Vrijheid van meningsuiting à la carte

De selectieve verontwaardiging van de Grote Leider en zijn volgelingen.

Als de schoft genaamd Trump en zijn schurkenbende door niets en niemand werden tegengehouden, zouden ze waarschijnlijk achter de volgende journalisten aangaan (de lijst is uiteraard niet compleet, maar dit zijn de commentatoren die ik volg):

  • Ben Meiselas; MeidasTouch Network.
  • David Pakman; The David Pakman Show.
  • Tim Miller; The Bulwark.
  • Jessiah; Pondering Politics.
  • Amy Goodman en Juan González; Democracy Now!.
  • Brian Tyler Cohen; No Lie.
  • Luke Beasley; The Luke Beasley Show.
  • Krystal Ball; Breaking Points (dikwijls gepresenteerd met Saagar Enjeti).
  • Kyle Kulinski; Secular Talk.
  • Cenk Uygur en Ana Kasparian; The Young Turks (Rebel HQ).
  • Natalie Wynn; ContraPoints.
  • Sam Seder; The Majority Report with Sam Seder.
  • Chris Hedges; The Chris Hedges Report (of gelieerd aan The Real News Network).
  • Kara Swisher; On With Kara Swisher.
  • Hasan Piker; HasanAbi.
  • Thom Hartmann; The Thom Hartmann Program.
  • Scott Galloway en Kara Swisher; Pivot.
  • Chip Franklin, Corinne Straight en Justin Horowitz; Really American.
  • Adam Mockler; The Adam Mockler Show.
  • Jeffrey Sachs, John J. Mearsheimer, Stephen Walt, Rohit „Ro” Khanna; geen eigen platform maar regelmatig optredend als gasten in andermans show vanwege hun expertise.
Noam Chomsky: “If you’re in favor of freedom of speech, then you’re in favor of freedom of speech precisely for views you despise. Otherwise, you’re not in favor of freedom of speech.” (De cartoon van Matt Wuerker wordt hier geplaatst met impliciete toestemming.)

Vrijheid van meningsuiting, het is een prachtig concept. Een soort heilig huisje in het Amerikaanse landschap, vooral luidkeels bejubeld door Donald Trump en diens discipelen. Tenminste, zolang de boodschap in hun straatje past. Zodra de wind uit een andere hoek waait, verandert datzelfde principe in een ongemakkelijke hindernis.

Neem het recente theater rond Jimmy Kimmel. De presentator durfde het aan om een grap te maken over het leeftijdsverschil tussen Trump en zijn echtgenote Melania (“Mrs. Trump, you have a glow like an expectant widow”). Een mop zo oud als de weg naar Kralingen; absoluut geen hoogvlieger op het gebied van originaliteit. Cruciaal detail: deze uitspraak werd gedaan vóórdat een verward individu probeerde binnen te dringen bij een evenement in Washington. Er was dus precies nul komma nul causaal verband. Toch schreeuwde het Trumpkamp moord en brand; het zou gaan om “aanzetten tot geweld”.

Trump eiste zelfs dat de zender ABC Kimmel de laan uit zou sturen (dit wordt daar nu zowaar overwogen). Dat is een regelrechte poging om een kritisch medium de mond te snoeren. Censuur in de praktijk, verpakt als morele verontwaardiging.

De hypocrisie druipt er vanaf wanneer we kijken naar het eigen gedrag van de gewelddadige narcist. Nog geen twee dagen later maakte hij tijdens een officieel moment met de Britse koning zelf een flauwe opmerking over zijn huwelijk en Melania. Gênant? Zeker. Maar riep iemand op om hem van het podium te plukken? Nee hoor. Dat valt dan weer onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’ en ‘je moet ertegen kunnen’.

Het probleem is niet de grap; het probleem is de persoon die hem vertelt. Wanneer Trump of zijn handlangers beledigingen uiten, is het humor. Wanneer een komiek precies hetzelfde doet over de leider zelf, is het plotseling gevaarlijk en moet het stoppen. Dit is geen principiële houding; het is opportunisme van de bovenste plank. Het mechanisme is inmiddels zo voorspelbaar als een klok:

  • Men rukt een willekeurige opmerking uit zijn context en plakt er de stempel ‘bedreiging’ op.
  • Vervolgens wordt dit gekoppeld aan een echt incident zonder enig bewijs (een klassieke drogreden).
  • Morele paniek is het resultaat, want woorden zouden immers geweld veroorzaken.

Satire is al eeuwenlang een onmisbaar instrument om de macht te controleren. In de Verenigde Staten wordt dit zelfs expliciet beschermd door het Eerste Amendement. En nee, dat recht is er niet alleen voor serieuze journalisten; ook humoristen hebben er recht op.

Het gevaar voor het vrije woord komt niet van een late-night host met een flauwe opmerking. Het schuilt in politici die zelf bepalen wie er wel of niet mag spreken en die mediabedrijven onder druk zetten. Zelfs als Kimmel zijn baan behoudt, is de dreiging reëel. Het creëert een angstcultuur waarin mensen uit voorzorg zwijgen uit angst voor represailles. En dat is precies hoe een vrije maatschappij langzaam afglijdt naar conformiteit.

Vrijheid van meningsuiting betekent niet dat je alles fantastisch moet vinden. Het betekent dat ook meningen die je de strot uitkomen, beschermd zijn. Je hoeft niet te lachen om Kimmel, je mag diens grappen gerust smakeloos vinden. Maar eisen dat een kritisch geluid van de buis verdwijnt, is iets heel anders.

Vrij naar Chomsky: Wie vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt wanneer het hem uitkomt, verdedigt haar in feite helemaal niet.






De scheur in het Amerikaanse graniet

Een stem die helder blijft terwijl een wereldmacht haar eigen contouren verliest.

Soms kom je een denker tegen die door alle ruis heen snijdt. Voor mij is Jeffrey Sachs zo iemand. Geen politiek theater, geen strategisch gemompel, maar een stem die helder blijft wanneer de rest van het debat vertroebelt. In een tijd waarin middelmatigheid vaak wordt verkocht als pragmatisme, is Sachs een zeldzame combinatie van academisch gewicht en morele ruggengraat.

Zijn recente analyse van Trumps handelslogica is daar een goed voorbeeld van. Sachs begint bij de basis: een handelstekort betekent dat een land meer uitgeeft dan het verdient. Niet meer, niet minder. Hij vergelijkt het met een creditcard: als jij je kaart leegkoopt bij de lokale winkels, is het absurd om de winkeliers de schuld te geven. Toch is dat precies wat de VS doet wanneer het landen als China of zelfs Lesotho beschuldigt van “valsspelen”.

Volgens Sachs is het idee dat je met elk land afzonderlijk een evenwichtige handelsbalans moet hebben economisch nonsens. Het negeert twee eeuwen economische wetenschap en ondermijnt de efficiëntie van de wereldmarkt. De kern van het probleem ligt volgens hem niet in buitenlandse concurrentie, maar in de Amerikaanse gewoonte om structureel meer uit te geven dan het produceert; gedreven door overheidstekorten van zo’n 2 biljoen dollar per jaar. Belastingen verhogen is politiek onhaalbaar, dus blijft men lenen. Het tekort wordt vervolgens verkocht als een buitenlandse samenzwering.

Maar Sachs blijft niet bij economie. Hij ziet een land dat steeds meer wordt bestuurd via noodverordeningen, terwijl die macht eigenlijk bij het Congres hoort te liggen. Hij waarschuwt dat de VS cruciale technologische ontwikkelingen heeft gemist – elektrische voertuigen, AI – terwijl China dankzij langetermijnplanning juist versnelt. De onvoorspelbaarheid van Trumps beleid kostte de wereldmarkt op één moment naar schatting 10 biljoen dollar aan waarde. Geen verschuiving van rijkdom, maar pure vernietiging ervan.

Sachs stelt dat de VS haar eigen gebrek aan discipline en visie maskeert door anderen de schuld te geven van een tekort dat ze zelf creëren. Hij zegt het droog: als Trump zijn student was, zou hij hem een onvoldoende geven. Helaas is Trump zijn president, wat de situatie “iets vreemder” maakt.

Buiten dit optreden om heeft Sachs zich nog scherper uitgelaten over het Trump-beleid. In A New Foreign Policy: Beyond American Exceptionalism (2018) stelt hij dat de ‘Amerikaanse Eeuw’ – begonnen in 1941 – eindigde op de dag van Trumps inauguratie. Volgens hem markeert ‘America First’ geen hernieuwde assertiviteit, maar een vrijwillige troonsafstand. Een vorm van nationaal narcisme die de VS isoleert terwijl de wereld multipolair wordt. De economische zwaartekracht is verschoven naar Azië, en Washington kan de rest van de wereld niet langer dwingen haar wil te volgen.

Bij de VN heeft Sachs felle kritiek geuit op het gebruik van eenzijdige sancties, onder meer tegen Venezuela en Iran. Hij noemt ze ineffectief én in strijd met het internationaal recht. In een rapport over Venezuela stelde hij zelfs dat Amerikaanse sancties direct hebben bijgedragen aan tienduizenden doden door gebrek aan medicijnen en voedsel; “oorlogsvoering via financiële weg”, noemt hij het.

Volgens Sachs is Trump geen incident, maar een symptoom van een dieper probleem: een politiek systeem waarin miljardairs beleid kopen via campagnefinanciering. Hij hekelt dat Trump defensie-uitgaven verhoogde terwijl hij bezuinigde op diplomatie. De VS verandert zo in een garnizoensstaat: overal militaire bases, maar nergens duurzame vrede.

Ondertussen blijven de echte problemen van de Amerikaanse arbeidersklasse liggen: dalende levensverwachting, stijgende zelfmoordcijfers, verdwijnende sociale vangnetten. Geen enkel tarief lost dat op. Sachs benadrukt dat de meeste industriële banen niet naar China zijn verdwenen, maar naar automatisering. Door China de schuld te geven, ontwijkt de overheid de verantwoordelijkheid om te investeren in omscholing en sociale zekerheid; “politieke lafheid”, noemt hij het.

Voor Sachs belichaamt Trump een natie die haar eigen internationale orde afbreekt uit frustratie over haar tanende macht. Zijn antwoord is geen nieuw protectionisme, maar een terugkeer naar multilateralisme en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Brief aan een curriculum-cipier

Een pleidooi om nog onverschrokkener buiten de lijntjes te kleuren van de landelijke leerstof.

Beste k,

Dat ik jouw naam hier vervang door het symbool voor de constante van Boltzmann heeft weinig met zijn beroemde vergelijking te maken. Ik wilde vooral dezelfde vorm van abstraheren toepassen als bij m; niet in de laatste plaats omdat je zo enthousiast reageerde op mijn brief aan hem.

Je vroeg me of ik wat uitgebreider wilde ingaan op dat euforische moment dat ik beschreef: het ogenblik waarop de noodzaak van het kwadraat in bijvoorbeeld E = mc² plotseling tot me doordrong. Dat dit inzicht zich pas rond mijn achttiende aandiende, zou in jouw praktijk als docent natuurkunde betekenen dat een leerling pas ná het eindexamen een fundamenteel begrip bereikt. Jij hoopt – begrijpelijk – dat een zorgvuldig opgebouwd curriculum dat vóór kan zijn.

Toch zie jij in je klaslokalen iets anders gebeuren. Leerlingen bewegen zich plichtmatig door de stof, volgen de gebaande paden, en komen pas later – als het cijfer al vastligt – tot enig werkelijk inzicht. Voor velen blijft het bij een zesje met de hakken over de sloot, waarna natuurkunde voorgoed wordt ingeruild voor iets dat minder weerstand biedt. Je vindt dat zonde. Soms zelfs reden tot zelfkritiek: ben je niet te veel een ‘syllabus-satraap’, zoals je het zelf eens noemde? Regeer je niet te strikt volgens het examenprogramma, als een in permanente tijdnood verkerende ‘eindtermen-executeur’, met een precisie waar een Zwitsers uurwerk jaloers op zou zijn, maar waar leerlingen weinig aan hebben?

Laat ik je eerst geruststellen. Ik ken je niet als iemand die een gesprek afkapt zodra het interessant dreigt te worden omdat het buiten de stof valt. Integendeel: toen wij elkaar leerden kennen – ik was inmiddels de dertig gepasseerd – bleek je juist opvallend bereid om terug te keren naar onderwerpen die ik ooit half had begrepen. Ik heb nooit een les van je bijgewoond, maar niets aan jou doet vermoeden dat je slechts de instructies van bovenaf volgt.

Misschien moeten we een ongemakkelijker mogelijkheid onder ogen zien: dat inzicht zich niet laat afdwingen. Dat exacte vakken voor velen eenvoudigweg te veel denkkracht vereisen op een moment in het leven waarop andere zaken – urgenter, diffuser – de aandacht opeisen. De pre-volwassenheid is mogelijk niet de fase waarin de meeste mensen ontvankelijk zijn voor het zo precies mogelijk in kaart brengen van de werkelijkheid.

Voor mij bleek er nog hoop. Misschien omdat andere afleidingen nog even uitbleven en er ruimte ontstond voor iets dat, achteraf bezien, verrassend helder was. Er kwam namelijk logica bij kijken; en niets anders dan dat.

Iemand wees mij er ooit nadrukkelijk op dat je geen appels met peren kunt vergelijken. Dat je grootheden eerst naar een gemeenschappelijk niveau moet tillen voordat je er een is-gelijk-teken tussen mag zetten. Dat vermoeden had ik al, maar ik had het verkeerd geïnterpreteerd. Ik dacht dat het kwadrateren van de lichtsnelheid een soort boekhoudkundige ingreep was: als je aan de ene kant iets ‘verzwaart’, moet de andere kant mee.

Maar zo werkt het niet. Het kwadraat van c is geen kunstgreep om de vergelijking in balans te brengen; het volgt noodzakelijk uit de manier waarop massa en energie in de relativiteitstheorie met elkaar verbonden zijn.

Dat werd mij pas echt duidelijk toen ik nog eens stil stond bij de verschillende eenheden:

  • Snelheid heeft de dimensie meter per seconde (m/s).
  • Energie wordt gemeten in Joule (kg·m²/s²).
  • Massa in kilogram (kg).

Om van massa naar energie te gaan, heb je dus een factor nodig met de dimensie (m/s)². En dat is precies wat levert. Het is geen willekeurige keuze, maar een mathematisch onvermijdelijke brug tussen twee grootheden die op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen hebben.

Tegenwoordig zou zo’n inzicht zich waarschijnlijk sneller aandienen. Niet omdat de leerling slimmer is geworden, maar omdat de uitleg zich kan aanpassen. Wat mij toen ontbrak, bestaat nu wel: een systeem dat net zo lang andere formuleringen probeert tot het aansluit bij het begripsvermogen van de vragensteller. Ik moest het doen met toevalligheden; een boek, een passage, een moment waarop iets eindelijk viel.

Jij had, als ik je eerder had ontmoet, misschien degene kunnen zijn die dat moment naar voren haalde. Want mijn intuïtie zat niet eens zo ver naast de waarheid. Er was alleen niemand die zei: “Je bent er bijna, maar hier zit de denkfout.”

Het boek dat me uiteindelijk hielp vond ik tijdens een vakantie in Griekenland, in een Duitse uitgave die ik half begreep en half aanvoelde. Ik schreef passages over in een schrift, afgewisseld met indrukken van zee, hitte en een merkwaardig gevoel van helderheid. Het boek zelf ben ik kwijtgeraakt, maar één gedachte is blijven hangen:

De in E = mc² werkt als een gigantisch vergrootglas. Omdat de lichtsnelheid ongeveer 300.000.000 m/s bedraagt, is een astronomisch getal (≈ 9 × 10¹⁶). Dat betekent dat een minuscuul beetje massa overeenkomt met een enorme hoeveelheid energie. Niet als overdrijving, maar als exacte verhouding, vastgelegd in de structuur van het universum zelf.

Misschien maakt dat op jou minder indruk dan op mij. Misschien bevestigt het alleen maar dat je je werk naar behoren doet. Maar ik vermoed dat het werkelijke verschil ergens anders ligt.

Niet in de stof, en ook niet in de volgorde waarin die wordt aangeboden, maar in het moment waarop inzicht landt. Dat zeldzame ogenblik waarop losse flarden kennis, intuïtie en halfbegrepen regels plotseling samenvallen tot een geheel dat zichzelf verklaart. Alsof je niet iets nieuws leert, maar eindelijk begrijpt wat je al die tijd al wist.

En misschien is dat precies waar geen curriculum grip op krijgt.

P.S. richting blogberichtlezer
In tegenstelling tot spirituele claims over ‘vibratie’ of ‘universele energie’ is E = mc² een van de best geteste principes uit de moderne fysica. Het verklaart waarom de zon schijnt en hoe kernenergie werkt. Elke keer dat massa in energie wordt omgezet, verschijnt die factor weer; consequent, meetbaar en zonder mystiek. Het universum blijkt, in dat opzicht, een opmerkelijk precieze boekhouder.

Lezersreactie:

Ik zie die Joule niet meer terug in de haakjes daarachter. Snelheid is meter per seconde; ok, dat begrijp ik. Massa wordt gemeten in kilogrammen; check! Maar nadat je beweerd hebt dat energie in Joule wordt gemeten, zie ik je die eenheid niet meer gebruiken!

Reactie:

Een scherpe observatie. Laten we de conversie nader bestuderen. Om van massa naar energie te gaan, vermenigvuldigen we de massa met het kwadraat van de snelheid. De eenheid wordt dan:

\text{kg} \times (\text{m/s})^2 = \text{kg} \cdot \text{m}^2/\text{s}^2 = \text{Joule}

Zie je hoe we hier uitkomen? De eenheid aan de rechterkant van het is-gelijk-teken is exact hetzelfde. Zo zorgen we ervoor dat we uitsluitend met vergelijkbare grootheden werken, oftewel: we vergelijken geen appels met peren. Dit maakt duidelijk dat c^2 geen willekeurige ingreep is, maar een onvermijdelijke factor om de dimensies in evenwicht te brengen.”

De SI-eenheid van energie (de Joule) is inderdaad exact gelijk aan \text{kg} \cdot \text{m}^2/\text{s}^2. De factor c^2 fungeert op deze manier als de noodzakelijke dimensie-overbrugging om van massa (kg) naar energie te gaan.

Zodra de eenheden aan weerszijden van het is-gelijk-teken met elkaar in overeenstemming zijn gebracht, ontstaat er een valide vergelijking. We vergelijken dan immers niet langer appels met peren.

Begint het ijs nu pas echt te kraken?

De transformatie van solo naar symbiose en de onzekere koers van het aan wal gaan.

Wat bezielt een mens om de relatieve veiligheid van de Finse kust te verruilen voor de onverbiddelijke grijstinten van de Noordelijke IJszee? Het YouTube-kanaal Alluring Arctic Sailing begon niet als een gelikt mediaproject, maar als een minimalistische studie in menselijke volharding. Juho Karhu, de protagonist van dit epos, belichaamde jarenlang de archetypische solo-zeiler; een man die schijnbaar genoeg had aan een stalen romp, een paar ski’s en de ijzige stilte van de hoge breedtegraden. De vroege jaren van het kanaal werden gekenmerkt door een zekere ascetische esthetiek. Juho navigeerde de fjorden in zijn eentje, waarbij de kijker getuige was van een technische dialoog tussen mens en element.

Hoewel de vroege dagen van Alluring Arctic een frisse wind brachten door de focus op expedities in hoge breedtegraden in plaats van de standaard tropische ‘bikini-zeil-vlogs’, zie je vaak een verzadigingspunt optreden bij dit soort content. YouTube beloont extreem dramatische verhaallijnen, maar bij zeilkanalen treedt er na een paar seizoenen soms ‘avontuur-moeheid’ op bij het publiek; hoe spectaculair de fjorden ook zijn, voor de gemiddelde kijker begint de tiende storm op elkaar te lijken. Tja, en als je dan ook nog voor langere tijd aan land gaat…

Die dynamiek veranderde enigszins toen zijn partner aan boord kwam. Wat aanvankelijk een verslag van nautische ontberingen was, transformeerde in een liefdesverhaal – zo keek ik er althans naar – met nog wel de extreme druk van een onverbiddelijke omgeving, maar ook met beelden van twee jongverliefde mensen. Voor mij monsterde Sohvi Kangasluoma precies op tijd aan. Ik zwijmelde. Ze waren nu in ieder geval samen. Sohvi was een PhD Candidate aan het Arctic Centre van de Universiteit van Lapland toen ze aanmonsterde (inmiddels heeft ze een doctorsgraad). Ze zat in de laatste, zware fase van haar promotietraject en profiteerde optimaal van de reis met Juho door tijdens hun tochten daadwerkelijk onderzoek te doen en aan haar proefschrift te schrijven. De boot was dus niet alleen een vervoermiddel voor ski-avonturen, maar ook een varend laboratorium.

Deze overgang van individuele overlevingsdrang naar een gedeeld lot werd bezegeld met de aanschaf en de collectieve renovatie van een nieuw schip. Het opknappen van de boot fungeerde als een metafoor voor hun gezamenlijke toekomst; een wetenschappelijk onderbouwde herstructurering van hun leven om de meest vijandige omgevingen op aarde te kunnen weerstaan. Het resultaat was een uniek genre: de expedition-romance.

Een van de meest onderscheidende kenmerken van hun reis was de synergie tussen zeilen en skiën. Door berghellingen aan te varen die enkel via het water bereikbaar zijn, creëerden zij hun eigen privé-resort; een vorm van toerisme die zo exclusief is dat de enige getuigen de camera en de poolwind waren. Het was deze combinatie van maritieme kunde en alpine durf die het kanaal naar een eenzaam hoog niveau tilde.

Dit culmineerde in twee monumentale prestaties: De Noordwestpassage; een onderneming met twee goede vrienden waarbij de grenzen van navigatie en groepsdynamiek werden opgezocht. En de Overwintering; het absolute magnum opus. Twee mensen met hun Groenlandse hond Nova – die zij ter plaatse adopteerden, daarmee hun band met het landschap definitief bezegelend – in een bewust ingevroren schip in een verlaten baai. De psychologische en fysieke impact van het ‘vastzitten’ als een bewuste keuze, bood een zeldzame inkijk in een leven dat volledig is losgekoppeld van de moderne tijdrekening.

Toch kent elk verhaal zijn schaduwkanten. De aflevering waarin zij meevoeren met Groenlandse zeehondenjagers zorgde voor een stevige dissonant. Hoewel het een eerlijke, bijna rauwe weergave was van een eeuwenoude overlevingstraditie, botste de bloedige realiteit van de jacht frontaal met de gepolijste verwachtingen van een deel van het westerse publiek. Het was een moment waarop de kijker bruut werd herinnerd aan het feit dat de natuur in de Arctis niet alleen een decor is voor mooie plaatjes, maar een functionele en vaak meedogenloze werkelijkheid. Dat zij deze beelden durfden te tonen, getuigt van een integriteit die zeldzaam is op YouTube, zeker ook omdat die aflevering hen kijkers kostte.

Op dit moment bevindt Alluring Arctic zich in rustiger vaarwater; letterlijk en figuurlijk. ‘Sailing’ is bewust verwijderd uit de titel. Met de boot in de stalling en het paar in een Fins vakantiehuis, is de constante dreiging van het ijs vervangen door de alledaagsheid van het vasteland. Juho heeft bovendien de zakelijke koers verlegd door Patreon de rug toe te keren en abonnementen in eigen beheer te nemen. Patreon is weliswaar de industriestandaard voor het financieel ondersteunen van makers, maar het platform fungeert ook als een machtige tussenpersoon die een aanzienlijk percentage van de inkomsten opeist en de directe communicatie met de achterban bemoeilijkt. Juho’s overstap naar een eigen systeem is een stap naar volledige autonomie die past bij zijn karakter; het is de digitale variant van solo-zeilen waarbij hij liever zelf aan het roer staat van zijn community dan afhankelijk te zijn van de grillen van een extern platform. Het brengt echter ook risico’s met zich mee voor de continuïteit, want zonder de vertrouwde infrastructuur van een grote speler moet hij zijn volgers nu op eigen kracht aan boord houden.

Het succes van dergelijke kanalen stoelt vaak op een constante escalatie van avontuur. Nu de grootste mijlpalen zijn bereikt, rijst de vraag: wat nu? Kan een verhaal dat gedijt bij ontbering, overleven in de geborgenheid van een Finse woonkamer?

Alluring Arctic Sailing heeft bewezen dat een goed verhaal over afzondering paradoxaal genoeg het beste werkt wanneer er op een zeker moment iets van liefde in beeld komt. De interactie tussen twee mensen die op elkaar aangewezen zijn in een bevroren leegte, geeft de kijker een ankerpunt. Maar met het schip aan land en de grote expedities achter de rug, staat het kanaal voor zijn grootste uitdaging: bewijzen dat het de aandacht kan vasthouden zonder de adrenaline van het ijs. Of, om het wat ironischer te formuleren: we hebben ze zien overleven in een bevroren baai met een hond en een afgepaste hoeveelheid leeftocht en scheepsbenodigdheden. De vraag is nu of ze de confrontatie ook zo dapper doorstaan met een stabiele internetverbinding, een dagelijkse sauna en een knapperende haard.

Dat is pas échte overleving.

Vrienden op afstand

Want stel je voor dat je mij in het ware licht ziet?

Beste H,

Als we elkaar nogmaals ontmoeten kan ik het beeld dat ik van mezelf wil creëren niet waarmaken. Ik zal banaal blijken en dat verdraag ik niet. Ik zal afbreuk doen aan wat ik buiten mijn bereik wil handhaven. Het is iets dat schijnbaar bestaat in sommige van mijn beste uitingen. Maar dat ben ik niet. Of toch; heel soms, dus veel sporadischer dan ik zou willen. Affijn, dat van die jeuk aan m’n kont was echt (ik deel dat gegeven als een frivole uitsloverij of een provocatie naar mezelf). Maar ook dat wat ik schreef in het gedicht berust op waarheid: dat ik je soms, tegen mijn zin, moet weggummen. Omdat je de diepste kijker bent onder mijn vrienden. “Maak geen röntgenfoto’s van mij”, schreeuw ik dan. Neem genoegen met de door mij opgerichte façade. Maar je behandelt mij zoals je jezelf behandelt. Mag ik je zelfportret zo zien? Als een hele diepe waarneming? Bijna te diep voor het mooie?
(25 april 09:30u)

Beste H,

Waren alle toekomstschetsen maar zo, zoals jij ze vangt in je beeld en de bijbehorende titel. Maar er wordt vaak te veel ingevuld als het om het ‘verre heden’ gaat. Ik bijvoorbeeld schrijf over het ‘openstaande morgen’ met jeuk aan m’n kont. Maar dat is nu; toevallig. Omdat ik zo opstond; krabbend aan m’n gat vanwege die ene hete peper van gisteren. Zie je wel: too much information. Onbegonnen tijd is onbegonnen werk. Dus daar ga ik weer met mijn foefjes. Te veel stelligheid over zoiets onkenbaars. Het ‘uitgestelde nu’ in vloeibaar vooruitzicht. De extrapolatie. Het altijd maar invullen; praten, bekennen, uitleggen. Het besef van de toekomst blijft voor mij een blabla-gebeuren. Dat wil zeggen: zolang ik leef. Wanneer mag ik zwijgen? Wie slaat mij dood? Ik wil eindigen in een goot.
(25 april, 02:10u)

Een herkenbare drang tot ordening

Over grenzen, controle en een universum dat weigert chaotisch te zijn.

Voorafgaand aan de expositie van Tobias Tebbe in Kunstruimte NUN te Arnhem werd mij meegedeeld dat de kunstenaar autistisch is, en dat mijn recent opgevatte plan om voortaan als onderzoeksjournalist door het leven te gaan, moeilijk slechter getimed had kunnen zijn; althans, als ik van plan was de maker ter plekke vragen te stellen over zijn werk. Wat ik echter ook vernam, was dat ‘Tebbe de jonge’ steevast door zijn vader wordt begeleid. Deze Leon Tebbe is zelf een bekende Arnhemse kunstenaar en graficus. Het leek mij dan ook aannemelijk dat ik mijn vragen desnoods tot hem kon richten.

Tobias Tebbe, met links het werk Dutch Democratic Republic. Een universum waarin Arnhem een grenspost is en niets aan het toeval wordt overgelaten.

Tobias ‘annexeert’ zijn familieleden geregeld in zijn werk en kent hun rollen toe binnen een gefantaseerde staatsstructuur. Neem alleen al het werk dat de uitnodiging voor de expositie siert: Dutch Democratic Republic. Onderaan prijkt, in een versierd medaillon, de naam ‘Leon Tebbelsévier’. Vader Leon lijkt hier niet slechts begeleider, maar eerder een functionaris – zo niet een patriarch – binnen dit regime.

Wat ik a priori over dit werk kon achterhalen, was het resultaat van een kort maar doelgericht vooronderzoek; de moderne term voor een kwartier geconcentreerd surfen. Dat leverde een fascinerend beeld op van wat zich laat omschrijven als een cartografische koortsdroom.

Het werk blijkt geen op zichzelf staand tafereel, maar een fragment uit een omvangrijk geopolitiek project. In Tebbes parallelle universum zijn de grenzen van West-Europa niet slechts verschoven, maar doelbewust geannexeerd en samengesmolten tot een hybride staat die het midden houdt tussen de polder en de voormalige DDR. Met opmerkelijke precisie herschrijft hij de kaart. We zien fenomenen als ‘West-Arnhem’ en de creatie van ‘East-Dutchia’. Het waarschuwingsbord in het centrum van de compositie – “Achtung! Sie verlassen jetzt West-Arnhem” – fungeert als een venijnige parodie op de teksten bij Checkpoint Charlie. Arnhem verschijnt hier als een laatste bastion, vlak voor het onbekende begint.

De compositie vertoont een gezonde vorm van horror vacui: geen millimeter blijft onbenut. Berekeningen – zoals de raadselachtige vermelding 19 times 105 – suggereren dat deze wereld rust op een fundament van strikte, haast wiskundige wetmatigheden, ver verwijderd van enige spirituele zweverigheid. Mocht dat inderdaad het geval zijn, dan heb ik er een geestverwant bij op dat zeldzame droge eiland in de woeste stroom van hedendaagse esoterie.

De kunstenaar speelt bovendien een geraffineerd spel met de begrippen ‘Dutch’ en ‘Deutsch’. Vlaggen versmelten, namen vervormen; het resultaat is een visuele identiteitscrisis waar zelfs de meest doorgewinterde douanier het spoor bijster van zou raken. Het geheel oogt als een poging om de chaos van de werkelijkheid te bezweren door haar te vangen in een rigide, bijna bureaucratisch systeem.

De vraag was of ik die middag toestemming zou krijgen om deze wereld te betreden, of al bij het eerste Allied Checkpoint zou worden teruggestuurd wegens een gebrek aan de juiste papieren. Vooralsnog leek het mij verstandiger om eerst in stilte te observeren.

Dat bleek geen probleem. Tobias noch zijn vader voelde de behoefte hun werk met een verkooppraatje te begeleiden. De vernissage trok bovendien voldoende publiek om eventuele toenaderingspogingen van mijn kant overbodig te maken. Opvallend was hoezeer de aanwezigen met elkaar bezig waren, en hoe weinig met het werk zelf, maar voor een opening schijnt dat gebruikelijk te zijn. Eén bezoeker probeerde het sociale gebeuren zo fanatiek vast te leggen dat zij, al achteruitlopend, een schilderij van de muur stootte.

Ik ontkwam overigens niet aan zelfkritiek. Tot mijn eigen ergernis stond ik al snel met een biertje in mijn hand; en daarna met een glas wijn. Alsof alcohol noodzakelijk was om Tebbes universum te doorgronden. Dat bleek allerminst het geval. De reeks waarin Nederland en Duitsland samensmelten tot een denkbeeldige staat is eerder een heldere, ironische geste dan een uiting van wat men gemakshalve een ‘spectrum’ noemt.

Tebbe hanteert een eigen, consequent doorgevoerde mythologie, zichtbaar in terugkerende symbolen en patronen. Van enig metafysisch gedweep is geen sprake; integendeel, het werk ademt een zekere nuchterheid. Driehoeken met een oog of cirkel, repetitieve structuren; ze geven het geheel een controlerende uitstraling die naadloos aansluit bij thema’s als grensbewaking en toezicht.

Het werk is doordrenkt van een fascinatie voor grenzen, paspoorten en identiteit. Dat valt gemakkelijk als obsessief te bestempelen. Hoewel Tebbe vaak onder Art Brut wordt geschaard, lijkt zijn oeuvre mij eerder een doordachte en complexe constructie van een parallel universum. De neiging tot volledige opvulling – het eerder genoemde horror vacui – is onmiskenbaar aanwezig, maar laat zich ook lezen als een vorm van systematiseren: een cognitieve strategie om de wereld te ordenen via schema’s, regels en structuren.

Moet dit per se worden weggezet als Art Brut? Mag het, afgezet tegen de waan van de tijd en de oppervlakkigheid van tijdgenoten, niet eenvoudigweg worden erkend als een indrukwekkende prestatie: het bouwen van een coherente, alternatieve werkelijkheid?

Wat er vervolgens gebeurde, leek mijn vermoeden te bevestigen dat het autisme-aspect wellicht wordt overbelicht. Terwijl ik daar stond te mijmeren, verscheen Tobias plotseling naast mij; opmerkelijk toegankelijk en bereid tot gesprek.

De vragen die ik had voorbereid, bleven echter steken in hun eigen lichtvoetigheid. Ik had hem willen vragen: “Meneer Tebbe, hoe streng is de visumcontrole tussen West-Arnhem en East-Dutchia?” Of, met betrekking tot de interne hiërarchie: “Welke functie bekleedt Leon Tebbelsévier binnen dit bestuur?” En ook: “Zijn uw grenzen gebaseerd op historische gegevens, of hanteert u een eigen cartografische logica?”

Het waren vragen met een speels karakter; misschien te speels voor het moment. Belangrijker was wat in de openingsrede al ter sprake was gekomen. Tobias vertelde met zichtbaar enthousiasme over de meridianen en breedtegraadcirkels die het dichtst langs zijn woonadres lopen, en over de opmerkelijke toevalligheden die zich langs die lijnen voordoen.

Iedereen bevindt zich immers binnen een raster van dergelijke lijnen. Wie ze volgt – op de kaart, welteverstaan – kan ontdekken hoe zij langs onverwachte plaatsen, gebeurtenissen en verbanden voeren. Die toevalligheden worden door Tebbe niet verheven tot mystiek of wereldwonder, maar nuchter geregistreerd en verwerkt in zijn werk.

Misschien is juist dat het meest intrigerende aspect van zijn universum: dat het, ondanks alles, weigert om zweverig te worden.

Leeftijdsdiscrimi-nazi

Over de weigering om je eigen houdbaarheidsdatum te synchroniseren met de feiten.

“Wollt ihr die totale Wahrheit?” Dat dacht ik niet. Of liever: nog niet. Het is daarom dat ik hier de term ‘leeftijdsblokkade’ wil lanceren. Dat is de fase waarin men stopt met het aannemen van biologische bewijslast of al te waarheidsgetrouwe opmerkingen; de individuele noodrem op de genadeloze tijdlijn. In deze pauze creëer je een persoonlijke echoput waarin de signalen van de buitenwereld – die venijnige hints over een trager tempo of de neerbuigende vraag of het lettertype wellicht te klein is – stuiten op een muur van doelbewuste ignorantie. De ‘leeftijdsdiscrimi-nazi’ in jezelf voert een schrikbewind over de eigen waarneming; elke spiegel die de feiten presenteert wordt verbannen; elke observatie over je bouwjaar wordt gecensureerd als ware het vijandige propaganda.

In deze staat van ‘leeftijdsblokkade’ fungeert de waarheid als een directe bedreiging voor het fragiele ego. De omgeving constateert simpelweg verval; jij classificeert die objectieve waarneming onmiddellijk als een frontale aanval. Het is een vorm van interne apartheid waarbij je de superieure, ervaren versie van jezelf hermetisch afsluit van de fysiek verouderende versie. Je negeert de knarsende gewrichten met dezelfde fanatieke overtuiging waarmee je een nieuwe rimpel wegredeneert; een ideologische loopgravenoorlog tegen je eigen biologie.

Psychologisch gezien duiden we dit aan als een extreme vorm van cognitieve herwaardering; je hersenen filteren simpelweg de data die niet harmoniëren met het gewenste zelfbeeld. Er is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs dat deze interne censuur de telomeerverkorting in je cellen ook maar een seconde stopt. Je kunt de boodschapper – je bezorgde omgeving – wel executeren; de biometrische klok tikt onverstoorbaar door; entropie trekt zich nu eenmaal weinig aan van je persoonlijke dictatuur.

De ‘leeftijdsdiscrimi-nazi’ in de spiegel tolereert geen enkele tegenspraak. Het is de weigering om de oogst te accepteren, louter omdat je nog steeds wilt doen alsof het zaaitijd is. Je klampt je vast aan een status quo die allang door de realiteit is ingehaald; een statische waan die je moet beschermen tegen de onvermijdelijke schemering.

Volmaakt gestileerde irrelevantie

De kleffe verhouding van de kunstkenner tot zijn onderwerp.

Natuurlijk kan Arthur De Graaf op forse kritiek rekenen; hij slingert immers een onbestaand citaat de wereld in met behulp van AI. Hij bijt in het zand en geeft zijn omissie ruiterlijk toe. Maar dat juist de heren van de kunstredactie over hem heen vallen, stoort De Graaf mateloos. Hij kent deze hofnarren van de status quo te goed. Terwijl zij hun zinnen polijsten met dure adjectieven en esoterische beeldspraak, zorgen ze er vooral voor dat hun werk geen rimpeling veroorzaakt in de vijver van de publieke opinie.

Juist de kampioenen van de risicoloosheid toonden zich het meest onvermurwbaar ten aanzien van een misstap van een collega die alleen voorkwam waar wél iets op het spel stond. Hadden zij ooit meer gedaan dan de theaterrol van journalist spelen? Ze bleven veilig achter de linies van het culturele leven; een terrein waar ze net genoeg van afwisten (mits je de filosofie niet meerekende).

De kunstjournalistiek verkiest blijkbaar een volmaakt gestileerde leegte boven een schurende zoektocht naar de waarheid. Bij Arthur staat er tenminste iets op het spel; bij hen is de inzet louter decoratief. Het is een wrange paradox: de sector kijkt liever naar een risicoloos ballet van woorden dan naar een scherpschutter die een doelwit durft te kiezen. De kans op een misser is bij die laatste vele malen groter, maar hij raakt tenminste de werkelijkheid aan.

In plaats van stelling te nemen, geven deze critici de voorkeur aan de kleffe intimiteit van de vernissage. Ze laten zich compromitteren bij premières van volstrekt inwisselbare voorstellingen. Ze worden gewillig rondgeleid langs hapjes en drankjes; ze dragen de badge en incasseren het salaris, maar ze verzuimen op het meest fundamentele niveau: het blootleggen van wat er werkelijk toe doet. Waarom wordt hun fundamentele luiheid nooit bestraft, terwijl een actieve fout direct tot een publieke executie leidt?

Misschien is het antwoord voor De Graaf simpeler dan hij denkt. Zijn beroepsgroep straft hem zo hardvochtig omdat hij bewijst dat hij er nog toe doet, al is het maar door te falen. Zijn critici daarentegen begaan de enige zonde die in de huidige journalistiek onbestraft blijft: ze zijn volkomen irrelevant. Ze overleven omdat ze, in al hun taalkundige precisie, simpelweg niets te zeggen hebben.

Terug van nooit weggeweest

Mona Keijzer was niet op zoek naar een reddingsvlot; daarvoor is haar Luctor et Emergo-reflex te goed ontwikkeld. Kapitein Mona confisceerde een ietwat verouderde ‘Lifeboat’ die alleen maar opgepimpt hoefde te worden om haar naam te mogen dragen.

De bijbehorende zeebenen heeft zij nog niet ontwikkeld. Toch is haar monsterboekje allerminst onbeschreven. Ze heeft best al zout over haar boeg gekregen, maar tot nu toe was zij een beetje een ‘mooiweerzeilster’. Zodra de barometer daalde, zocht zij een veilige haven op.

Je zou kunnen zeggen dat zij de kunst van het laveren goed onder de knie heeft, maar zich aan boord snel loopt te vervelen. Ze is een kapitein die wel aan het roer wil staan, maar geen zeekaarten inziet. Haar scheepje heeft de neiging om als ‘Flying Dutchman’ zonder kompas door een mist te varen.

Als ze al een bestemming weet uit te stippelen, is die buitenland-onvriendelijk en blijkt zij op ramkoers met de werkelijkheid te liggen. Hoezo geen mensen aan boord met een migratie-achtergrond Mona? Ooit van bootvluchtelingen gehoord?

Een curieuze paradox

Omdat het maar zelden gebeurde dat een prominente journalist werd betrapt op AI-misbruik, ging de naam van Bennie van Bergen die week over ieders lippen. Hij kwam hoofdzakelijk negatief in het nieuws, wat hem – wie had dit ooit gedacht – opvallend koud liet. Hij werd als werknemer door zijn nieuwsorganisatie op non-actief gesteld, maar de journalist in Van Bergen ging gewoon door met zijn werk. Zodoende constateerde hij iets merkwaardigs; in de collectieve afrekening tekende zich een opvallend patroon af.

Hij ontdekte een verband dat anders nooit was opgevallen: hoe meer je te maken had met collega-journalisten die het literaire gehalte van wat je schreef het belangrijkste vonden, hoe groter de afwijzing. Hoe sterker iemands’ nadruk op vorm boven inhoud, hoe feller de veroordeling. Het waren de estheten van de redactieburelen, de fijnproevers van de interpunctie, de hoeders van stijl en toon, zij die hun carrière zorgvuldig hadden opgebouwd op veilige afstand van elke inslaande granaat, die als eersten opstonden om hem de maat te nemen.

Voor hen is een tekst een zorgvuldig gepolijst sieraad, wist Bennie; iets om te bewonderen, niet om te gebruiken. Geen kogel die doel moet treffen; geen boodschap die de wereld in moet voordat ze veroudert. Een waarheidsschending door AI-gebruik, hoe onbedoeld ook, wordt in dat universum niet beschouwd als een operationeel risico, een bedrijfsfoutje, maar als een esthetische misdaad. Pleitbezorgers van die parochie spreken dan ook zonder aarzeling van ‘een smet op het blazoen van de journalistiek’; een heiligdom waarin zij zichzelf tot hogepriesters hebben gekroond.

Bennie moest heimelijk lachen. Hij noteerde: ‘Hun eigen handelingen zijn heel ritueel, hun geschrijf zit vol herhaling. Dat maakt hen volstrekt inwisselbaar.’ Hij meende een curieuze paradox op het spoor te zijn.