden met of goedgekeurd door Christopher Hitchens of zijn erfgenamen/familie. De video’s zijn geïnspireerd op zijn publieke uitspraken en ideeën, bedoeld voor educatieve, vermakelijke en satirische doeleinden, en gebruiken een gesynthetiseerde stem (AI-parodie) die niet aan Christopher Hitchens toebehoort. We gebruiken visuele lip-sync en nagesynchroniseerde vertelling om nieuwe, hypothetische dialogen en gedachte-experimenten te creëren.
Deze inhoud is NIET ECHT en bedoeld als karikatuur/satire om complexe ideeën toegankelijker en boeiender te maken voor kijkers. Ons doel is om intellectuele ideeën op een respectvolle manier te verkennen, zonder de intentie om iemand te misleiden tot het geloven dat deze inhoud authentiek is.
Deze AI-gegeneerde parodie van Christopher Hitchens is gemaakt voor educatieve discussie en culturele analyse. Ze bevat geen haat, geweld of enige vorm van echte politieke steun.’
En om af te sluiten: na de virtuele evocatie van Hitchens is het goed om nog even de echte stem van de man zelf te horen. Onderstaande video, getiteld “The Best of the Hitchslap”, is een compilatie van enkele van zijn scherpste momenten; verbaal, intellectueel en moreel. Wie Hitchens nog niet kent, zal in deze fragmenten zien wat hem tot zo’n uitzonderlijk denker maakte: zijn combinatie van belezenheid, ironie, morele ernst en een haast klassieke beheersing van de rede.
P.S.
De AI-bewerkingen deden me even glimlachen bij de gedachte hoe geestig het zou zijn om onze Maarten van Rossem op vergelijkbare wijze te vereeuwigen. Zowel Hitchens als Van Rossem zijn uiteraard de laatsten die zoiets zelf ooit nodig of wenselijk zouden achten, maar als het met intelligentie, smaak en humor gebeurt, wat zou er dan op tegen zijn? Het risico blijft natuurlijk dat men zulke figuren woorden in de mond legt die niet de hunne zijn. Dat is precies waar respect en nuance het verschil maken tussen een eerbetoon en een karikatuur. Gelukkig kunnen we van Maarten van Rossem nog in levenden lijve genieten; zijn droogkomische scepsis behoeft (nog) geen digitale wederopstanding.

De vlieg op haar muur leek een vreemde vermomming van steeds iemand anders. Door de sleutelgaten gluurden ook nooit dezelfden. Het aflosschema van de wisselende wachten viel niet te achterhalen. Alleen de postbode buiten veranderde alleen maar van pet. Hij had vier varianten. De man liep aangenaam snel. Hij ‘deed’ haar hele straat in minder dan acht minuten. Hij was zo weer verdwenen.

Wijkbewoners vonden dat ze iemand bij haar langs moesten sturen. De beheerder van de buurtapp belde het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag van de GGD. Ook Veilig Thuis werd ingeschakeld en iemand bezocht het Wmo-loket van de gemeente. Er waren meer ogen op haar gericht dan ze al vermoedde. “Verraders”, riep ze. De façade van haar kluizenaarswoning liet voor het eerst wat geluid door.
Ze deed niet open. Eén keer probeerde een hulpverleenster met haar te praten door de brievenbus. Dat vond toevallig plaats toen ook de postbode er gebruik van wilde maken. Ze hoorde hem “neem me niet kwalijk” zeggen. Er viel een onbelangrijke brief op de mat. Ze had zijn stem gehoord, dat vond ze spannend. Hij droeg die dag een nieuwe pet. Ze noteerde ‘beetje schor’ in haar logboek. En: ‘Nieuwe flat cap. Flessengroen’.
Meer wilde ze niet van hem weten. Van haar hoefde niemand iets te begrijpen, ook hij niet, en vooral niet dat zij deed aan contraspionage. De doucheruimte boven haar voordeur was de enige veilige plek in huis. Die had ze hermetisch afgeplakt. Zelfs de douche kon ze niet meer gebruiken. Ze bekeek de buitenwereld door een kiertje: een tochtstreepje in haar tuimelraam. Zodoende kende ze de bezorgtijd van de postbode. Hij was behoorlijk stipt.
Op een dag week hij af van zijn routine. Hij had een brief bij haar in de bus gedaan maar weifelde. Hij wilde doorlopen maar keerde terug op zijn schreden. Hij belde bij haar aan. Zij herkende zijn verwarring. Daarom hield niets haar ditmaal tegen. Ze deed vrij onbevangen open. “Sorry” zei hij “ik geloof dat ik een verkeerde brief in uw bus heb gegooid. Voor 20, niet voor 18.” Hij had gelijk. Hij had zijn fout snel ingezien, maar was toch te laat geweest met corrigeren.
“Kan gebeuren” zei zij, en daarna: “vergissen is menselijk.” Toen, alsof ze helemaal los ging, kwam er zowaar nog een derde opmerking uit haar mond: “En ik maar denken dat u een robot was.” Hij keek verbaasd, maar moest wel lachen. Nog bijkomend van haar schrik, om haar vrijpostigheid, vond ze zichzelf best grappig. Na twee clichés en maanden van stilte, had ze iets leuks gezegd. Ze gaf hem de brief terug en duwde de deur heel langzaam in het slot.

Er zijn van die momenten die je doen beseffen hoe schimmig tijd en herinnering soms samenwerken. Neem een berichtje op de ‘Bea-app’, de online stoep van onze straat, cq ons digitale buurthuis, waar prangende vragen worden gesteld. Plotseling dook daar een naam op: een hoofdpersonage uit iemands jeugd, dat ik óók kende. Dat wil zeggen: ik kende de hoofdpersoon, maar zo vaag, dat ik die nooit als vergeten zou hebben bestempeld.

Het ging de zoeker trouwens om meer dan alleen maar een naam van een detective. Er hoorde ook een vervoermiddel bij. Hij formuleerde zijn zoekvraag zo:
Ik meen me te herinneren dat ik in mijn jeugd (eind jaren zestig moet dat zijn geweest), een detectiveserie heb gelezen die zich afspeelde aan de Veluwezoom. En als ik mij goed herinner, had de hoofdpersoon een amfibievoertuig. Doet dit misschien bij iemand een belletje rinkelen? Ik ben op internet aan het zoeken geweest, maar het resultaat daar is precies nul.
Een andere straatgenoot vond het antwoord. Zij noemde De schrik van de Imbosch van Carel Beke. Hierin speelt Pim Pandoer de hoofdrol. Voor mij was het verhaal net begonnen – namelijk met de zoektocht van de één – en nog lang niet geëindigd met de hulpvaardigheid van de ander, die een afbeelding van de voorkant van het boek deelde. Ik wilde die kaft meteen omslaan en beginnen met lezen. Dat amfibievoertuig moest ik zien. Ik wist op dat moment zeker dat ik niet verder kon voordat ik dat voertuig onder ogen had gekregen.
Tegelijkertijd begon er in mijn hoofd een stem te preken. Dat gebeurt wel vaker, maakt u zich geen zorgen. Het was pastoor Pim Pandoer. Hij sprak vanuit het buurthuis, dat opeens in een kerkje was veranderd.
“Wat hier gebeurde,” zei hij, “was iets heel bijzonders. Het gaat mij niet om het boek zelf, hoewel dat natuurlijk een schat aan jeugdsentiment herbergt: een detectiveverhaal dat zich afspeelt tussen de bossen en heuvels van de Veluwezoom, een amfibievoertuig dat door de modder ploegt alsof het een tijdmachine is. Het gaat mij om de hulpvaardigheid; de simpele, onvoorwaardelijke bereidheid van een medemens om te helpen.”
Dat kan wel zijn, wilde ik antwoorden, maar ik ben nu op een spoor gezet dat voor mij veel concreter is. Een twee-elementenvoertuig om een beetje filosofisch te doen, een terra-aqua-wagen om mij wat Latijnser uit te drukken, een land-en-waterkar om het luchtig te houden. Het mocht niet baten. De pastoor had het woord genomen en wilde het niet meer afgeven. Zijn kerkje was een heuse kathedraal op een heuvel geworden. Hij sprak alsof hij op de kansel stond en had, voor zijn gevoel, een geweldig thema te pakken:
Denk ook aan het contrast. De zoeker heeft gezocht, misschien met veel te veel trefwoorden op internet, hopeloos verdwijnend in de zee van digitale data. En ineens, zonder enige beloning behalve de voldoening van een goed geheugen en een groot hart, komt er iemand langs die zegt: “Oh, dat is dit boek.” Klaar. Eenvoudig. Rechtstreeks. Een beetje zoals een oude speurneus die een verdwenen aanwijzing vindt die niemand anders zag.
En er zit iets ontroerends in dit soort momenten. Want wie had ooit gedacht dat de Veluwezoom en een amfibievoertuig uit de late jaren zestig, zo’n naïeve jeugdverwondering, op een digitale app in 2025 weer tot leven zouden komen? Ergens tussen emoji’s en korte zinnetjes, gebeurt iets dat je doet glimlachen. Het herinnert je eraan dat menselijke connectie geen leeftijd kent, dat herinnering collectief kan worden gedeeld, dat het plezier van een gevonden antwoord even warm kan zijn als het plezier van het originele verhaal zelf.
Jeugdsentimenten zijn een apart soort magie. Ze zijn verstopt in geuren, in geluiden, in boeken die je als kind verslond. En soms, heel soms, komen ze terug via een ander, via een onbekende helper, en voel je je even weer die tienjarige die met ingehouden adem de pagina’s omsloeg van een detective waarvan hij elk detail koesterde. Het mooie van dit alles is dat het niet gaat om snelheid of efficiëntie. Het gaat om aandacht. Om het besef: iemand leest, iemand herinnert, iemand deelt. Dat is hulpvaardigheid in haar puurste vorm. Het soort hulpvaardigheid dat niet opschept, dat niet iets terugvraagt, maar simpelweg de wereld een beetje completer maakt.
Misschien is dat wel de moraal van het verhaal: dat de wereld, zelfs in digitale vorm, soms net zo magisch kan zijn als de amfibievoertuigen van Pim Pandoer. Dat kleine gebaren, een naam, een hint, een herinnering, een correctie, een suggestie, de wereld een beetje rijker maken; en dat ze de tijd overbruggen, van de jaren zestig tot nu, van jeugd tot volwassenheid, van een vergeten avontuur tot een gevonden glimlach. En wie weet: misschien was dat boek zelf nooit zo belangrijk geweest, als het niet had geleid tot dit moment van onverwachte, eenvoudige vriendelijkheid.
Terwijl de pastoor deze woorden sprak – op de voor hem zo gezalfde wijze – had de oorspronkelijke vrager niet stilgezeten. Hij was meteen gaan zoeken op de aangereikte trefwoorden Carel Beke, De schrik van de Imbosch, Pim Pandoer en amfibievoertuig. Hij vond op Wikipedia alles wat er te weten viel. Het werd eindelijk stil in mijn hoofd. De pastoor had zijn punt gemaakt: de zegen van onderlinge hulpvaardigheid was weer eens aangetoond.
Ik las over de schrijver en zijn antagonist. Ik kreeg de voorkanten van zijn boeken te zien. Er dook een gefragmenteerd beeld op van het amfibievoertuig. In korte tijd werd alles veel prozaïscher dan ik hoopte. Zolang iets in nevelen gehuld blijft, is de aantrekkingskracht groot, de interesse gewekt, de zoektocht in volle gang. Maar wanneer de ontsluiering komt en het geheim alledaags blijkt, vervliegt de betovering. Ik was weer snel over mijn hoogtepunt heen.
De pastoor vertrouwde veel meer dan ik op de mensheid.
Wat een droevig nieuws is dit. Ik hoorde het en het sloeg in als een bom, niet alleen vanwege het verlies van twee waardevolle stemmen, maar vooral vanwege de onderliggende motivering. De podcast Shrinking Trump stopt. De makers, psychologen John Gartner en Harry Segal, voelen zich genoodzaakt de stekker eruit te trekken, om een reden die een rilling door mijn hart jaagt: ze moeten vrezen voor vervolging en kunnen, mocht het zover komen, de proceskosten niet dragen.

Dit is de rauwe, onverbloemde realiteit die we nu onder ogen moeten zien. Het is niet langer een hypothetisch gevaar; het is acuut. Een regering, of een politieke beweging met de intentie de democratie te ondermijnen, gebruikt de rechtspraak als wapen. Kritiek uiten wordt een financieel risico, een potentieel bankroet. Het gaat hier niet om een gerechtvaardigde vervolging vanwege een misdrijf, maar om het intimideren en monddood maken van critici door de dreiging van eindeloze en onbetaalbare juridische procedures.
En dat is precies waar de schoen wringt en waarom ik zo’n enorme zwaarte voel. Het feit dat je jezelf preventief het zwijgen op moet leggen, uit anticipatie op een dreiging die alleen al door haar bestaan zo intimiderend is dat ze haar doel bereikt. Er is nog geen dagvaarding de deur uit, er is nog geen officier van justitie in actie gekomen, en toch zijn de stemmen al verstomd. Dit is de sluipende gifbeker van onvrijheid. Het is een demonstratie van hoe een klimaat van angst, gecreëerd door de dreiging van de staat of machtige individuen, de vrijheid van meningsuiting aan het wurgen is.
Shrinking Trump was meer dan een podcast; het was een psychologische analyse, een poging om zin te geven aan de chaos, en een daad van burgerlijke moed van twee geleerden. De droeve laatste aflevering markeert niet alleen het einde van hun programma, maar ook een ‘tipping point’ in de strijd voor de democratie. Als zelfs de angst voor juridische kosten ons al dwingt tot stilte, wat is dan nog de waarde van de vrijheid van meningsuiting? Dit is een wake-up call, een bewijs dat de democratie niet alleen sterft in duistere dictaturen, maar ook langzaam wordt uitgehold in het volle daglicht door het wapen van de onbetaalbare rechtsprocedure.
We zijn weer twee stemmen armer. Ik vrees dat het niet de laatsten zullen zijn.
Hoe ver zou zijn macht hebben gereikt, als Wilders het echt tot minister-president had gebracht? Hoe snel zou hij, als een Trump van de Lage Landen, met het afbreken van de democratie zijn begonnen? Het idee van een Nederlandse zonnekoning die met één pennenstreek de rechtsstaat buitenspel zet, is een schrikbeeld dat schril contrasteert met de polderrealiteit van Den Haag. Polderen kon Wilders sowieso niet. Zijn populistisch-autoritaire gedachtegoed – dat de trias politica als een belemmering ziet – staat haaks op de geest van onze grondwet. Maar is de angst reëel dat Wilders zijn autocratische fantasie had kunnen realiseren? Hoe ver was hij daadwerkelijk gekomen, voordat de ingebouwde mechanismen van onze machtenspreiding hem tot de orde zouden hebben geroepen? En is hij echt zo stoer als hij over wil komen? Volgens mij heeft de man die wel A zegt maar nooit B, een onverwacht B-kantje.

De eerste onoverkomelijke barrière voor een zonnekoning in Nederland vormt het parlementaire stelsel zelf. In tegenstelling tot presidentiële systemen is de premier hier geen direct gekozen leider met een eigen, onafhankelijk mandaat. De uitvoerende macht is direct afhankelijk van de wetgevende macht. Blonde, radicale idealen vergelen snel aan een kabinetstafel. Zelfs als Wilders premier zou zijn geworden, had hij een coalitieakkoord moeten sluiten. Elk wetgevend initiatief is vervolgens afhankelijk van een meerderheid in de Tweede Kamer en in de Eerste Kamer, waar zijn partij nooit een absolute meerderheid zou hebben gehad. Het resultaat: de noodzaak tot compromis. Plannen om fundamentele grondrechten in te perken, de Grondwet te wijzigen, of de onafhankelijkheid van instituten aan te tasten, zouden in de wetgevende macht al stuiten op de rode lijnen van de coalitiepartners. Zonder het vertrouwen van de Kamers is de premier, ongeacht zijn populariteit, direct demissionair. De overlap van machten fungeert hier als een schild.
Mocht de uitvoerende macht – het Kabinet onder Wilders – er via een (onwaarschijnlijk) loyale coalitie toch in slagen controversiële wetten door het parlement te loodsen, dan stuit deze op de rechterlijke macht, het meest strikt onafhankelijke deel van de trias politica. De rechts-radicale aanval richt zich doorgaans op het delegitimeren van de rechters, door hen weg te zetten als ‘politieke’ of ‘activistische’ elite. Wat een grijs gedraaid plaatje werd dat (Wilders heeft veel grijze kantjes). Maar goed, de Nederlandse rechters zijn voor het leven benoemd en kunnen niet zomaar worden ontslagen door de regering vanwege een onwelgevallige uitspraak. Cruciaal is bovendien de rol van het internationaal recht. Nederland is gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechterlijke macht, en dan met name de Hoge Raad, kan wetgeving toetsen aan dit verdrag en deze buiten werking stellen als er fundamentele mensenrechten in het geding zijn (denk aan de vrijheid van godsdienst of non-discriminatie). Dit vormt de ultieme check op de soevereiniteit van de uitvoerende en wetgevende machten.
Naast de formele machten bestaan er in Nederland nog andere buffers die de radicale agenda zouden vertragen of afzwakken. Ten eerste de ambtelijke macht. De ambtenaren zijn loyaal aan de staat, niet aan een individuele politicus of partij. Zij zijn de kennishouders en de uitvoerders van de wet. Een radicale premier zou te maken krijgen met de weerstand van de feiten en de onmogelijkheid om bepaalde ongrondwettelijke plannen in de praktijk uit te voeren. Ten tweede de decentrale overheid. Veel beleid, zoals woningbouw, integratie of handhaving, wordt uitgevoerd door provincies en gemeenten, die hun eigen gekozen bestuurders en bevoegdheden hebben. Zelfs een premier met de absolute wil zou niet zomaar de dagelijkse gang van zaken in alle 342 gemeenten kunnen overnemen, wat de spreiding van de macht nog breder maakt dan alleen de trias politica. De Nederlandse bestuurslaag is gefragmenteerd genoeg om een zonnekoning te verstikken in de veelheid aan bestuurslagen.
De conclusie is duidelijk: een zonnekoning zat er nooit echt in. Die ‘coupe soleil’ – de barokke ‘pruik’ die je altijd van verre zag aankomen – was een beangstigende eerste wanvertoning, maar daar bleef het gelukkig bij. De Nederlandse democratie is gebouwd op de overlap en de wrijving tussen machten, niet op hun strikte scheiding. Dit systeem is misschien niet altijd daadkrachtig, maar het is wel ongekend veerkrachtig tegen de autocratische impulsen van een populistisch leider. De onvermijdelijke realiteit van de polder is, dat Wilders, net als iedere andere premier, onmiddellijk geconfronteerd zou worden met de checks and balances van de coalitie, het parlement en de onwrikbare rechtspraak. De trias politica in haar Nederlandse vorm – de machtenspreiding – zou zijn radicale blondeburgerdroom in de kiem smoren. Iets zegt mij dat Wilders dit uiteindelijk helemaal niet betreurt. Ik stel me hem voor in zijn ‘man cave’ zoals ik hem hierboven heb getekend. Misschien had ik nog twee katten op zijn schoot moeten plaatsen. Omdat hij daar van schijnt te houden, maar vooral ook als symbolen van zijn gedoodverfde gespletenheid.